Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Voorafgaand aan het eerste WK voetbal, in 1930 in Uruguay, stuurde de Fifa de Belgische scheidsrechter John Langenus op een acquisitietrip dwars door Europa, in de hoop nog wat landen voor het toernooi te enthousiasmeren. Met de nodige overredingskracht konden Frankrijk, België, Roemenië en Joegoslavië nog aan het tot dan toe volledig Noord- en Zuid-Amerikaanse deelnemersveld worden toegevoegd. In de openingswedstrijd werd het enige doelpunt gemaakt door de Uruguayaan Castro. Castro werd ‘El Divino Manco’ genoemd. Na een aanvaring met een cirkelzaag miste hij een deel van zijn rechterarm.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
We zijn bijna een eeuw verder. Vandaag begint WK nummer 23. Niet iedereen heeft er zin in. Niemand eigenlijk. Voor wie van sport houdt lijken de laatste tien, vijftien jaar de grote toernooien op wortelkanaalbehandelingen: leuk is het niet, maar het moet gebeuren. En soms vallen ze, achteraf bezien, best mee.
Scheidsrechters worden er allang niet meer op uitgestuurd om landen te werven; de meeste landen willen niets liever dan gezellig meedoen. De meeste landen doen dit keer ook gezellig mee, want van alle Fifa-leden hebben geloof ik alleen Bhutan, de Marshalleilanden en Italië zich niet gekwalificeerd. Veel deelnemers maken geen enkele kans op de wereldcup, maar verwachten dat de miljardenregen in het voetbal vroeg of laat ook bij hen een welkome lekkage teweegbrengt. Trickle down economics, à la Fifa.
Overigens is de status van de scheids in de afgelopen eeuw niet echt met het voetbal meegegroeid; toen deze week de beste scheidsrechter van Afrika, de Somaliër Omar Abdulkadir Artan, ondanks een geldig visum eerst elf uur werd ondervraagd bij de Amerikaanse grens en vervolgens op het vliegtuig naar Turkije werd gezet, zweeg de wereldvoetbalbond bedremmeld. Alle nationale bonden, trainers, spelers en scheidsrechters sloten zich bij dat zwijgen aan. Trickle down cowardice, à la Fifa.
Of toch briljante strategie? In een interview met Voetbal International las ik dat KNVB-voorzitter Frank Paauw wat betreft de Fifa en Trump en corruptie en al het andere wat er mis is met het wereldvoetbal de voorkeur geeft aan ‘stille diplomatie’. IJzersterk.
Zelf zag ik laatst hoe een oudere vrouw voor mijn deur werd overvallen, waarna de ploert een buurkind uitschold en mijn rozenstruik onderzeek. En omdat ik net als de KNVB geloof in de kracht van stille diplomatie, wachtte ik onder een dekentje tot het voorbij was.
De enige die zich in stilte verzet, is onze bondscoach, Ronald ‘Tank Man’ Koeman. Hij instrueerde de Oranjespelers de laatste paar oefenwedstrijden bij wijze van conceptueel protest expres zo erbarmelijk dat ze – geheel in lijn met het topvoetbal en de wereld als geheel – voortdurend de verkeerde kant op renden.
Veel voetballiefhebbers denken dat het na vandaag afgelopen is met de naargeestige WK-berichten: zodra ‘de bal rolt’, verdwijnt het andere, hopen ze. De Belgische schrijver Jean-Philippe Toussaint schreef eens: ‘Voor de duur van een voetbalwedstrijd bevinden we ons in een cocon van tijd, gevrijwaard tegen de kwetsuren afkomstig uit de buitenwereld, onbereikbaar voor de wisselvalligheden van de realiteit.’
Ik weet niet of het dit keer ook zo zal gaan, of zou moeten gaan.
De rot zit diep in het voetbal, en erbuiten. De kwetsuren zijn te groot, de lelijkheid is alomtegenwoordig en lijkt aan de winnende hand. Er zal komende weken verdraaid veel moois of moedigs tegenovergesteld moeten worden om dat even te kunnen vergeten.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.