Home

Het zou een ‘verenigd’ WK voetbal worden, maar bij de organiserende landen is eensgezindheid ver te zoeken

Dit WK voetbal was bedoeld als uithangbord voor de eensgezindheid van de drie Noord-Amerikaanse organisatoren. Dat was buiten de Amerikaanse president gerekend, die nog weleens voor vervelende verrassingen zou kunnen gaan zorgen.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.

Om te zien wat er gebeurt als de drie grote Noord-Amerikaanse landen met vriendschappelijk vereende krachten een vuist maken, moeten we de tijd even terugspoelen naar 2017: het jaar waarin de Verenigde Staten, Mexico en Canada zich gezamenlijk kandidaat stelden voor het wereldkampioenschap voetbal dat nu, negen jaar later, wordt afgetrapt.

The United Bid, zoals de kandidaatstelling officieel heette, werd verkondigd vanaf de 102de verdieping van het One World Observatory in New York, het hoogste gebouw van het continent. De documenten waarin de drie aspirant-organisatoren hun kandidaatschap toelichtten, omvatten zeventigduizend pagina’s. In alles ademde de voorkeur voor groot en veel. Met succes, want concurrent Marokko werd van tafel geveegd.

Drie naties, één visie, één continent, luidde de ondertitel van The United Bid. Naast de belofte van eenheid stond in de tekst ook het streven om ‘het meest inclusieve en diverse WK ooit’ te organiseren, een doel dat later, rond het politiek en ethisch omstreden toernooi in Qatar (2022), vaak werd onderstreept.

Het toernooi met 48 in plaats van 32 deelnemers, dat zich afspeelt in drie landen met een grote etnische en culturele diversiteit, had op papier inderdaad een hoogmis kunnen worden voor voetbal als non-verbale lingua franca.

Scheve verhoudingen

Maar dat was buiten Donald Trump gerekend, die beide buurlanden niet ontziet in zijn handelsoorlog, Canada dreigde te annexeren als 51ste Amerikaanse staat, en het bij herhaling heeft over een ‘narco-oorlog’ tegen de Mexicaanse drugskartels. Het grootste en duurste voetbaltoernooi in de geschiedenis voelt een beetje als een feest georganiseerd door vrienden die in de aanloop ruzie hebben gekregen.

Op politiek niveau is de verhouding tussen de VS en hun buurlanden nooit gelijkwaardig geweest. Daarvoor is het Amerikaanse overwicht in alle opzichten – economisch, militair, demografisch – te groot. In dat opzicht past de scheve verdeling van het aantal wedstrijden tussen de drie organiserende landen (13 duels in Mexico, 13 in Canada en 78 in de VS) wel bij de realiteit.

De drijfveer achter toenadering tussen de drie landen is hoofdzakelijk economisch. De VS en Canada sloten in 1965 hun eerste vrijhandelsverdrag, dat uitsluitend betrekking had op de auto-industrie. Toen beide landen daarvan bleken te profiteren, groeiden de ambities. Dat resulteerde in 1994 in de North Atlantic Free Trade Agreement (Nafta), waaraan ook Mexico deelnam.

Tekenen bij het kruisje

Het is te danken aan de nakomeling van dat verdrag, genaamd USMCA, CUSMA of MUSCA (alle deelnemers zetten hun eigen land vooraan in de afkorting), dat zo’n 85 procent van de handel tussen de VS en hun buren is beschermd tegen Trumps spervuur aan importheffingen. Deze overeenkomst eindigt over tien jaar, in 2036, maar al dit jaar moet de beslissing vallen over eventuele verlenging.

Mexico en de VS onderhandelen daar al over, maar de Amerikanen houden Canada tot nu toe buiten de boot, waarschijnlijk omdat de Canadese premier Mark Carney een paar keer heeft gezegd dat hij niet bereid is gedwee te tekenen bij het kruisje.

Of het WK met oog op de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag een vloek is of een zegen, vragen Trumps buren zich af. Sporttoernooien kunnen ontzettend verbroederend werken, zei de Canadese sportminister (en voormalig olympisch kajakker) Adam van Koeverden hoopvol. Maar in een podcast van de publieke omroep CBC maakt de Britse sporthistoricus en socioloog David Goldblatt zich weinig illusies: ‘Tijdens het WK in Qatar dacht ik dat dit het toppunt was van de politisering van het voetbal, maar vergeleken met dit toernooi was dat een soort theekransje.’

Onverkwikkelijke verrassingen

Goldblatt vreest, wijzend op de onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse president, dat het een toernooi kan worden vol onverkwikkelijke (politieke) verrassingen. En wat doet Trump als hij straks door een vol stadion wordt uitgejouwd, zoals deze week gebeurde bij de NBA basketbalfinale tussen New York Knicks en San Antonio Spurs?

Canada is van de drie organisatoren het minst een voetballand. Het nationale sporthart klopt vooral voor ijshockey, maar ook American football en basketbal zijn verankerd in de Canadese identiteit. De maanden voorafgaand aan het voetbaltoernooi werden gekenmerkt door plaatsvervangende schaamte voor de buren en schampere opmerkingen over de kansen van het nationale elftal – bij de drie vorige WK-deelnames won Canada nooit een duel.

Maar nu het toernooi begint, ontluikt toch ook sportief enthousiasme. Canada greep de medeorganisatie van dit WK juist aan om voetbal als breedtesport te stimuleren. Omdat ze geen stadions of andere dure infrastructuur hoefden aan te leggen in aanloop naar dit toernooi, investeerden zowel de federale regering als de provincies gezamenlijk miljarden in de sport.

Grootste sport onder jongeren

Dat geld ging naar nieuwe velden en zalen (de lange winters worden gezien als een van de redenen dat Canada geen ‘traditionele’ voetbalnatie is), en een groot en ‘nationaal trainingscentrum’ in hoofdstad Ottawa. Mede door die toegenomen aandacht is voetbal, haast tot verbazing van de Canadezen zelf, de grootste sport onder jongeren geworden.

De grootste talenten uit de Canadese WK-selectie spelen evenwel in Europa. Alphonso Davies, de watervlugge linksachter van Bayern München, vertelt in interviews en reclamespots hoe zijn Liberiaanse ouders vluchtten naar Ghana, waar hij werd geboren, en hoe de kansen van de familie keerden toen ze asiel kregen in Canada. Ook Canada’s populaire bondscoach Jesse Marsch benadrukt waar hij maar kan dat Canada een gastvrij en ruimdenkend land is – Marsch is een Amerikaan en een uitgesproken Trump-criticus.

Zo houdt het kleinste organiserende land toch een beetje vast aan het oorspronkelijke idee van een open en inclusief evenement. Maar ondertussen droomt het er stiekem van om de buren een hak te zetten. Zoals een columnist in de Canadese krant The Globe and Mail deze week schrijft: ‘Doen we het beter dan de VS? Wat een heerlijk kleinzielige gedachte.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next