Tijdens de tweede coronagolf eind 2020 liepen de spanningen binnen het kabinet flink op over het al dan niet instellen van een ‘harde lockdown’. Maar oud-ministers Tamara van Ark (VVD) en Wouter Koolmees (D66) kijken er met ‘mildheid’ op terug.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Wat telde binnen het kabinet zwaarder tijdens de pandemie? Was altijd het beperken van het aantal besmettingen doorslaggevend? Of was er op een gegeven moment ook ruimte voor maatschappelijke, economische en in zekere zin financiële belangen?
Die vragen overheersten woensdag in de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie. In de zaal schoven twee oud-bewindspersonen aan die een cruciale rol speelden tijdens een van de lastigste periodes in de pandemie: toenmalig minister van Medische Zorg Tamara van Ark (VVD) en toenmalig minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees (D66).
Koolmees stond tijdens de coronacrisis vooral bekend als een van de bedenkers van de grootschalige steunpakketten van vele tientallen miljarden euro’s. Daarmee probeerde het kabinet meteen aan het begin van de crisis te voorkomen dat ondernemers massaal failliet gingen en medewerkers zonder salaris kwamen te zitten.
Hoewel dat onderwerp niet onder de focus van de enquêtecommissie valt, scheert het verhoor er wel kort langs. Volgens Koolmees was al heel snel duidelijk dat er steunpakketten moesten komen, omdat de coronacrisis een enorme economische impact had. De gevolgen waren snel voelbaar, er was weinig tijd om lang bij eventuele onbedoelde effecten stil te staan, zoals misbruik.
‘Het was geen perfecte regeling’, zegt Koolmees. Maar het was in zijn ogen veel belangrijker om ondernemers en werknemers te steunen en met name zekerheid te bieden. Anders was er volgens Koolmees ‘paniek’ ontstaan. Bovendien was de regeling een kwestie van ‘rechtvaardigheid’. ‘Als je als overheid zegt dat iemand moet sluiten, moet je ook helpen.’
Het hielp dat er in de ogen van Koolmees ruim voldoende geld beschikbaar was om mensen ruimhartig te helpen. ‘En daarom hebben we gezegd: we hebben diepe zakken, we kunnen het lang volhouden.’
Nog meer dan de besluitvorming rond de steunpakketten was de enquêtecommissie benieuwd naar Koolmees’ inbreng bij de besluiten over lockdownmaatregelen die het kabinet meermaals nam. Al langer was bekend dat Koolmees als minister van Sociale Zaken binnen het kabinet nadrukkelijk de ontwrichtende maatschappelijke gevolgen van de beperkende maatregelen aankaartte.
Discussies over welke invalshoek leidend moest zijn gaf met name bij de tweede golf besmettingen, eind 2020, ‘spanning tussen bewindspersonen’, aldus Koolmees. ‘Af en toe heb ik vast en zeker lelijke woorden gebruikt.’ Dat kwam volgens hem doordat er op dat moment meer bekend was over de gevolgen van maatregelen dan tijdens de eerste lockdown. Bovendien was in de samenleving te zien dat de bereidheid om maatregelen na te leven was afgenomen.
Daardoor kwam er ook meer ruimte voor een andere ‘weging’ van de maatregelen. Het was een van de redenen dat er voor een ‘halve lockdown’ werd gekozen. Waarbij bijvoorbeeld horecagelegenheden moesten sluiten maar de scholen open konden blijven.
Eenzelfde verschil van inzicht was er later over vaccinaties. Samen met de ministeries van Financiën en Economische Zaken vond Koolmees toen dat het beter zou zijn om eerst werkenden in te enten omdat zij veel contact hadden. Dat was niet in lijn met het advies van de Gezondheidsraad, die vond dat 70-plussers beter als eersten aan de beurt konden komen omdat zij zieker konden worden van het virus. Dat die lijn door het kabinet werd gevolgd, vond Koolmees achteraf begrijpelijk. ‘We zouden als kabinet wel wat uit te leggen hebben als we het advies van de Gezondheidsraad niet hadden gevolgd.’
Uit het verhoor met voormalig minister van Medische Zorg Tamara van Ark (VVD), die eerder op woensdag langskwam, bleek ook al dat er binnen het kabinet andere standpunten golden. Van Ark had vanuit haar eigen portefeuille in het najaar van 2020 sneller ‘zo hard mogelijk willen ingrijpen’, maar zag ook dat een harde lockdown ‘veel leed en pijn’ zou veroorzaken.
Hoewel in de periode daarna de gedeeltelijke lockdown onvoldoende effect sorteerde en er alsnog steviger maatregelen kwamen, vond Van Ark het besluit niet verkeerd. ‘Vooruitkijken was zo verschrikkelijk lastig’, zei ze. ‘Ik kijk er vijf jaar later met enige mildheid naar terug.’
Die mildheid toonde ze ook over de tweespalt binnen het kabinet. Van Ark vond het logisch dat er binnen het kabinet verschillende standpunten naar voren kwamen omdat iedereen ‘vanuit de eigen portefeuille’ opkomt voor andere belangen.
Ook Koolmees deelde die lezing. ‘De tegenstelling tussen medisch enerzijds en economen anderzijds heb ik nooit gevoeld. Als puntje bij paaltje kwam, was het voor iedereen relevant dat de zorg kon openblijven. (...) Het is nooit zo geweest dat ik heb gezegd dat het aantal ziekenhuisopnames niet relevant is.’
Een voorbeeld daarvan was ook het instellen van de avondklok. Volgens Koolmees was dat een van de maatregelen waar een ‘forse discussie’ over was. Binnen het kabinet werd hardop afgevraagd in hoeverre de maatregel effectief was en of er geen alternatieven waren.
Ook Koolmees voelde veel ongemak over de maatregel die volgens hem bij mensen mogelijk het gevoel kon oproepen ‘van terug naar de bezetting van 1940-1945’. De oud-minister was daarom bezorgd of de maatregel op voldoende draagvlak kon rekenen.
Het besluit om de avondklok uiteindelijk eind januari 2021 in te stellen noemde Koolmees een ‘duivels dilemma’. Doorslaggevend was dat de maatregel mogelijk kon helpen om ‘een zwart scenario’ te voorkomen, waarbij er een keuze moest worden gemaakt wie wel en niet op de intensive care kon worden geholpen. ‘Ik had er echt buikpijn van (...) maar uiteindelijk hebben we het als collectief besloten, en daar sta ik nog steeds achter.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant