In deze rubriek vertellen twee stijlvolle familieleden over hun kleding. Deze maand: tweelingbroers Tijmen en Vigo Hombrink (21). „We zijn opgegroeid tussen de kunstenaars.”
Tijmen (links) draagt kleren van de kringloop, sokken van zijn moeder, schoenen van WoodChuckSato en een gordijnkwast. Vigo een tweedehands trui van Bikkembergs, een tweedehands overhemd en riem, een broek van Weekday, sokken van Uniqlo, schoenen van WoodChuckSato, een gordijnkwast, twee vintage ringen, een ring van Lisette Keyser en een van Vivienne Westwood.
TIJMEN „Het lijkt misschien alsof we hebben afgesproken deze outfits aan te trekken, maar dat is écht niet zo. Het gebeurt ons wel vaker dat we er toevallig hetzelfde uitzien. We houden allebei van laagjes, aardetinten en asymmetrie, en basics gecombineerd met iets onverwachts als een gordijnkwast. Al zijn er ook verschillen. Ik ben wat klassieker, Vigo neigt meer naar het sportieve.
„Toen we klein waren vond onze moeder het leuk om ons matchy-matchy aan te kleden. Daarna volgde een fase waarin we ons juist wilden onderscheiden. Ik ging naar de kringloop en kocht het gekste dat er hing. Nu ik wat ouder ben, kies ik meer tijdloze dingen.
„Onze moeder heeft haar eigen uitgeverij voor kunstboeken, Jap Sam Books, en Vigo en ik gaan altijd mee naar boekenbeurzen. Een andere medewerker van de uitgeverij draagt, net als wij, ook altijd tabi’s [Japanse schoenen met een spleet tussen de grote teen en de rest van de tenen]. Deze zijn van WoodChuckSato. Betaalbaarder dan de bekende van Maison Margiela, maar van heel goede kwaliteit. Voor Kerst hebben we deze tabi’s ook aan onze moeder gegeven, zodat we als kwartet op de volgende boekenbeurs kunnen staan.
„Onze moeder is meer met mode bezig dan onze vader, die monumentale panden restaureert en dus vaak werkkleding draagt. Als we vroeger naar bijvoorbeeld een opening gingen, werd hij vaak gestyled door mama. Maar hij is niet vies van iets geks. Hij draagt nu bijvoorbeeld crazy bloesjes die ik op mijn zestiende heb gekocht. En ik steel weer mooie truien uit zijn kast.
„Sinds vorig jaar woon ik in Gent, daar ziet iedereen op straat er vrij chic uit. Als ik met mijn vintage Prada-hoed – een soort ei – rondloop, word ik heel raar aangekeken. Ik vind het wel belangrijk om er toegankelijk uit te zien. Sommige mensen zien er zo cool uit dat het intimiderend wordt. Ik zou het jammer vinden als de manier waarop ik mij kleed mensen afschrikt om een praatje te maken.”
VIGO „We zijn opgegroeid tussen de kunstenaars, qua kleding was niks te gek. Ik heb een tijdje alleen maar rood, groen en blauw gedragen, dat had ik van een kunstenaar afgekeken. We werden door onze ouders aangemoedigd om ons expressief te kleden.
„Onze moeder ziet er altijd goed uit. Ze is classy en chic, maar haar outfits hebben altijd iets geks – precies wat ik ook wil met mijn stijl. Ze draagt bijvoorbeeld een groene corduroyrok met een grijze trui, zilveren flats en gekke wollen sokken. Ik heb twee Margiela-rokken in mijn kast die van haar zijn geweest. Al gebeurt het de laatste jaren ook steeds vaker dat ze iets van óns wil lenen.
„Tijmen en ik lenen nóóit kleren van elkaar. Daar zijn we altijd streng op geweest. Zelfs als we dezelfde trui hadden, dan was er een duidelijk van mij en een van hem. Als je zo hetzelfde opgroeit, dan is het fijn om iets te hebben dat helemaal van jezelf is.
„Tussen m’n veertiende en achttiende wilde ik de nieuwe Vivienne Westwood worden. Ik heb een jaar mode gestudeerd, maar kon er mijn ei niet kwijt. Toen ik rokken moest ontwerpen, wilde ik een hele installatie maken buiten het lichaam, maar dat paste niet in het curriculum van de school. Ik voel me meer op mijn plek binnen de vrijheid van de beeldende kunst, daarom heb ik daarvoor gekozen. Na de zomer begin ik aan de Gerrit Rietveld Academie.
„Op Vinted heb ik net een shirt van Yohji Yamamoto gekocht en een tas van Comme des Garçons, maar kleding hoeft van mij niet per se van een merk te zijn. Het meeste in mijn kast heb ik voor 1 euro bij de kringloop gekocht. Dat deed onze moeder vroeger ook al: gewoon kopen wat je mooi vindt. Kleding moet niet elitair zijn. En als je een keer iets moois koopt, dan moet je het overal naartoe dragen en ervan genieten, dat hebben we echt van haar geleerd. Ik ga veel naar vintagewinkels. In Amsterdam, waar ik woon, vind ik ze te gecureerd. Ik ga liever naar Rotterdam, daar heb je winkels waar alles door elkaar hangt.
„Vroeger had ik al mijn kleding genummerd en in een app gezet. Dan dacht ik uitgebreid na: trui nummer 1 kan wel met broek nummer 6. Ik was toen veel meer bezig met de buitenwereld. Nu kleed ik me echt voor mezelf en gaat het veel meer op gevoel.”