Home

We zaten in stilte bij elkaar, hij vertaalde, ik typte en af en toe vroeg ik: ‘Wil je nog een aardbei?’ en dan zei hij: ‘Nee’

is columnist voor de Volkskrant

Als moeder krijg ik gemengde recensies: ik krijg aan de ene kant vaak te horen dat ik ‘heel erg zit te micromanagen’, maar aan de andere kant ook dat ik ‘nooit ergens van op de hoogte ben’ – waarmee mijn kinderen het reilen en zeilen op school bedoelen: dat ik nooit in Magister kijk, hun cijfers weet of weet wanneer er een toetsweek begint.

Vooral mijn dochter toetst mij graag over wanneer er een toetsweek begint. ‘Woensdag!’, zei ik deze week trots. ‘Dat heb je net gehoord van –’, zei ze en ze noemde de naam van een bevriende moeder. Ik moest toegeven dat dat zo was.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar goed, nu ik op de hoogte ben van de toetsweek, en ze die tegelijkertijd hebben, én ze hebben aangegeven dat ze het soms ineens wel heel erg fijn vinden als ik hun schoolwerk als een havik in de gaten zit te houden, heb ik er ook echt een ding van gemaakt.

Ik heb bitterkoekjes, stroopkoeken en prik in huis gehaald, er zijn twee zakken chips op voorraad en ik zorg ervoor (dit is een dagtaak) dat de eettafel de hele tijd leeg is zodat eraan gestudeerd kan worden. Ook heb ik, want ik was toch al zo lekker bezig, drie bakjes met verschillende soorten fruit neergezet, en dat noem ik ‘voeding voor je brein’. Er is hier niemand die dat serieus neemt, maar dat geeft niet.

Wat het best bleek te werken, was zelf ook aan de eettafel gaan zitten als mijn zoon eraan zat te leren. Van mijn twee kinderen heeft hij, geheel volgens de voorspellingen, iets minder discipline en focus dan zijn zus en vertrekt hij niet zoals zij vrijwillig op zondag tien uur lang naar de bibliotheek om te leren. Nu hij moest leren en ik ook aan het werk moest, dacht ik: ik ga er gewoon bij zitten, dan werkt hij misschien wat meer door.

Dit bleek een goed recept te zijn. We zaten in stilte bij elkaar, hij vertaalde een tekst, ik typte er een en af en toe vroeg ik: ‘Wil je nog een aardbei?’ en dan zei hij: ‘Nee.’

Gestaag schreven en typten we door, de uren verstreken, heel soms roosterden we een boterham of schonk ik thee in. Aan het eind van de middag moest ik concluderen dat ik in weken, misschien maanden, niet zo veel werk verzet had, en ik zei tegen hem dat we vaker een werkplek moesten delen. Daarna nam ik een stroopkoek en een cola, en vijf bitterkoekjes. Het was niet helemaal duidelijk wie wat voor wie deed.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next