Home

Hij was de eerste ‘profiler’ van Nederland. Dat is: proberen te denken als een dader

Carlo Schippers was Nederlands eerste profiler: hij verplaatste zich in de gedachtewereld van misdadigers, om ze makkelijker te kunnen opsporen. In een boek blikt hij terug op zijn ervaringen. ‘Ik dacht nooit: dit slachtoffer had mijn vader of moeder kunnen zijn.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Het eerste daderprofiel van de Nederlandse politie werd eind 1987 openbaar gemaakt in het tv-programma Opsporing Verzocht. De uitzending trok miljoenen kijkers. Velen van hen waren geïntrigeerd door de ontvoering van Gerrit Jan Heijn, topman van supermarktketen Ahold, die al 111 dagen onvindbaar was.

De politie had losgeldbrieven aan de familie en de opname van een telefoongesprek van een ontvoerder voorgelegd aan een forensisch psychiater, een fonetisch- en een schriftdeskundige. Hun conclusies: Heijn was ontvoerd door een groep verdachten, van wie sommigen eerder waren opgepakt voor inbraken of overvallen. De brieven waren waarschijnlijk geschreven door een 40-jarige vrouw met een mavo-opleiding die probeerde hoogopgeleid over te komen. Een tweede ontvoerder had een Indonesische achtergrond.

Enkele maanden later bleek dat de deskundigen er volledig naast hadden gezeten. De dader was een eenling, de 46-jarige werkloze vliegtuigingenieur Ferdi E., die geen strafblad had en Heijn al op de dag van de ontvoering had gedood.

Toch stopte de Nederlandse politie daarna niet met daderprofilering, een methode die net was ontwikkeld door de FBI, de Amerikaanse federale recherche. De mislukking maakte alleen duidelijk dat dit werk moest worden overgelaten aan échte specialisten. Dus werd in september 1990 een ervaren Amsterdamse moordzakenrechercheur naar de FBI Academy in Quantico (Virginia) gestuurd.

Pionierswerk

Zo werd Carlo Schippers de eerste Europese politieman die een jaar lang door de FBI is opgeleid tot profiler, een opsporingsambtenaar die ‘gedragskundige aspecten’ van ernstige misdrijven gebruikt om de dader te identificeren en op te kunnen sporen. Door nauwkeurig te kijken naar de plaats delict, het slachtoffer en de acties van de pleger schat een profiler in wat er is gebeurd en wat dit zegt over de dader. Dat is geen exacte wetenschap maar interpretatie, gebaseerd op praktijkervaring en forensisch-psychologische kennis.

Vanuit Amerika gaf Schippers (68) al af en toe advies aan rechercheteams in Nederland over strafrechtelijke onderzoeken. Na zijn studie werd dat zijn dagelijkse werk, 31 jaar lang, totdat hij eind 2021 met pensioen ging. Inmiddels heeft hij hier tientallen opvolgers, die voortbouwen op zijn pionierswerk.

In mei publiceerde hij een boek over zijn ervaringen: Denken als de dader: een inkijkje in het werk van de enige Nederlandse FBI-profiler. De 1,91 meter lange oud-politieman vertelt erover in het restaurant van het Hilton in zijn geboorteplaats Den Haag, waar hij een paar weken is om zijn boek te promoten. Hij woont tegenwoordig in Canada, waar zijn echtgenote vandaan komt.

Schippers deelt zijn kennis graag, maar weegt zijn woorden zorgvuldig. Om inzicht te geven in de denkwijze van daders moet hij heftige details beschrijven uit strafzaken. Maar om te vermijden dat hij nabestaanden en slachtoffers pijn doet, noemt hij weinig herkenbare details.

Weerloos slachtoffer

Een politieonderzoek dat duidelijk maakt wat zijn werk inhield, draait om een bejaarde vrouw (80+) die dood werd gevonden in haar woning. ‘Vanwege de hoge leeftijd van het slachtoffer denken veel rechercheurs, ook in deze zaak: dit is het gevolg van een ruzie of een uit de hand gelopen roofoverval’, zegt Schippers. Dus stak het politieteam aanvankelijk veel tijd in het achterhalen van informatie over een familielid met wie de vrouw een conflict had.

Maar na het bestuderen van het dossier dacht de profiler aan iets anders: een seksueel gemotiveerd misdrijf. Mede omdat Schippers in Amerika had geleerd dat het vaker voorkomt dat oude vrouwen in hun eigen huis worden verkracht en vermoord. En het komt nogal eens voor dat de dader een jonge man is uit hun omgeving, soms nog een puber, die de vaardigheid mist om seksueel contact te maken met een leeftijdgenoot. Zo’n dader kiest bewust voor een weerloos slachtoffer, dat hij doodt uit angst voor herkenning.

Schippers sprak er urenlang over met het politieteam dat zich bezighield met deze zaak. De rechercheurs hadden nog nooit te maken gehad met een bejaarde die om zo’n reden was vermoord. ‘Ik wilde dat ze ook rekening hielden met die mogelijkheid. Op een gegeven moment zei een rechercheur tegen me: ‘Als dit echt een seksueel misdrijf is, dan komt de dader van buiten.’

Zo gaat het vaker, wist de profiler. ‘De eerste gedachte na zoiets verschrikkelijks is vaak: zoiets doen wij hier niet. Terwijl dat dus toch zo is. Uiteindelijk werden we het erover eens dat de rechercheurs hun onderzoek zouden verbreden. Dat leidde tot de vondst van de dader, die inderdaad een seksueel motief had. Het was de buurjongen van het slachtoffer.’

Scepsis ebde weg

Toen Schippers na zijn studie aan de slag ging, in 1991, besefte hij dat hij de fouten moest vermijden die anderen hadden gemaakt in de ontvoeringszaak van Heijn. Zo’n fout zou niet alleen het einde betekenen van zijn tijdelijke aanstelling, maar ook een klap zijn voor dit nieuwe specialisme in Nederland.

In de beginfase legde hij bij elk politieteam waar hij langsging omstandig uit dat hij jarenlang ervaring had als moordzakenrechercheur en dus ‘een van hen’ was, wat hij allemaal had geleerd bij de FBI, en wat hij kon toevoegen. ‘En als ik te weinig aanknopingspunten had, dan zei ik dat gewoon.’

Stap voor stap ebde de scepsis weg. ‘Als een politieteam een paar maanden na mijn laatste bezoek weer belde, voor advies over een nieuwe zaak, dan wist ik: ik krijg vaste grond onder de voeten. En, nog belangrijker: mislukkingen zoals in de zaak-Heijn bleven uit.’

De zaak van Arianne

Waar profilers volgens hem met name op letten, is de interactie tussen dader en slachtoffer. Daarom lenen koelbloedige huurmoorden zich niet voor zo’n analyse, en zedenmisdrijven wel.

Hij licht dit toe met een voorbeeld, waarover hij met toestemming van het slachtoffer meer mag zeggen. Het gaat om een zaak uit 1993, toen Arianne, een vrouw van ongeveer 30 jaar, door een inbreker werd verkracht en neergestoken in haar woning in het Rotterdamse Kralingen.

Toen Schippers zich in de zaak verdiepte, vond hij het opvallend dat de dader het licht bij Ariannes bed aandeed en geen gezichtsbedekking gebruikte. ‘In de meeste zaken doet zo iemand er namelijk alles aan om niet te worden herkend.’

Dat, en de sadistische manier waarop Arianne werd misbruikt, leidde tot een alarmerende conclusie: ‘Deze man was gekomen om zijn slachtoffer te controleren, vernederen, pijnigen en uiteindelijk doden. Hij deed het licht aan om te zien wat voor effect zijn seksuele handelingen op haar hadden. Het was vooral Ariannes angst die hem opwond.’

De dader zou opnieuw toeslaan, besefte Schippers, bij een andere vrouw. En dan zou hij een effectiever wapen gebruiken, als hij in de media had gezien dat Arianne de messteek in haar hals had overleefd. Want de meeste plegers leren van hun fouten.

Zes weken later brak de verkrachter in bij een vrouw die, zo dacht hij, alleen thuis was. Ze werkte – stomtoevallig – bij de politie en had gezelschap van haar vriend. Samen overmeesterden zij de insluiper, die als extra wapen een bijl bij zich bleek te hebben.

Praten met moordenaars

Midden jaren zeventig van de vorige eeuw besloten FBI-onderzoekers die zo veel mogelijk wilden weten over de daders van vreselijke misdrijven, meer te doen dan alleen strafdossiers bestuderen. De FBI nodigde veroordeelde seriemoordenaars uit voor een achtergrondgesprek, in de hoop details te horen die zij eerder hadden achtergehouden. Wat waren hun fantasieën, hoe waren die ontstaan, waarom hadden ze hun misdrijf op een bepaalde manier gepleegd? Meerdere gevangenen werkten mee, omdat ze het een eer vonden of er status aan ontleenden.

Op de FBI Academy keek Schippers gefascineerd naar opnames van zulke gesprekken. ‘De zesvoudige moordenaar David Berkowitz bijvoorbeeld, beter bekend als ‘The Son of Sam’, was in de rechtszaal met het lulverhaal gekomen dat de hond van zijn buurman hem opdrachten had gegeven. Toen hij dat weer begon te vertellen, kapten zijn gesprekspartners hem af. Ze zeiden: dit is onzin, als je de waarheid niet vertelt, dan gaan we weg.’

‘Toen kwam het echte verhaal eruit: Berkowitz koesterde een wrok tegen vrouwen. De moorden wonden hem zo op dat hij meteen daarna masturbeerde. Later keerde hij soms terug naar een plaats delict, om zichzelf opnieuw te bevredigen.’

Schippers heeft nooit moeite gehad met zulke gruwelijke details. ‘Waarom dat zo is, weet ik niet, maar het is geen gebrek aan empathie. Ik bekeek zaken vanaf het begin met de gedachte: dat is interessant, daar wil ik meer over weten. Ik dacht nooit: dit slachtoffer had mijn vader of moeder kunnen zijn.’

Daar komt bij, legt hij uit, dat afstand houden helpt om dit werk goed te doen: ‘Hoe meer je emotioneel bij een zaak betrokken bent, hoe minder objectief je erover kunt oordelen.’

Leuk om te doen

Na een positieve evaluatie kreeg Schippers er in 1994 een collega bij, die psychologie en rechten had gestudeerd. In 2000 volgde er nog een. Inmiddels werken er bij de Nederlandse politie zo’n zestig recherchepsychologen; zo heet zijn specialisme tegenwoordig.

Elk regiokorps heeft ten minste een paar recherchepsychologen. Ze hebben een adviserende rol bij strafrechtelijke onderzoeken en verhoren van verdachten, en ze beoordelen welke meldingen van onder meer bedreiging, stalking en partnergeweld prioriteit moeten krijgen.

Dat zijn specialisme ‘zo is ingebed en goed functioneert’, doet Schippers deugd. Het maakte het voor hem makkelijker om op 64-jarige leeftijd te stoppen met zijn werk.

Toch wordt hij, ruim vier jaar later, nog weleens gebeld door een politieteam dat bezig is met een zaak waarover hij ooit een rapport heeft geschreven. ‘Vaak zeggen ze dan iets als: ‘Raad eens wat we gevonden hebben?’ Dan willen ze weten wat ik ervan vind. Dat doet me goed, want ik vind het nog steeds leuk om te doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next