Home

Israël volgens Amnesty International schuldig aan etnische zuivering Westoever

Israël stuurt actief aan op de etnische zuivering van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, concludeert Amnesty International in een nieuw rapport. De mensenrechtenorganisatie vindt dat de internationale gemeenschap medeplichtig is, omdat die niet ingrijpt of het land zelfs blijft steunen.

De onderzoekers omschrijven een Israëlisch apartheidssysteem waarbij het Palestijnen praktisch onmogelijk wordt gemaakt een bestaan op te bouwen op de Westelijke Jordaanoever en zij niet dezelfde rechten hebben als Israëlische kolonisten. Dat gebeurt al bijna zestig jaar, zegt universitair hoofddocent antropologie Anne de Jong. "Palestijnen krijgen bijvoorbeeld geen burgerschap. En ze mogen niet over dezelfde wegen rijden als Israëliërs, omdat ze langs allerlei controlepunten moeten."

Wanneer afkomst bepaalt welke rechten iemand heeft, kan je spreken van apartheid, vervolgt De Jong. Uit onder meer interviews met Palestijnen, wetsvoorstellen, beeldmateriaal en satellietbeelden wordt daarnaast volgens Amnesty nog duidelijk hoe vanuit de politiek wordt aangestuurd op het verdrijven van de Palestijnse bevolking, specifiek in zone C op de Westelijke Jordaanoever. Dat gebied beslaat 60 procent van de Westoever en is volledig onder Israëlische militaire controle, zoals te zien is op de kaart hieronder.

Bijna zesduizend Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen waren eind april uit hun huizen verjaagd, blijkt uit data van de Verenigde Naties. In totaal waren er op dat moment 363 nederzettingen, waarvan er 212 pas na 2023 zijn ontstaan. In het onderzoek wordt duidelijk dat Israël, ondanks dat de nederzettingen in het internationaal recht illegaal zijn, de bouw hiervan stimuleert. Ook dat is niet nieuw, zegt De Jong tegen NU.nl.

Volgens haar is wel veranderd dat Israël de schijn heeft laten varen dat het optreedt tegen geweld en illegale nederzettingen, waardoor er in sneltreinvaart nederzettingen worden goedgekeurd.

"De schaamte om dit toe te staan is veranderd in openlijk meewerken en stimuleren", zegt De Jong. "Het gaat dus niet alleen om een paar extremistische kolonisten, maar om medewerking van het leger en goedkeuring van de overheid. Die helpt vervolgens ook door projecten te financieren en te zorgen voor wegen en gebouwen."

Het uitbreiden of stichten van nieuwe nederzettingen gaat vaak samen met geweld. Zo blijkt dat de staat na 7 oktober 2023 duizenden extra wapens heeft gegeven aan groepen kolonisten. Ook zijn er sindsdien ruim 240.000 wapenvergunningen afgegeven, onder meer aan kolonisten. Het jaarlijkse gemiddelde daarvoor lag nog rond de achtduizend. Bij bijna alle geregistreerde geweldsincidenten waren kolonisten bewapend.

Tussen 2020 en 2024 is het aantal aanvallen van Israëlische kolonisten meer dan verzesvoudigd van 50 tot 330. Daarna is het aantal incidenten verder gestegen tot een gemiddelde van vier per dag. In de eerste drie maanden van 2026 waren het er zelfs gemiddeld zes per dag. Daarbij zijn zeker 31 Palestijnen overleden en raakten er tientallen gewond. Maar er zijn ook huizen, landbouwgrond en andere belangrijke voorzieningen als waterleidingen verwoest. Dat maakt het gebied onleefbaar.

Ook hiertegen treedt de Israëlische overheid nauwelijks op, terwijl die volgens het internationaal recht moet toezien op de basisvoorzieningen van Palestijnen. Wanneer Palestijnen een melding maken van geweld, worden zij zelf verhoord, beboet of zelfs vastgezet. In de enkele gevallen dat een militaire rechter bijvoorbeeld een gebiedsverbod oplegt aan een kolonist, wordt daar niet op toegezien.

Daarnaast heeft Amnesty veertien zaken vastgesteld waarbij Israëlische militairen aanwezig waren bij geweldsincidenten tegen Palestijnen. Ze stonden erbij zonder in te grijpen of deden actief mee met het intimideren, bedreigen en mishandelen van Palestijnen en het kapotmaken van eigendommen. In sommige gevallen kwamen de militairen samen met de kolonisten aan bij Palestijnse huizen, wat volgens Amnesty wijst op samenwerking.

Volgens Amnesty maakt Israël zich schuldig aan de misdaad tegen de menselijkheid van gedwongen verplaatsing. De organisatie roept landen op daartegen op te treden. Het Verenigd Koninkrijk maakte dinsdag bekend dat te doen met Noorwegen, Canada, Frankrijk, Nieuw-Zeeland en Australië.

De landen willen onder meer tegoeden bevriezen van netwerken die aanvallen van kolonisten op de Westelijke Jordaanoever financieren. Het is goed dat deze stappen worden gezet, maar ze zijn niet voldoende, zegt Marjon Rozema van Amnesty. "Het gaat hier om stelselmatig en systematisch geweld dat door de staat wordt gesteund." Volgens de mensenrechtenorganisatie zijn daarom ook een verbod op de handel in goederen en een volledige stopzetting van de militaire samenwerking nodig.

De Jong begrijpt waarom Amnesty bij zijn standpunt blijft. "Het is duidelijk dat wat Israël doet volgens het internationaal recht niet mag. Maar dat lijken landen naar eigen willekeur in te vullen." Zo wordt de economische en militaire handel door de meeste landen gewoon nog voortgezet. "Eigenlijk zeggen de meeste landen het alleen te veroordelen, maar dat doet Israël geen pijn."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next