Voetbalverslaggever Willem Vissers van de Volkskrant bezoekt zijn negende WK (voor mannen). Zijn eerste was in 1994 in de Verenigde Staten, waarnaar hij nu terugkeert. Wat waren de hoogte- en dieptepunten uit zijn eerste acht WK’s? Anekdotes uit een dollemansrit langs dribbelaars en doelpunten.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Ik heb Zinedine Zidane horen ademen in het stadion, vlak voordat hij een bal over 50 meter weglegde met een van de beste voeten in de geschiedenis van het voetbal. Dat zit zo: WK in Duitsland, 2006, halve finale, München, Frankrijk - Portugal. De plaats van de Volkskrant op de perstribune: laag, dicht bij de zijlijn – schrijven bijna op dezelfde hoogte als voetballen. Het uitzicht is minder dan vanuit de nok van het stadion, maar wat zich hier voor de ogen voltrekt is meer 3D.
Hoor, voel als het ware die zware ademtocht van Zidane, hoe dat machtige lijf de bal controleert. Kijk naar de spieren in de dijen, naar de pass, bijna achteloos gegeven naar de andere flank. Geweldig.
Ik heb Zidane ook een kopstoot zien geven, een wedstrijd later, in de finale in Berlijn tegen Italië. De Italiaanse verdediger Marco Materazzi zei iets lelijks en Zidane liep eerst een stukje door, er tolden duizend gedachten door zijn hoofd, er welde woede op in dat hoofd, wat transformeerde tot een daad van waanzinnige wraak. Hij draaide zich om en plantte zijn voorhoofd op de ribbenkast van de Italiaan.
Rode kaart. Wat daarbij zo fascinerend was? De kortsluiting in het stadion, waarin de ene toeschouwer de dader op heterdaad had betrapt en de andere niet, omdat de bal al elders was. Vervolgens wilden de balvolgers alles weten van de mensenvolgers.
De verlamming in het stadion, de verbijstering, de ontluistering bij de Fransen, de euforie bij de Italianen. Het was onovertroffen. Niets regie. Niks opnieuw een scène spelen omdat acteur A een zinnetje was vergeten. Niks de interruptiemicrofoon uitschakelen omdat politicus B nu wel genoeg had gezwetst.
Nee, totale gekte. Rechtstreeks opgediend aan de wereld. Alles was opeens anders. Het verhaal dat de journalist aan het schrijven was, kon naar de digitale prullenbak. Opnieuw beginnen: van onze verslaggever, Berlijn… Ja, dat stond er al, maar de rest?
Juist dat onovertroffen sentiment is zo geweldig aan sport, of aan kijken naar sport, en dan is een WK voetbal het allergrootste. Niet eens omdat er nu in de Verenigde Staten, Canada en Mexico 48 landen meedoen. Met 24 was het ook mooi, of met 16.
Het mooie is erbij te mogen zijn, om totale omkeringen in wedstrijden te beleven. Collega’s bellen, tijdens de rust van de kwartfinale tegen Brazilië in 2010: ‘Ja schat, ik kom naar huis.’ Totdat Wesley Sneijder opeens beseft dat hij ook zijn hoofd kan gebruiken in voetbal. Twee keer zelfs. Nederland won alsnog en ik kwam nog niet naar huis.
Al die grootheden. Lionel Messi zien scoren in Qatar en elders, op andere WK’s. Hij leed op vier WK’s en glorieerde op zijn vijfde. En wie weet, wint hij nog eens. Vallen is niet erg, zeggen ze in de sport, het gaat erom hoe je opstaat. Toen ik Maradona ontmoette aan de rand van een zwembad in Marseille, 1998, was hij een verslaafde, soms boze, dan weer euforische man, die vier jaar eerder uit het toernooi was gezet toen hij was betrapt op het gebruik van drugs. Hij stond niet goed op.
Johan Cruijff gesproken in 2006, toen hij protegé en toenmalig bondscoach Marco van Basten steunde. Doelpunten van Romário begroet in 1994. Ronaldinho dribbelend zien lachen en lachend zien dribbelen.
Dat allemaal is een deel van de oogst van acht WK’s. Mijn negende is aanstaande. Van de Verenigde Staten en Bill Clinton – toen ik geen auto durfde te huren omdat richtinggevoel ontbreekt en navigatie nog niet bestond – via Frankrijk, Zuid-Korea, Duitsland, Zuid-Afrika, Brazilië, Rusland en Qatar weer terug naar Amerika, nu van Donald Trump, in een tijd van navigatie, maar zonder gevoel voor richting.
Ik ben getuige geweest van de aanval die leidde tot de magistrale kopbal van Robin van Persie tegen Spanje in 2014, op mijn 50ste verjaardag, toen Daley Blind een pass richting de sterren stuurde en de bal precies met de juiste boog uit de hemel viel, waarna vader Blind (assistent-trainer Danny) zijn zoon even vastgreep zoals vaders dat kunnen met zonen.
Ik heb in 2014 Louis van Gaal een doelman zien wisselen tegen Costa Rica, Tim Krul voor Jasper Cillessen, omdat hij een theorie had over de strafschoppenserie, een theorie die later in het toernooi niet opging, toen Nederland in de halve finale van Argentinië verloor.
Dennis Bergkamp liet zijn fabuleuze goal tegen de Argentijnen in 1998 ontstaan voor onze neus.
Arjen Robben dribbelt in 2010 alleen op het doel af in Soccer City, Johannesburg, waar de kille lucht tintelt. Het gaat gebeuren, dat het taaie Oranje in de finale het raffinement van tegenstander Spanje ontrafelt. Vijf tellen, vanaf de start van de dribbel rond de middenlijn, koesteren ‘we’ de illusie van de wereldtitel, totdat de teen van doelman Casillas de weg wijst naar een andere perceptie van de toekomst.
Op de dagen ervoor hadden wij als jongens van de pers – zelfs boomers blijven jongens in het voetbal – elkaar bij het ontbijt even omhelsd: over vier dagen zijn we wereldkampioen… Over drie dagen… Het liep anders, maar dat maakte niet uit, want Spanje was beter en de pret zit voor altijd in ons hoofd.
Al deze verhalen en anekdotes klinken opschepperig en dat zijn ze deels ook, maar ze zijn bedoeld om aan te geven hoe heerlijk het is om een WK te mogen volgen. De logistiek, met oneindig veel digitale klusjes, trek ik nog maar moeilijk als halve digibeet, maar daar staat zo veel tegenover: het voetbal, de spanning, de collegialiteit, het avontuur, de onweerstaanbare aantrekkelijkheid van het schrijven. Voetbal kijken en het leven leven zoals ik ooit dacht dat het moest lopen. Vrij zijn in het hoofd, als een dribbel tussen de oren.
Avontuur, op en om het veld. Verdwalen in een buitenwijk van Johannesburg. De weggesleepte auto in Marseille ophalen in een garage waar vrijwel alle auto’s tot wrak zijn geslagen door hooligans, behalve die van ons. De autosleutel verliezen in Menton, de reservesleutel laten invliegen door DHL en thuis merken dat sleutel 1 gewoon tussen de was zit, bungelend aan de sleutelhanger met Winston Bogarde. Altijd jarig zijn in een ver land.
Het is bíjna altijd mooi. Niet altijd. Al die commercie, de politieke bemoeienis, Infantino, dure kaartjes, een Somalische topscheidsrechter die geen visum krijgt: het is vermoeiend, schandalig. En er zijn momenten van droefenis, soms op persoonlijk vlak. In Brazilië horen dat je meervoudig beperkte zoon epileptische aanvallen had, dat de ziekenauto al voor de deur stond, dat de echtgenote even bang was dat hij het misschien niet zou redden, dat ze pas belde toen het beter ging, dat ze me geruststelde, dat ik niet naar huis hoefde te komen, met elke zin aangevend dat in één geval mijn richtinggevoel had gewerkt.
Maar verder? Praten met Guus Hiddink, voormalig bondscoach van Rusland, op een dakterras van een chic hotel aan het Rode Plein. Vanwege vergaande gezelligheid haalt hij in zijn kamer een tweede sigaar, zo’n exemplaar waarmee je een uur doet, om nog meer te vertellen over duizenden deugende Russen, en over de politieke elite die uit een ander type mens bestaat.
In het voetbal komt op een WK alles samen. De wereld is een bal. Het WK is soms een dollemansrit. Soms, niet altijd. Een chauffeur reed juist heel voorzichtig over het veld in Johannesburg, voor de finale van 2010, met Nelson Mandela als passagier. Pakweg anderhalf uur voor de dribbel van Robben, pakweg drie jaar voor zijn dood. Het stadion huilde en juichte tegelijkertijd.
De geschiedenis van Zuid-Afrika trok voorbij in een karretje, en daarmee in feite de hele geschiedenis van opstand en onderdrukking, van de lange weg naar vrijheid. En toen moest de spannende, soms vervelende en dan weer opwindende finale tussen Nederland en Spanje nog beginnen. Een hoofdstuk uit die heerlijke, draaglijke lichtheid van het bestaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant