Home

William Forsythe nodigt museumbezoekers uit om te slalommen en te apenkooien door zijn werk

William Forsythe | choreograaf ‘Choreographic Objects’ van William Forsythe is een van de exposities waarmee Museum Voorlinden het tienjarig bestaan viert. De installaties van de wereldberoemde choreograaf – ‘Ik ben géén beeldend kunstenaar’ – zijn één grote uitnodiging tot bewegen. Van dans in musea moet hij echter niets hebben.

William Forsythe in Museum Voorlinden, 2026.

‘Het zijn geen esthetische objecten.” Dat zegt de wereldberoemde choreograaf William Forsythe over zijn Choreographic Objects die tijdens de zomermaanden in Museum Voorlinden in Wassenaar te zien zijn. Of eigenlijk: te beleven. De installaties zijn namelijk – behalve wel degelijk esthetisch, intrigerend of geestig – nadrukkelijk een uitnodiging aan de bezoeker om zelf aan de slag te gaan. Slalommen tussen bewegende pendels bijvoorbeeld, of apenkooiend een museumzaal doorkruisen. „Architectuur voor nieuwsgierigheid”, zo karakteriseert Forsythe zijn werk.

„Zelfs de objecten die je esthetisch zou kunnen noemen, zoals de pendels of de ringen”, zegt Forsythe (76) in de bibliotheek van het museum, „zijn het technische antwoord op de vraag hoe je een staat van beweging kunt veroorzaken zonder de kinetische details van de handeling te dicteren. Heel anders dus dan bij ballet, waarbij je heel exacte instructies geeft. Maar hier staat de precieze uitvoering niet vast, die is afhankelijk van interpretatie. De objecten zijn bronnen.”

Bronnen voor het handelen van ‘het denkende lichaam’, dat voortdurend problemen aan oplossen is terwijl het door de ruimte navigeert, aldus de choreograaf. „Je weet het door het te doen”, is een van zijn gevleugelde uitdrukkingen. Het geeft aan dat er in zijn beweeglijke brein geen wezenlijk verschil is tussen het denkproces over choreografie en wat hij zijn choreografische objecten noemt. De in New York geboren Forsythe benadrukt dat hij géén beeldend kunstenaar is, en dat ook niet ambieert. Hij is choreograaf, en wel veruit de invloedrijkste balletchoreograaf van het laatste kwart van de twintigste eeuw.

Enthousiast publiek

Met zijn deconstructie van zowel de bewegingen als de syntaxis van dansfrasen (de klassieke opbouw van een serie danspassen) in de klassieke danstaal veroorzaakte hij in de jaren tachtig als leider van Ballett Frankfurt en The Forsythe Company (Stuttgart) een ware revolutie. Die echoot nog steeds na. Zijn omvangrijke oeuvre, met werken als Artifact (1984), Impressing the Czar (1988) en Limb’s Theorem (1990), later gevolgd door kleinschaliger, zeer experimentele werken, is wereldwijd bejubeld en bekroond.

De pendels waar Forsythe het over heeft, zijn onderdeel van Nowhere and Everywhere at the Same Time, een installatie uit 2005 die in de loop der jaren in verschillende musea telkens (in proportie) aangepaste versies kreeg. In Voorlinden zwaaien tachtig kegelvormige gewichtjes aan lange koorden in verschillende tempi heen en weer, elk aangedreven door een kleine zuiger. Het sissende geluid van deze zuigers creëert een ritmische compositie. De crux van de installatie is vervat in de opdracht aan de bezoeker: „Vermijd in dit bewegende veld elk contact met de hangers.” Overal waar het werk werd gepresenteerd beweegt een enthousiast publiek, jong en oud, zich stappend, richting kiezend, huppelend, vertragend of versnellend door de ruimte.

William Forsythe, ‘The Fact of Matter’, 2009.

William Forsythe, ‘Nowhere and Everywhere at the Same Time’, 2005.

De uitdaging van de ringen is wat groter. The Fact of Matter (2009) bestaat uit 350 doodsimpele ringen van polycarbonaat die bij wijze van spreken gewoon via internet te bestellen zijn. „Mijn werk is niet kostbaar en ik maak niets zelf”, verklaart hij. De installatie lijkt een soort jungle van ringen die op variërende hoogtes aan een grid hangen. „Verplaats je alleen via de ringen door de ruimte”, luidt hier de opdracht. Apenkooien dus, als het ware. Het gaat er niet zozeer om het object ‘als object’ te observeren, te analyseren of te bewonderen, maar meer om het te gebruiken. Door gehoor te geven aan de uitnodiging, die improvisatievermogen en concentratie vergt, ervaart de ‘gebruiker’ hoe zijn lichaam werkt als geïntegreerd systeem van massa, kracht en coördinatievaardigheden. Áls hij de opdracht tenminste volbrengt – falen is een ingebouwde mogelijkheid in veel van zijn choreografische objecten en „ambitie is niet je vriend”, zoals Forsythe met duivels genoegen opmerkt tijdens de rondleiding door de negen zalen van de expositie. Hij vertelt hoe tijdens eerdere presentaties van het werk bezoekers elkaar spontaan gingen helpen en aanmoedigen.

Ook andere werken in de expositie roepen sociaal gedrag op. De instandhouding van Additive Inverse (2007) is zelfs afhankelijk van samenwerking. De driedimensionale cirkel van mistflarden lost op als bezoekers zich te snel voortbewegen en zo een te grote luchtverplaatsing veroorzaken. „Maar door je vrijwillig – het is een verzoek – te beperken tot rustig en met kleine passen te lopen, maak je samen iets moois mogelijk. Je merkt meteen of mensen dat idee van gemeenschap voelen.”

Forsythe raakte min of meer toevallig in de beeldende kunst verzeild, niet vanuit een diep geworteld gevoel van noodzaak. In 1996 vroeg de Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind hem voor zijn landschapskunstwerk The Books of Groningen, waarvoor Forsythe een rij wilgen door middel van staaldraad in een boog liet groeien – een intentionele vervorming, zoals dansbewegingen dat ook zijn. De serie Choreographic Objects die hij sindsdien creëerde, kan je zien als een tastbare voortzetting van zijn choreografische arbeid in het theater, waarvoor hij vaak ‘mental objects’ inzet: denkbeeldige lijnen, tonen, volumes en dergelijke om vorm, richting en kwaliteiten van beweging te genereren.

De laatste dertig jaar werden zijn installaties in vele musea en galeries getoond. Vrijwel zonder uitzondering nodigen ze uit tot actieve publieksdeelname.

„Ik ben in deze werken op zoek naar universals, eigenschappen die op verschillende handelingen of objecten van toepassing kunnen zijn”, legt Forsythe uit. Als voorbeeld noemt hij Towards the Diagnostic Gaze (2013), een duchampiaans ogende installatie van een veren plumeau op een sokkel met de instructie het object volledig stil te houden – wat onmogelijk is door de minieme trillingen van het lichaam. Falen is hier het bewijs dat we levende wezens zijn. „Stilstand komt in allerlei domeinen en overal ter wereld terug. Een mens, een dier, een machine kan tot stilstand komen. Denk aan een danseres die op haar spitzen balanceert. Of een hiphopper die op zijn kop staat. Het streven is om stil te staan, maar dat is absoluut uitgesloten.”

In de zaal met de pendels is vermijding het universele aspect; iets waar ieder levend wezen elke dag mee bezig is om schade of pijn te voorkomen.

William Forsythe in Museum Voorlinden.

Slingerende spiralen

In elke zaal isoleert een Choreographic Object zo kinetische aspecten in relatie tot ruimte en tijd. In de lachspiegel-met-twist (City of Abstracts, 2000) hakt speciale software elke beweging in mootjes en geeft die individueel vertraagd weer, waardoor lichamen in slingerende spiralen veranderen. Door te bewegen kan de nieuwsgierige bezoeker de bestuurbaarheid van zijn vervormde evenbeeld onderzoeken.

De film Alignigung (2016), de titel is een samentrekking van het Duitse allein en het Engelse align, toont beweging waaruit tijd en ruimte zijn weggezogen. Twee mannen voegen zich in uiterste vertraging maximaal naar het lichaam van de ander, zodat een gordiaanse knoop van lijven en ledematen ontstaat.

De live versie werd ooit uitgevoerd in een drie uur durende performance in LACMA, het museum voor moderne kunst in Los Angeles. Alignigung is bedoeld als sculpturaal werk; wat Forsythe betreft de enige rechtvaardiging om het in een museum te presenteren. Hij heeft sterke bedenkingen bij de trend om dans naar musea en galeries te brengen. „Waarom zou je? Wat is de boodschap die je ermee wilt geven? Biedt het een nieuw perspectief op de danspraktijk? Ik denk het niet. Gewoon een dansvoorstelling geven in een museum is betekenisloos. Ik vind het zelfs beledigend. Wat levert het op, dansen voor een schilderij? Kom op zeg. Ik zeg: doe het niet, tenzij je echt weet waarom. Het wordt echter te weinig doordacht. Curatoren zijn op zoek naar wat ze noemen activation of the galleries, maar volgens mij is het bedoeld om te animeren. En ik weiger te worden gebruikt als animator.” Hij spuugt het woord uit.

De vraag ‘waarom zou je’ houdt hem de laatste jaren bezig. Grootschalige balletten wil hij niet meer maken, hij heeft wat dat betreft zijn zegje gedaan. Wel is hij nog altijd verslingerd aan het werk in de balletstudio. „Het is onweerstaanbaar om mensen te zien groeien en veranderen. Een geschenk waar je bijna geen nee tegen kunt zeggen. Maar ik ben nu bijna 77 en zeven maanden per jaar ben ik op reis.” Na ruim dertig jaar Duitsland keerde Forsythe terug naar zijn geboorteland, waar hij op een boerderij in Vermont woont. „Is het wel wijs om nog zo’n meedogenloos zwervend bestaan te leiden? Ik heb niet veel jaren meer voor me. Dan ga je nadenken over wat je nog kunt doen om een wezenlijke bijdrage te leveren aan jouw kunstvorm.”

Daarnaast, zegt hij, verliest hij steeds meer vrienden. Onlangs nog Hans van Manen. „Zo’n groot verlies! Het grootste deel van mijn leven wás Hans er gewoon altijd.” Hij noemt Pina Bausch, Merce Cunningham, Trisha Brown en enkele andere collega-choreografen die eerder of recent zijn overleden.

Scheve grijns: „Die Einschläge kommen immer näher, zoals men in het Duits zegt, de blikseminslagen komen steeds dichterbij.”

William Forsythe, Choreographic Objects, t/m 23 augustus in Museum Voorlinden.

Beeldende kunst

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next