Homoseksualiteit wordt sinds 1990 niet meer als ziekte gezien, maar de gezondheidszorg is nog steeds niet op lhbti-personen ingericht, stellen Marie Ricardo, Emma Lok en Marieke van der Plas.
De internationale Pridemaand is begonnen. Pride is nooit alleen een feest geweest. Het is ook een moment van protest en reflectie. Zesendertig jaar geleden, op 17 mei, besloot de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit te schrappen van de lijst van psychische ziekten. Een historische mijlpaal en een essentiële stap richting acceptatie en gelijkheid.
Maar achter die vooruitgang schuilt een ongemakkelijke realiteit: officieel zijn lesbische, homoseksuele en bi+-personen niet meer ziek verklaard, maar in de praktijk zijn zij nog lang niet gezond. Voor trans personen en intersekse personen zijn er nog meer uitdagingen, zoals de enorme wachtlijsten bij de genderpoli’s en niet-noodzakelijke medische operaties bij intersekse kinderen.
Over de auteurs
Marie Ricardo is directeur COC Nederland. Emma Lok is directeur Women Inc. Marieke van der Plas is directeur Rutgers.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Veel lhbti-personen ervaren discriminatie, stigmatisering en onbegrip in de zorg. Dat leidt ertoe dat zij zorg mijden of uitstellen. Onderzoek naar discriminatie in de zorg in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) laat zien dat 5 procent van de zorggebruikers discriminatie ervaart; bij lhbti-personen is dit 9 procent.
Psychische klachten komen onder lhbti-personen aanzienlijk vaker voor. Zo geeft ongeveer 73 procent van de trans personen aan psychische problemen te ervaren, tegenover circa 14 procent van de algemene bevolking. Lhbti-jongeren hebben ruim twee keer zo vaak suïcidale gedachten en doen ruim vier keer zo vaak een suïcidepoging als hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. Onder intersekse personen is dit bijna vier keer hoger dan gemiddeld, en bij trans personen liggen de suïcidecijfers zelfs tot tien keer hoger dan bij hun leeftijdsgenoten.
Dit zijn geen cijfers om naast ons neer te leggen. Ze laten zien dat er nog steeds sprake is van structurele ongelijkheid, niet alleen in acceptatie, maar juist ook in gezondheid en toegang tot zorg.
We hebben homoseksualiteit dan wel uit het handboek van psychische aandoeningen geschrapt, maar daarmee hebben we de zorg nog niet inclusief gemaakt. De zorg gaat nog steeds uit van de norm van de cisgender, heteroseksuele, witte man. Zolang lhbti-personen zich niet veilig voelen bij de huisarts, diagnoses en behandelingen onvoldoende bij hen aansluiten en zij niet serieus worden genomen in hun ervaringen, blijft gelijkheid een belofte in plaats van een realiteit.
Tijdens de Pridemaand mogen we vieren wat er is bereikt. Maar juist nu moeten we ook erkennen wat nog niet goed gaat. Lhbti-personen ervaren nog steeds te veel discriminatie in de zorg, terwijl zij juist relatief vaak psychische klachten hebben en dus gebaat zouden zijn bij inclusieve zorg. Daarom roepen we zorgprofessionals op om samen met ons aandacht te geven aan lhbti-sensitieve zorg.
Bespreek het tijdens een teammeeting, doe zelf kennis op over gezondheidsverschillen en reflecteer op je eigen aannames. Ieder mens heeft aannames; je daarvan bewust zijn is een eerste stap naar lhbti-sensitieve zorg. Zo werken we samen aan zorg waarin iedereen wordt gehoord, want uiteindelijk is dat waar het om draait.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant