Darine Dandachly | directeur Libanees kinderziekenhuis De aanhoudende Israëlische aanvallen op Libanon richten zich ook op ziekenhuizen en hulpverleners. Het Libanese zorgsysteem kan dat niet aan, zegt de directeur van een organisatie die ernstig gewonde kinderen helpt. „En dan hebben we het niet eens over het trauma waar deze kinderen mee moeten leven.”
Een patiënt op de intensive care van het Jabal Amel-ziekenhuis in Tyrus, in Zuid-Libanon. Het ziekenhuis liep schade op door Israëlische luchtaanvallen in de omgeving.
De zorg in Libanon staat onder grote druk door continue aanvallen vanuit Israël. Afgelopen anderhalve week liepen drie ziekenhuizen in het zuiden van Libanon grote schade op door Israëlische bombardementen, waarbij zorgpersoneel werd gedood en gewond raakte. Meerdere ziekenhuizen in Zuid-Libanon kunnen momenteel alleen nog spoedeisende zorg verlenen, en bijvoorbeeld geen verloskundige zorg meer.
„We hebben geen keus dan ons staande te houden”, zegt Darine Dandachly, uitvoerend directeur van het Ghassan Abu Sittah Children’s Fund, in het kantoor in Beiroet. Ze ziet hoe de zorg in Libanon steeds meer in de knel komt en de verantwoordelijkheden voor haar en haar collega’s toenemen. De organisatie, mede-opgericht door de Palestijns-Britse chirurg Ghassan Abu Sittah, neemt de zorg van de meest complexe en ernstig gewonde kinderen en hun familie op zich. Daarnaast worden er momenteel kinderen van zeventien gezinnen uit Gaza behandeld.
Dandachly: „Het valt ons zwaar, maar het gaat vooral om de mensen die hun huis, leven of familie verliezen.”
Sinds begin maart zijn in Libanon ruim achthonderd kinderen gewond geraakt en ruim tweehonderd gedood. Nadat Israël en de Verenigde Staten de oorlog tegen Iran begonnen, escaleerde ook de oorlog tussen Israël en Hezbollah. Ondanks een staakt-het-vuren dat in april werd afgesproken, blijft Israël vooral Zuid-Libanon dagelijks bombarderen.
De oorlog raakt ook zorgverleners zelf. De afgelopen drie maanden doodde het Israëlische leger ruim 130 hulpverleners, bijna allemaal paramedici, volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid. „Wij weten hier in Beiroet ook niet of we veilig zijn, of wat er met vrienden of familie elders in het land zal gebeuren”, zegt Dandachly. „Huizen en dorpen van collega’s zijn volledig vernietigd.”
Darine Dandachly
„De verwondingen zijn nog veel ernstiger en levensbedreigender. In 2024 zagen we ook veel buikletsel, amputaties en hoofdwonden. Nu hebben meer mensen en kinderen dit allemaal tegelijkertijd. Daarnaast worden nu vaak gehele gezinnen gedood.”
Abdinasir Abubaker, de Libanese vertegenwoordiger voor de Wereldgezondheidsorganisatie, waarschuwde vorige week ook voor het verhoogde risico op de verspreiding van infectieziekten zoals cholera in de ruim zeshonderd opvangplekken voor ontheemden.
„Nee, zeker niet doordat de oorlog zich ook richt op de zorg. Medici doen nog steeds hun best in het zuiden, maar er zijn tekorten aan hulpmiddelen, apparatuur en medicijnen. De zorg verplaatst zich steeds meer noordwaarts. En de overheid en gewone ziekenhuizen kunnen dit niet alleen, omdat het land de financiële middelen niet heeft. Dat is waarom wij dit werk doen.”
„En dan hebben we het nog niet eens over het trauma waar deze kinderen en gezinsleden mee moeten leven en de ondersteuning die ze nodig hebben. Deze oorlog heeft hun alles afgenomen: familie, schoolvrienden, huizen, dorpen, herinneringen en ledematen. Littekens tekenen ze voor het leven. Na de behandeling kunnen ze soms nergens terecht. Opvangplekken zijn niet hygiënisch genoeg, waardoor er kans is op infecties. Ze moeten jarenlang revalideren en hebben psychotherapie, spraaktherapie enzovoorts nodig.”
Schade in een ziekenhuis in het zuiden van Libanon, door Israëlische bombardementen.
„Sinds maart hebben hier 61 kinderen in totaal 250 nachten op de intensive care voor kinderen gelegen. We hebben een team van sociaal werkers, therapeuten en artsen, die betrokken zijn bij het hele proces dat daarbij komt kijken.”
„Er is nu bijvoorbeeld een gezin van wie de moeder en drie dochters lang in het ziekenhuis lagen. De jongste was direct bij de aanval in de Bekaa-vallei gedood. Haar drie zusjes wisten dit nog niet. Na een lange tijd op de IC te hebben gelegen, overleed ook de moeder. Ik ben zelf naar het mortuarium gegaan, heb overlegd met het leger, het Rode Kruis en gemeenten om uit te zoeken hoe we de moeder veilig konden vervoeren zodat ze in hun dorp begraven kon worden. Het idee je geliefden niet te kunnen begraven in hun eigen dorp, hun grond, maar in een van de tijdelijke begraafplaatsen, is nóg een enorm drama.”
„Gelukkig lukte dit uiteindelijk wel. Maar toen moesten we ons voorbereiden op hoe we samen met de vader zijn andere drie dochters zouden vertellen dat hun moeder en zusje waren omgekomen.”
Ali wordt behandeld in het Jabal Amel-ziekenhuis in de Zuid-Libanese kuststad Tyrus nadat hij gewond raakte bij een Israëlische luchtaanval.