Home

Meezingen met het volkslied? Heel goed voor voetballers en publiek, want het brengt eenheid in de groep

Straks schalt er bij het WK voetbal weer 208 keer een volkslied door de stadions. Ook voetballers (en supporters) die niet van zingen houden, kunnen beter meedoen. En dat heeft alles te maken met wat muziek doet met ons lichaam en ons bewegingsapparaat.

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Ook bij een zoeker naar rust, reinheid en regelmaat roept het komende WK mannenvoetbal interessante vragen op, al was het maar vanwege de volksliederen van de 48 deelnemende landen die voorafgaand aan de 104 wedstrijden door de boxen zullen schallen. Dat is 208 keer genieten geblazen, heel soms een beetje van de muziek zelf (het Duitse volkslied is gecomponeerd door Haydn, het Oostenrijkse vermoedelijk door Mozart) en altijd van de close-ups van stuurs zwijgende of juist uitsloverig meebrullende spelers.

Maar waarom begin je bij het horen van de Marseillaise opgewekt mee te wiebelen en krijg je bij het Wilhelmus de neiging in huilen uit te barsten? Wat doet muziek met ons lichaam, en omgekeerd: hoe wordt de muziek die wij maken beïnvloed door ons lijf, dat met zijn hartslag, ademhaling en andere ritmische onderdelen toch ook een soort drumstel is?

De meeste volksliederen zijn getoonzet in een tweedelige maatsoort, een marstempo waarop je zo het voetbalveld op kunt marcheren, of een oorlog in: het gros van de Europese volksliederen dateert van begin 19de eeuw, toen na de val van Napoleon de orde moest worden hersteld en het nationalisme in zwang raakte. Volksliederen zouden helpen bij het smeden van nieuwe eenheden.

Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.

En dat is helemaal geen rare gedachte, want muziek zet mensen inderdaad in zekere zin gelijk, zegt Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam. Dat fenomeen heet entrainment, synchroniciteit, en het werd in de 17de eeuw bij toeval ontdekt door Christiaan Huygens, de uitvinder van het slingeruurwerk. Honing: ‘De slingers van de pendules die Huygens aan een balk had hangen, gingen na een tijdje synchroon met elkaar bewegen. Huygens constateerde dat de balk hun trillingen aan elkaar doorgaf, met als resultaat dat ze zich aan elkaar aanpasten.

‘Het is een fascinerend verschijnsel, bij lezingen laat ik het weleens zien aan de hand van twee metronomen. Die zet ik dan naast elkaar op een kartonnen plankje met twee lege colablikjes eronder om het plankje vrij te kunnen laten bewegen. Je geeft ze een tikje, het gaat helemaal ongelijk, maar al na enkele seconden staan ze met elkaar te synchroniseren.’

Beatperceptie

Niet alleen metronomen en slingeruurwerken gaan met elkaar in de pas lopen als ze elkaars trillingen opvangen; mensen doen het ook. Henkjan Honing: ‘Dat kinderen van nog maar een paar maanden oud meebewegen met muziek, heeft ook met entrainment te maken. Mensen beschikken van jongs af aan over het vermogen uit muziek de regelmaat op te pikken. Het wordt ook wel beatperceptie genoemd. Dat vermogen is cruciaal om samen muziek te kunnen maken.’

Hoelang mensen al gezellig met elkaar meeswingen op muziek is niet bekend, de oudste muziek heeft geen sporen nagelaten. Maar vast staat dat ze het al heel lang doen, zegt Honing. ‘Grofweg zijn er drie methoden om op dat soort vragen antwoord te krijgen: naar andere diersoorten kijken, naar andere culturen kijken en naar het genoom kijken. Bij maatgevoel blijken 69 genen betrokken te zijn.’

We zijn niet alleen heel goed in het horen van regelmaat, we vinden het ook fijn: het horen van beats stemt blij. Het lekkerst zijn de ritmes die overeenkomen met de ritmes in ons lijf, zoals iedereen weet die weleens galeislaaf is geweest of zichzelf tijdens een avondvierdaagse over potjes met vet heeft horen zingen. Honing: ‘Als je alle muziek ter wereld op een hoop gooit, zie je dat de meeste muziek tussen de 100 en 120 beats per minuut telt. Dat is ook ongeveer het looptempo waarin je de minste energie verbruikt, wat suggereert dat er een correlatie is tussen ons bewegingsapparaat, dus het motorische systeem plus de ademhaling, en de muziek die we maken.’

Het verband met dat andere deel van ons drumstel – de hartslag – is een stuk zwakker, zegt Honing. ‘Een hart in rust maakt ongeveer 60 of 70 slagen per minuut en die hartslag kan wel enigszins beïnvloed worden door muziek, vooral als die emotioneel is, maar uit studies blijkt geen echte samenhang tussen het tempo van muziek en dat van het hart.’

‘Social bonding’

Een deel van het lekkere gevoel van beats wordt verklaard door de voorspelbaarheid ervan. Onze hersenen zijn voortdurend bezig met voorspellingen maken, zegt Honing, en niets is zo voorspelbaar als een regelmatige beat. ‘Je ziet bij hersenscans dat mensen zich echt op die beat verheugen. Elke keer dat die voorspelling uitkomt, komt er wat dopamine vrij, soms ook wat endorfine of oxytocine: allemaal hormonen die maken dat je je beter voelt.’

Dát er een verband is tussen lichaam en muziek is dus evident. Waaróm het er is, is minder duidelijk. Maar er zijn wel theorieën over, zegt Henkjan Honing. De belangrijkste gaat over ‘social bonding’. ‘Als je jonge kinderen geregeld laat entrainen, dus synchroniseren met muziek, dan worden ze empathischer. Mensen die dezelfde muziek horen, voelen zich een groep, en dat komt door die synchronisatie. Muziek is een middel dat onze sociale cohesie kan versterken en dat werd gunstig toen we in groepen gingen leven die eigenlijk te groot voor ons waren; chimpansees leven in veel kleinere groepen dan mensen. Muziek maakt de groep dus sterker, er zijn allerlei experimenten die aantonen dat mensen ‘prosocialer’ worden, aardiger tegen elkaar, als ze samen in dezelfde maat dansen of zingen.’

Het is duidelijk waarom bijvoorbeeld Frankrijk altijd tot de favorieten behoort: de Marseillaise is niet alleen strijdlustig, maar heeft ook het juiste tempo, 116 beats per minute (bpm). Honing: ‘En een opmaat, waardoor iedereen goed kan synchroniseren.’ Het Wilhelmus gaat met gemiddeld 80 bpm een stuk trager, maar het goede nieuws is dat het volkslied van Japan, de eerste tegenstander van Oranje, nog veel slomer is: 62 bpm.

Die kunnen we hebben.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next