Home

Een 6-jarig meisje en haar moeder, de oorlog ontvlucht, in een bedompt azc

Merel van Vroonhoven is leraar, toezichthouder en columnist van de Volkskrant.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten

‘U kunt doorlopen, hoor’, zegt een mannenstem door de luidspreker. Ik sta bij het azc bij mij in de buurt. Tijdens de verkenningstochtjes door mijn nieuwe woonplaats liep ik er meermaals langs en vroeg me af hoe het zou zijn om hier te wonen. Huis en haard ontvlucht, in een wildvreemd land, wachtend op een oordeel over je toekomst.

Vandaag begin ik er als vrijwilliger bij de VoorleesExpress. Mijn eerste gezin: een 6-jarig meisje en haar moeder, die voor een oorlog zijn gevlucht en sinds enkele maanden in dit azc wonen. Twintig weken lang zal ik elke week bij hen te gast zijn.

Nog wat onwennig loop ik richting de opgestapelde portakabins, neergezet als tijdelijke opvang. Een jongen in een hoodie zit op een bankje een boek te lezen, oortjes in. Verderop een groepje vrouwen. Ze knikken vriendelijk als ik voorbijloop. Achter hen, op een zanderig veldje, klinken opgewonden stemmen. ‘Schiet hem naar mij!’ Een jongetje in een Barcelona-shirt gooit zijn handen omhoog: ‘Kijk dan, bro, ik sta vrij!’ Even waan ik me op het schoolplein. Hoelang wonen deze kinderen hier al, zo vloeiend als hun Nederlands klinkt?

Binnen kom ik in een lange gang met tl-lampen. Het is er warm en bedompt; nergens een raam te bekennen. Links een hok met wasmachines en een keuken die de bewoners delen, net als de wc’s en douches. Aan het einde van de gang klop ik aan. Een vrouw doet open. ‘Welcome’, zegt ze. ‘Please come in.’ Van achter haar rok gluurt het meisje voor wie ik kom: Amira, zwarte krulletjes, grote donkere ogen. Ze mompelt iets dat ik niet versta.

Hun kamer is nog benauwder dan de gang. Een stapelbed, een piepklein vierkant tafeltje, ertussen hoogstens 30 centimeter. Een hoge kast, een kastje met daarop een waterkoker. Elk plekje is benut.

Ik ga met Amira aan het tafeltje zitten, haar moeder op het bed. Mijn vragen lijkt het meisje niet te begrijpen, verlegen staart ze naar het tafelblad. Maar zodra ik een prentenboek uit mijn tas haal, lichten haar ogen op. ‘Dikkie Dik’, zegt ze stralend. Wanneer ik daarna ook nog een knuffel van de dikke oranje kater tevoorschijn haal, is het ijs gebroken. Met zijn pootje wijst Amira moeiteloos alle plaatjes aan: ‘Kip, boerderij, uil, muis, vlinders.’ Dan telt ze de dieren en noemt hun kleuren. Haar moeder kijkt vertederd toe.

‘Reading is good for me too’, zegt ze. ‘I want to learn Dutch.’ Ze is verpleegkundige en wil graag aan het werk. Maar haar diploma geldt hier niet, dus moet ze – als ze ooit status krijgt – alle examens opnieuw doen, in het Nederlands.

Deze week schreef minister Van den Brink van Asiel dat hij meer statushouders aan het werk wil helpen. Een mooi streven: ons land schreeuwt om personeel. Alleen is de vraag wat er van die voornemens terechtkomt. Door het Europese migratiepact dat vrijdag ingaat, krijgen nieuwe asielzoekers voorrang. De wachttijden lopen dan nog verder op. Voor tienduizenden mensen, onder wie Amira en haar moeder, betekent dat nog jaren onzekerheid en wachten, in een kamer van enkele vierkante meters.

Net als ik denk ‘genoeg gelezen voor vandaag, klinkt door het raam een kinderstem: ‘Amira, kom je voetballen?’ Grote bruine ogen vragen: ‘Mag het?’ Haar moeder knikt. Amira springt op en trekt de kastdeur open. Er rollen sokken uit, en een doos met daarin haar mooiste bezit: voetbalschoenen. Snel schiet ze erin.

Samen lopen we naar buiten. Zij voorop, de oranje knuffel onder haar arm geklemd. Ze glundert. ‘Dikkie Dik ook voetballen’, zegt ze. ‘Dikkie Dik oranje, wij Nederland.’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next