Home

Hoe Europeanen tegen de geopolitiek aankijken: van het vertrouwen in de VS tot het EU-lidmaatschap voor Oekraïne

Met Trump als roekeloze stuurman van voormalig beschermer Amerika moet Europa militair en strategisch sterker worden. De bevolking beseft dat het continent daar (nog) niet goed op is toegerust, maar is eerder pragmatisch dan paniekerig. Dat is de korte strekking van een groot pan-Europees onderzoek.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.

Het rapport dat de European Council on Foreign Relations (ECFR) woensdag presenteert heeft de titel Home Alone, verwijzend naar de kerstfilmklassieker uit 1990 over het blonde jongetje Kevin dat niet sterk is, maar wel slim. De in Berlijn en Parijs gevestigde onafhankelijke denktank baseert zijn conclusies op een grote representatieve peiling in vijftien Europese landen, waaronder Nederland. De Volkskrant zet de belangrijkste bevindingen op een rij.

1.
Vertrouwen in de VS op historisch dieptepunt

Niet eerder na 1945 was het vertrouwen van Europeanen in de Verenigde Staten zo gering. Slechts 11 procent van de Europese respondenten beschouwt de Amerikanen momenteel als ‘bondgenoten’, terwijl een kwart hen als ‘rivaal’ of ‘vijand’ bestempelt.

Toen de ECFR dezelfde vraag stelde tijdens het presidentschap van Joe Biden zag een derde van de bevraagde Europeanen de VS als geopolitieke vriend met vergelijkbare belangen en waarden. Nu gelooft de meerderheid van de ondervraagden in alle deelnemende landen dat ze niet op steun uit de VS hoeven rekenen als Europa zou worden aangevallen.

In de meeste West-Europese landen is het trans-Atlantische vertrouwen consequent gedaald sinds het moment dat Trump voor de tweede keer president werd. De belangrijkste katalysatoren voor de toenemend negatieve kijk op de VS zijn Trumps dreigement Groenland in te nemen, (de economische gevolgen van) de oorlog in Iran en de terugtrekking van Amerikaanse legeronderdelen van Europese bases.

‘Toch is het meer een pauze dan een definitieve scheiding’, zegt Pawel Zerka, analist bij de ECFR en een van de auteurs van dit onderzoek. De meeste ondervraagden zijn namelijk van mening dat de betrekkingen tussen Europese landen en de VS zullen verbeteren als Trump van het toneel verdwijnt. Valse hoop? Nee, zegt Zerka. ‘Ik vind het juist een teken van een gezonde ont-idealisering van de VS in veel Europese landen. Dat maakt een meer realistische en zakelijke omgang mogelijk.’

Interessant is dat de meeste ondervraagden er wel zeker van zijn dat Europese buurlanden hen te hulp zullen schieten in het geval van een buitenlandse aanval. Dat geldt ook voor ondervraagden met een politieke voorkeur voor uiterst rechtse partijen als de PVV, Fratelli d’Italia of de AfD.

2.
Europeanen zien de noodzaak van meer strategische autonomie, maar niemand wil uit de Navo

Het bewustzijn dat Europa militair sterker en strategisch onafhankelijker moet worden lijkt bijna overal doorgedrongen tot de maatschappelijke mainstream. Dat leidt in de meeste bevraagde landen tot meerderheden voor hogere defensiebudgetten, ook in Spanje – traditioneel terughoudend als het om militaire uitgaven gaat en een land met een uitgesproken linkse regering.

In sommige landen, waaronder Nederland, is er een meerderheid voor het maken van gemeenschappelijke Europese schulden voor defensie-uitgaven. Nederland gaat, samen met Denemarken, Zweden en Portugal, voorop in de wens om militaire aankopen in de toekomst niet meer in de VS te doen, maar bij voorkeur dicht bij huis, in Europa.

De behoefte aan meer eigen regie over de Europese verdediging leidt hier niet tot een anti-Navostemming. In alle deelnemende landen is er een duidelijke meerderheid voor lidmaatschap van het bondgenootschap, ondanks Trumps grilligheid. Tegen de achtergrond van het nieuws over de mislukking van het Duits-Franse vliegtuigbouwproject zou je dit kunnen interpreteren als een vorm van realistisch defaitisme.

Maar Michelle Haas, politicoloog en veiligheidsexpert verbonden aan de Universiteit van Gent en niet betrokken bij dit onderzoek, ziet het positiever. ‘Nog niet lang geleden werd de Navo door veel Europeanen gezien als een Amerikaans militair instrument waaraan wij meebetaalden. Dat is de echt veranderd. En niet alleen omdat Europese lidstaten nu feitelijk meer uitgeven aan het bondgenootschap.’

Waar het een jaar geleden steeds ging over de vraag of de VS onder Trump de Navo zouden verlaten en of er dan een Europees alternatief voor het bondgenootschap nodig zou zijn, zien veel Europeanen de Navo nu als belangrijk onderdeel van een betere Europese verdediging, mét of eventueel ook zonder de Amerikanen, constateert Haas op basis van het onderzoek. ‘Dat een betere Europese defensie en de Navo minder als tegengesteld aan elkaar worden gezien, vind ik vooruitgang.’

3.
In de meeste Europese landen is geen meerderheid voor EU-lidmaatschap van Oekraïne (maar in Nederland wel)

Het merendeel van de Europeanen steunt Oekraïne onverminderd in hun strijd tegen de Russische invasie, blijkt uit het onderzoek. Vooral Noord- en West-Europese ondervraagden zien het land dat al vier jaar een bezetter bevecht als ‘belangrijke bondgenoot’ van de EU.

Maar bij doorvragen blijkt die steun begrensd. Zo zijn er maar weinig landen waarin een meerderheid van de ondervraagden voorstander is van deelname aan een vredesmissie in Oekraïne na afloop van de oorlog. Er is nog minder animo voor een Oekraïens EU-lidmaatschap in de nabije toekomst – overigens is Nederland hierin een van de uitzonderingen. Landen als Duitsland, maar bijvoorbeeld ook groot Oekraïne-supporter Estland, zien dat niet zitten.

Auteur van het onderzoek Zerka noemt de gereserveerdheid jegens Oekraïne een ‘gevaarlijke tendens’. Vooral als hij kijkt naar zijn geboorteland Polen, dat een ingewikkelde historische relatie heeft met Kyiv, maar ook sterk anti-Russisch is. Hij vreest dat een deel van de bevolking uiteindelijk zal worden meegesleept door het anti-Oekraïense (en pro-Russische) sentiment in andere Oost-Europese landen, zoals Bulgarije en Hongarije.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next