Arthouse Een scifi-motief over dissidenten in een tijd zonder dromen of film: in ‘Resurrection’ lanceert Bi Gans een visueel vaak adembenemende, postmoderne excursie door China en de filmgeschiedenis.
Meta-epos Resurrection duurt twee uur en veertig minuten en oogt verbluffend, monumentaal en ook een beetje uitputtend.
Resurrection. Regie: Bi Gan. Met: Jackson Yee, Shu Qi. Lengte: 160 min.
Te zien in de bioscoop.
Een film om met open mond naar te kijken. Meta-epos Resurrection duurt twee uur en veertig minuten en oogt verbluffend, monumentaal en ook een beetje uitputtend. Regisseur Bi Gan kreeg in 2018 het filmfestival van Cannes al aan zijn voeten met Long Day’s Journey Into Night, een melancholieke ‘cherchez la femme’ waarin de held halverwege een droomwereld binnenglijdt, voor een one take-shot van ruim een uur in 3D.
Bi Gan legt vergelijkbare virtuositeit aan de dag in Resurrection, die nog subliemer én ondoorgrondelijker is. Hij kon – mocht – helaas geen tekst en uitleg geven aan een Nederlandse journalist, zo meldt de distributeur. Dat schijnt samen te hangen met de Nexperia-affaire: China is verbolgen dat de Nederlandse overheid ingreep toen de Chinese eigenaar het Nederlandse chipbedrijf leeg dreigde te trekken. Kennelijk is er een Chinese culturele boycot gaande?
Scène uit ‘Resurrection’.
Of ik van Bi Gans uitleg veel wijzer was geworden, is een andere vraag. Resurrection is geen betoog of verhaal, maar een ervaring. Wat ik begrijp – door uitleg, niet zozeer uit de film zelf – is dat ergens in de toekomst de mens eeuwig leeft, maar niet langer droomt. Films zijn ook iets ouderwets. Een aantal dissidenten – ‘fantasmers’ – verstopt zich in de ‘verborgen tijd’ van de film.
De fantasmer is vermoedelijk iemand die een illusie wil zijn, rollen speelt. In Resurrection achtervolgt een vrouwelijke agent zo’n fantasmer door de film. Dat begint met bioscoopgangers die zo rond 1910 in paniek raken omdat wij over hun schouders meekijken. De politie ontruimt de zaal, de agent fotografeert ons. Wij kijkers zijn dus die fantasmer? Gaat dit over de wisselwerking tussen subject en object, kijker en spektakel, droom en film?
Een vrouwelijke agent fotografeert de zaal.
Voor Bi Gan is het vooral een frame om ons door de filmgeschiedenis te leiden. Eerst – in de stille tijd van toverlantaarn, Lumière-straattaferelen en ingekleurd celluloid – fragmentarisch, dan speelt de fantasmer de hoofdrol in films uit verschillende periodes, te beginnen met een naargeestige film noir waarin hij als thereminspeler in een martelkelder belandt, en daarna in een spiegelpaleis voor een schietpartij à la Orson Welles’ The Lady from Shanghai.
In de jaren zestig hangt de schaduw van Kurosawa over een groep maoïsten die een verlaten Boeddhistische tempel plundert waar de ‘geest van bitterheid’ rondwaart. In de materialistische, onsentimentele jaren tachtig leert een zwendelaar een straatkind zijn trucs. In 1999 draaien – in digitale stijl, de nacht is rood en groen – een jongen en een meisje op z’n Wong Kar-Wai’s broeiend om elkaar heen.
Resurrection lijkt op zo’n door droomlogica verbonden, postmoderne verhalenbundel als Italo Calvino’s If On A Winter’s Night a Traveler of Cloud Atlas, met lekker veel beeldcitaten en symboliek voor cinefielen. Het eindigt op de drempel van de 21ste eeuw. Is de film nadien opgelost in de permanente prikkelmachine van geluid, beeld, shocks en praatjes die ons nu omringt? Roept u maar, filmtheoretici.