Van schrijnende verhalen maakt de Libanese choreograaf Ali Chahrour inspirerende voorstellingen. Zijn nieuwste, over moderne slavernij, staat op het Holland Festival – en heeft al één leven compleet veranderd.
schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.
De Libanese choreograaf Ali Chahrour (36) had in 2024, toen hij When I Saw the Sea maakte, niet kunnen weten hoe actueel zijn voorstelling zou zijn in 2026. Het idee ontstond tijdens een oorlog, en ook nu bombardeert Israël weer zijn land. Het Israëlische leger heeft al tientallen dorpen in het zuiden van Libanon verwoest en bezet, ook de dorpen waar Chahrours ouders vandaan komen.
Zijn familie is, net als ruim een miljoen andere mensen, richting het noorden gevlucht. Beiroet zit vol met deze ontheemden – Chahrour is wat later voor de videocall doordat het zo druk is in de stad. Tijdens het gesprek klinken er, ondanks de wapenstilstand, Israëlische drones op de achtergrond.
Op het moment van het interview is het nog onzeker of hij en zijn team wel het land uit kunnen vanwege de bombardementen. Gelukkig lukt het hen een paar dagen later wel – When I Saw the Sea zal vanaf 10 juni vijf dagen lang op het Holland Festival te zien zijn.
Tijdens de oorlog van 2024 zag Chahrour veel chaos, vernietiging en verdriet om zich heen. Vooral een bepaalde groep mensen had het zwaar te verduren: arbeidsmigranten. Zij werden in Beiroet op straat gezet door hun werkgevers, die zelf naar veiligere plekken vluchtten.
‘Die migranten waren veelal huishoudelijke hulpen die onder het kafala-systeem werken,’ zegt Chahrour. Dit systeem is een vorm van moderne slavernij waarbij arbeidsmigranten nauwelijks rechten hebben. Ze leven bijvoorbeeld in piepkleine kamertjes, hebben geen vakantiedagen en worden niet fatsoenlijk betaald. Het stak Chahrour dat de veelal vrouwelijke huishoudelijke hulpen in een nog kwetsbaardere positie terechtkwamen tijdens de oorlog. ‘De rijke Libanese families lieten hen gewoon achter, alsof ze objecten waren.’
Toen hij besloot een voorstelling over dit onderwerp te maken, was het voor hem direct evident dat hij dat zou doen met de mensen om wie het gaat. ‘Ik ging op zoek naar arbeidsmigranten die hun verhaal wilden vertellen, maar die ook naar het buitenland zouden kunnen, omdat ik vaak tour met mijn werk. Sommigen van deze huishoudelijke hulpen kunnen namelijk niet reizen doordat hun werkgevers hun paspoorten afpakken.’ Uiteindelijk vond hij drie vrouwen met wortels in Ethiopië: Sun-Night Moussa, Tenei Ahmad en Rania Jamal.
Chahrour werkt in al zijn voorstellingen samen met mensen met echte verhalen en niet met professionele performers. Vorig jaar was op het Holland Festival Told by my Mother te zien, waarin zijn tante op het toneel stond die vertelde over haar vermiste zoon. Chahrours performances kenmerken zich door een rauwe puurheid die je in de ziel snijdt. De performers vertellen hun heftige verhalen op gedragen muziek en zang, en bewegen met trage, repetitieve bewegingen. Elk gebaar en elk woord lijkt een onmetelijke betekenis in zich te dragen.
Hoe hij de ongeoefende performers zo ver krijgt zich zo authentiek te tonen op het toneel? ‘Ik probeer goed te luisteren als ze hun verhalen vertellen en observeer hun bewegingen. Vanuit daar bouwen we samen de voorstelling op. Performer Sun-Night vertelde me bijvoorbeeld over de adoptie van haar zoon en ik zag hoe ze haar handen onbewust op een bepaalde manier over elkaar heen bewoog, alsof ze een kind in slaap probeerde te brengen. Vanuit deze beweging wordt ze in de voorstelling als een vliegende vogel.’
De verhalen die de vrouwen vertellen, zijn hartverscheurend. Zo is Rania Jamal de dochter van een arbeidsmigrant die werd verkracht door haar werkgever en haar ter adoptie afstond. Tot op de dag van vandaag weet ze niet wie haar moeder is en of ze überhaupt nog leeft. Ondanks al het onrecht dat de vrouwen meemaken, zijn ze op het podium ook krachtig. Ze rouwen samen en zoeken, al dansend, troost en steun bij elkaar.
‘Voor mij gaat When I Saw the Sea over de cirkel van geweld’, zegt Chahrour. ‘Libanezen leven onder de agressie van het moordmonster Israël, maar tegelijkertijd zijn ze zelf gewelddadig richting mensen die zwakker zijn dan zij.’
Hoewel zijn voorstelling goed ontvangen werd in Libanon, was het voor enkele bezoekers zeker ook oncomfortabel om geconfronteerd te worden met het racisme in hun eigen land. ‘Sommige mensen verwijten me dat ik onze vuile was toon aan de westerse wereld. Maar ik maak mijn werk niet speciaal voor westerlingen, ik maak het ook voor mijn landgenoten. Bovendien, als je vuile was hebt moet je die wassen en niet verbergen. Maar ook: wie zijn Europeanen om oordelen te hebben? Alsof er in het westen geen islamofobie is. Daarnaast zijn veel landen getuige van de genocide in Gaza, maar blijven ze wapens sturen naar Israël.’
Chahrour heeft niet de illusie dat When I Saw the Sea de cirkel van geweld kan doorbreken. Maar hij merkt wel dat de voorstelling individuele levens kan veranderen. Bijvoorbeeld dat van Sun-Night Moussa. Hoewel haar werkgevers haar toestemming hadden gegeven om deel te nemen aan de voorstelling, bleven ze haar tijdens de repetities bellen om haar te zeggen dat ze de kinderen op moest halen. Chahrour: ‘Maar toen haar werkgevers de performance zagen, moesten ze huilen. De man van het gezin ging voor het eerst met haar aan tafel zitten en vertelde haar hoe trots hij op haar was. Nu behandelen ze haar met veel meer respect. Hun relatie is compleet veranderd.’
When I Saw the Sea van Ali Chahrour is van 10 t/m 14 juni te zien tijdens het Holland Festival in Theater Bellevue in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant