Zes mannen die zijn gearresteerd na de explosie bij een synagoge op 13 maart in Rotterdam en een poging tot aanslag op een tweede Rotterdamse synagoge diezelfde nacht, worden verdacht van handelen met een terroristisch oogmerk.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Het gaat om vier jongvolwassen mannen jonger dan 20 jaar, een 23-jarige en een minderjarige van 17. De aanklagers menen dat de verdachten konden weten dat het ging om joodse gebedshuizen. ‘De acties hadden duidelijk tot doel om de joodse bevolking vrees aan te jagen’, aldus de officier van justitie. De aanslag werd gefilmd en de beelden werden kort na de explosie in chatgroepen op het internet geplaatst.
Deze en andere aanslagen in Europa zijn volgens de Amerikaanse veiligheidsdienst FBI deel van een Iraanse haatcampagne tegen Israël en de VS. De reeks aanslagen begon op 9 maart met de explosie bij een synagoge in het Belgische Luik. De opdrachtgever is volgens de Amerikaanse autoriteiten de Irakees Mohammad al-Saadi, die nauwe banden heeft met de Iraanse Republikeinse Garde en met de radicale Iraakse (pro-Iraanse) sjiitische militie Kata’ib Hezbollah.
Ook volgens het Nederlandse Openbaar Ministerie maken de aanslagen deel uit van ‘een militaire operatie gericht op Amerikaanse en Israëlische instellingen’, die op 9 maart door de aanstuurders online werd aangekondigd en geëffectueerd. Al-Saadi werd vorige maand in Turkije aangehouden en uitgeleverd aan de VS. In de aanklacht tegen hem worden verschillende aanslagen in Europa genoemd, waaronder die in Rotterdam, en later ook in Nijkerk en twee in Amsterdam (op de joodse Cheiderschool en een filiaal van de Bank of New York Mellon).
Het Openbaar Ministerie ziet geen verband tussen de aanslagen in Amsterdam en Nijkerk, en de zes verdachten van de explosie op 13 maart in Rotterdam. Op de voorbereidende strafzitting tegen deze zes jongeren, dinsdagmiddag in de extra beveiligde rechtbank in Rotterdam, bleek dat vier verdachten hun betrokkenheid tegenover de politie hebben bekend. Zij zouden de aanslag op de synagoge aan het Rotterdamse Davidsplein hebben gepleegd met een cobra 6 en een fles benzine. Diezelfde nacht verijdelde de politie een tweede aanslag op de synagoge aan de Rotterdamse Mozartlaan.
Deze vier uitvoerders zouden zijn aangestuurd en gefaciliteerd door de twee overige verdachten. Zij zwijgen tot dusver over eventuele betrokkenheid. Het OM stelt echter te beschikken over belastende chatgesprekken die deze twee met elkaar voerden, waarin ze onder meer aangaven dat ‘de pakkans groot’ was. Ook deelden zij de adressen van de synagogen aan het Davidsplein en de Mozartlaan.
Volgens de officier van justitie hadden de vier uitvoerders, onder wie de minderjarige, ‘geen persoonlijk motief om de joodse bevolking angst aan te jagen’. Ze werden geronseld via Snapchat en kregen 3.000 euro in het vooruitzicht gesteld. Hun advocaten zeggen onder meer dat hun cliënten niet wisten dat het doel een joods gebedshuis was, en pleiten voor berechting volgens het jeugdstrafrecht (dat kan bij verdachten tot 23 jaar, afhankelijk van hun intellectuele ontwikkeling). Hierover zal de Reclassering een advies uitbrengen. Een van de advocaten pleit daarbij ook voor ‘onderzoek naar de pedagogische rollen van de ouders’ van haar cliënt. De zaak van de minderjarige wordt achter gesloten deuren behandeld.
Volgens de verdediging zijn de vier uitvoerders ‘jonge, onwetende jongens die werden misbruikt om een hoger doel te dienen dat zij niet kenden’. Ook ‘moeten we eigenlijk constateren dat er bij deze verdachten helemaal geen terroristisch oogmerk is; deze jongens zijn nou niet bepaald vaste kijkers van het NOS Journaal’.
De twee aanklagers, onder wie een terrorisme-expert, zien dit dus anders. Zij benadrukken de geschokte rechtsorde ‘die tot op de dag van vandaag voortduurt, met name voor de joodse gemeenschap’. Een van de verdachten is inmiddels overgeplaatst naar de Terroristische Afdeling van de extra beveiligde gevangenis in Vught.
Tijdens de inhoudelijke behandeling van deze strafzaak zal dan ook de vraag centraal staan of de verdachten al dan niet hebben gehandeld met een terroristisch oogmerk, en uit welk bewijs dat precies blijkt. Wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld, is nog niet bekend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant