Vier vragen over geklapte militaire samenwerking Het project voor een gezamenlijk gevechtsvliegtuig zou zijn stukgelopen wegens gebrek aan overeenstemming tussen de fabrikanten. Het is een ernstige tegenslag voor de eensgezindheid die Europa wil uitstralen.
De presentatie van een model op ware grootte van het Frans-Duitse gevechtsvliegtuig van het Future Combat Air System (FCAS), dat werd ontwikkeld door Dassault Aviation, Airbus en Indra Sistemas.
Het verkeert in „een hersendode staat”, zo omschreef de Franse krant Le Monde het Frans-Duitse project om samen een gevechtsvliegtuig te bouwen eerder dit jaar. Aan Duitse zijde heerste niet veel meer enthousiasme. De Duitse Defensieminister Boris Pistorius (SPD) had uit voorzorg al benadrukt dat stopzetting van het project „niet het einde van de wereld zou zijn en dat de Duits-Franse vriendschap zou blijven bestaan”.
Hoewel er al miljarden gestoken zijn in het project, waarvan de kosten in totaal geraamd werden op 100 miljard euro, was al langer duidelijk dat de Frans-Duitse inspanningen voor een nieuw gevechtsvliegtuig zouden stranden. Maandag trok Duitsland definitief de stekker uit het project.
Die conclusie is niet onverwacht gezien de stroeve samenwerking, maar wel pijnlijk: na de inname van de Krim in 2014 en de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 door Rusland, en het veranderende buitenland- en defensiebeleid van de VS is de noodzaak voor meer Europese samenwerking juist toegenomen. Waarom slaagden de twee grootste economieën van de Europese Unie er dan niet in een succesvolle defensiesamenwerking op te zetten? Vier vragen en antwoorden over het project.
Kort na zijn aantreden voor zijn eerste termijn in januari 2017, noemde de Amerikaanse president Donald Trump de NAVO „obsoleet” – een schok voor de trans-Atlantische verhoudingen. In reactie daarop wilden de Franse president Emmanuel Macron en de toenmalige Duitse kanselier Angela Merkel laten zien dat Europa onafhankelijk van de VS kan opereren, en de Europese defensie in eigen hand kan nemen. In juli 2017, vlak voor Trumps eerste bezoek aan Macron, besloten Macron en Merkel dat er een Frans-Duits gevechtsvliegtuig moest komen. De naam van het project: het ‘Future Combat Air System’ (FCAS).
FCAS zou bestaan uit een bemand gevechtsvliegtuig, dat vanaf 2040 geproduceerd had moeten worden. Daarnaast zou FCAS bestaan uit een „onbemand” systeem (drones) en een „combat cloud” die data van vliegtuigen en drones met elkaar verbindt.
Het gevechtsvliegtuig zou een project worden van het Franse Dassault en het Duits-Franse Airbus Defense. In 2019 sloot het Spaanse Indra zich bij het project aan. Het vliegtuig zou van de „zesde generatie” moeten zijn, een innovatieslag verder dan de vijfde generatie vliegtuigen die sinds deze eeuw vliegen. De mate van technische innovatie wordt bij gevechtsvliegtuigen sinds de jaren veertig in generaties aangeduid, meerdere landen werken aan een zesde. De ‘Joint Strike Fighter’ die de Nederlandse luchtmacht gebruikt is van de vijfde generatie, de Franse Rafale en de Duitse Eurofighter allebei van de vierde generatie. In totaal werden de kosten van FCAS op 100 miljard euro geschat.
Kanselier Friedrich Merz liet Macron vorige week vrijdag tijdens een top in Montenegro weten dat hij geen heil meer ziet in het gezamenlijke gevechtsvliegtuig. Maandagavond bevestigde het Élysée dat het project wordt gestaakt. Het persbericht van het Élysée noemt het gebrek aan „overeenstemming tussen de fabrikanten”, en stelt dat Duitsland geen mogelijkheden meer zag om de „druk op de fabrikanten” verder op te voeren.
In Berlijn werd al maanden op een einde van het project gerekend. De Franse fabrikant Dassault eiste de leidende rol op in de ontwikkeling van de straaljager, maar Airbus, waarvan de defensie-tak in Duitsland is gevestigd, wilde meer zeggenschap en nam geen genoegen met een bijrol. „Als Airbus vasthoudt aan die positie, dan is het project dood”, zei Dassault-topman Éric Trappier in maart.
Merz en Macron lieten mediators bemiddelen tussen de bedrijven, maar die gesprekken klapten in april. Volgens Duitse media sprak kanselier Merz vorige week nog met Trappier, maar leverde dat niets op. Daaruit heeft Merz zijn conclusies getrokken. Een andere reden voor de timing van het besluit is de lucht- en ruimtevaartbeurs ILA, die deze week in Berlijn plaatsvindt. Merz houdt een toespraak op de beurs, waarin hij meteen nieuwe mogelijkheden voor Europese samenwerking wil schetsen.
Naast de moeizame industriële samenwerking tussen Dassault en Airbus zag Merz ook een weeffout in de opzet van het project. In de podcast Machtwechsel zei Merz in februari dat bij het begin van het project niet goed is vastgelegd aan welke specificaties het vliegtuig moet voldoen, en dat nu blijkt dat Fransen en Duitsers uiteenlopende wensen hebben. Merz: „De Fransen […] hebben een gevechtsvliegtuig nodig dat atoomwapens kan dragen en geschikt is voor een vliegdekschip. Dat hebben wij in onze Bundeswehr op dit moment niet nodig.”
In de podcast zegt Merz ook waarom Europese samenwerking op praktisch niveau belangrijk is: „We moeten minder systemen hebben, die minder ingewikkeld en minder duur zijn om te bouwen, en die we in grotere aantallen kunnen produceren.” Volgens het Handelsblatt, dat zich baseert op Duitse regeringsbronnen, zou aan de zogeheten combat cloud nog wel worden doorgewerkt.
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz (links) en de Franse president Emmanuel Macron vrijdag bij de EU-Westelijke Balkan-top in Porto Montenegro, Tivat.
FCAS was bedoeld als een antwoord op trans-Atlantische verhoudingen onder druk, als hét symbool van Europese soevereiniteit. Dat negen jaar na de conceptie van het project wordt vastgesteld dat het niet lukt omdat de belangen van de bedrijven en de lidstaten waarin ze gevestigd zijn te veel verschillen, is een bittere pil. Volgens Merz ligt het mislukken niet aan een gebrek aan politieke wil. Maar in het bericht van het Élysée wordt wel degelijk gesuggereerd dat de Duitse regering méér druk op Airbus had kunnen uitoefenen. Voor de eensgezindheid die Europa wil uitstralen, naar Moskou maar ook naar Washington, is de FCAS-miskleun een ernstige tegenslag.
Voor Macron is de directe schade groter dan voor Merz. Macron stond aan de wieg van het project, en is hoe dan ook sinds zijn aantreden in 2017 de voortrekker van het idee van Europese soevereiniteit.
Ook nadat Merz zijn twijfel over het project eerder dit jaar kenbaar maakte, bleef Macron FCAS verdedigen. Het Élysée verklaarde in februari dat Macron zich zou blijven inzetten voor het succes van de gezamenlijke straaljager en noemde het „onbegrijpelijk” dat de deelnemende bedrijven er niet in slaagden de verschillen te overbruggen in een tijd waarin Europa „eenheid en daadkracht moet laten zien”.
Nu het einde van Macrons presidentschap nadert, is het pijnlijk dat een project strandt waar hij zich jarenlang voor heeft ingezet. De Fransen zullen er dus alles aan doen om nog een positieve draai te geven aan het project. In zijn verklaring hamerde het Élysée er al op „dat Frans-Duitse samenwerking essentieel is voor beide landen en voor onze Europese partners, op het gebied van defensie en veiligheid”.
Op termijn is de Frans-Duitse samenwerking ook op economisch gebied in het belang van Frankrijk. De Duitse defensie-uitgaven zijn nu al bijna dubbel zo hoog als die in Frankrijk (in Duitsland dit jaar circa 110 miljard euro, in Frankrijk zo’n 60 miljard euro), en dat verschil zal in de komende jaren verder oplopen. Franse defensiebedrijven willen daarvan meeprofiteren.
Generaal Fabien Mandon, stafchef van het Franse leger, waarschuwde vorige maand in de Franse senaat voor een te groot gat tussen de Duitse en Franse investeringen, dat uiteindelijk het machtsevenwicht zou kunnen verstoren. „We kunnen achter komen te liggen. Als Duitsland doorgaat in dit tempo, dan telt het over vijf jaar niet meer dat wij operationele ervaring hebben en een bepaalde cultuur. […] Voor de Amerikanen wordt Duitsland langzamerhand het Europese referentiepunt.”
Géén vliegtuig is geen optie. De Britse krant Financial Times (FT) bericht dinsdag dat Airbus een alliantie voorstelt met acht luchtvaart- en defensiebedrijven, om een alternatief voor het mislukte Frans-Duitse project te ontwikkelen. De bedrijven hebben zich eerder deze week gemeld bij Merz en de Duitse minister van Defensie Pistorius, blijkt uit een brief die de FT heeft ingezien.
Volgens de krant maakt de alliantie zich later deze week waarschijnlijk bekend op de lucht- en ruimtevaartbeurs in Berlijn. Het gaat om hoofdzakelijk Duitse bedrijven, die volgens de FT gefrustreerd zijn over het onvermogen van politici in Berlijn en Parijs om een knoop door te hakken over het gezamenlijke vliegtuigproject. De politici wijzen op hun beurt juist naar de fabrikanten die het volgens hen niet eens worden.
Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Duitsland geen gevechtsvliegtuig op eigen houtje gemaakt, schrijft Handelsblatt. Er waren samenwerkingen die wel slaagden, met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië. Ook nu stellen de Duitse fabrikanten die naar voren zouden treden, uiteindelijk een Europese samenwerking voor, met het idee: als wij de vlucht naar voren nemen, zullen nieuwe partners zich wel aansluiten. Spanje bijvoorbeeld, dat ook meewerkte aan het FCAS-project.
Drie scenario’s, volgens het Handelsblatt. Het Britse BAE-Systems werkt met het Italiaanse Leonardo aan een luchtverdedigingsprogramma, waarmee ze óók een zesde-generatie-gevechtsvliegtuig maken. Airbus Defense zou zich daarbij kunnen aansluiten, suggereert de krant. Andere optie: samenwerken met het Zweedse defensiebedrijf Saab, dat maakt onder andere het gevechtsvliegtuig Gripen (Zweeds voor Griffioen). Saab werkt al samen met de Duitse industrie, en heeft in de toekomst een partner nodig om een nieuwe generatie gevechtsvliegtuig te kunnen ontwikkelen. Een derde mogelijkheid is de Duitse vlucht naar voren, en erop gokken dat partners zich later aansluiten. Want Duitsland heeft die hulp wel nodig: het heeft niet voor alle onderdelen van een gevechtsvliegtuig de kennis en vaardigheden in huis – iets wat Dassault-topman Éric Trappier in de afgelopen maanden maar al te graag herhaalde.