Opera Componist Huba de Graaff maakte met zangeres Naaz de opera ‘Qaqnas’ voor het Holland Festival. In het stuk, geïnspireerd door de Koerdische slogan ‘vrouw, leven, vrijheid’, zingt Naaz voor de eerste keer opera en laat met een hese rasp, zwierige kronkels en gejammer dat ze zelf ‘jodelen’ noemt horen wat ze met haar stem kan.
Naaz zingt dit jaar onder andere in de opera ‘Qagnas’, 2026.
Zangeres Naaz zingt een kronkelige melodie, loopt naar de kop van de werkbank en trekt een la open. Met een kreet klapt ze hem dicht. Bam.
En weer: la open, klaagzang. Bam.
Nog een keer: la open, zang. En dan gelach. Naaz sloeg zo hard de la dicht dat hij ontzet is. Componist en violist Huba de Graaff, vrolijk: „Ja, alle woede gaat in die keukenla zitten. Dat is gewoon zo.”
Terwijl een technicus de la repareert, gaan ze verder. De Graaff: „Vanaf ‘Ohohoh’, tweede entr’acte en dan acht minuten.” Suizende tonen van de elektrische cello, een subtiel tikken als van een vork op staal, worden voortgebracht door vier muzikanten. Percussionist Mei-Yi Lee speelt op elektrisch versterkte kopjes, schalen, snijplank en waterkoker. „Kitchentronics”, noemt zij ze.
Hier, in een ruime zaal in Amsterdam-West, wordt gerepeteerd voor de opera Qaqnas van componist Huba de Graaff, met vier vrouwelijke muzikanten en de Koerdisch-Nederlandse popzangeres Naaz. Qaqnas, vanaf 11 juni te zien op het Holland Festival, gaat over ‘vrijheid voor vrouwen’. Een van de inspiraties was de van oorsprong Koerdische slogan ‘Vrouw, leven, vrijheid’, bekend van de Iraanse protesten na de moord op de jonge vrouw Jina Mahsa Amini in september 2022.
In diezelfde periode bezocht Huba de Graaff (1959, Amsterdam) vrienden in de Autonome Regio Koerdistan in Noord-Irak. Via hen ontmoette ze meerdere vrouwen en was onder de indruk van hun vechtlust. „Ik leerde vrouwen kennen die net als ik met kunst en elektronica bezig waren”, zegt De Graaff. „Toen dacht ik, dat is een onderwerp voor een opera: vrouwen, vrijheid en elektronica.”
Ze besloot dit thema te combineren met een gedicht waarin álle vrouwen zich konden herkennen. „Een vriendin raadde ‘Qaqnas’ aan, van de Koerdische dichteres Tarza Jaff, over een vrouw die als feniks herrijst uit een uitzichtloze situatie.” ‘Qaqnas’ is Koerdisch voor feniks.
Voor de sfeer en sound van Qaqnas liet ze zich inspireren door vragen over vrijheid: is vrijheid voor vrouwen moeilijker te bevechten, en moeilijker te onderhouden? Ze dacht aan onderwerpen als veiligheid op straat, en aan eigen ervaringen in het verleden.
Na haar studie compositie in de jaren tachtig had De Graaff weinig werk als componist. Ze hoorde vaak: vrouwen kunnen niet componeren. Ondertussen studeerde ze ook sonologie, en ontdekte de mogelijkheden van elektronica. Vervolgens componeerde ze haar eigen stukken en voerde ze uit. „Het mooie van elektronica is dat je alles zelf kunt doen, ik hoefde niet te bedelen bij een orkest of ze mijn partituur wilden vertolken.” Op die manier maakte ze inmiddels vijftien opera’s.
In de oefenruimte staan Naaz en de vier vrouwelijke muzikanten om een werkblad dat lijkt op een kookeiland – De Graaff overdenkt persoonlijke perikelen zelf graag aan de keukentafel. Het gezoem van de ijskast en het gegorgel van een waterkoker zijn haar favoriete klanken – die komen nu in zwaar bewerkte vorm voor in Qaqnas.
De tekst in de voorstelling bestaat uit het complete gedicht van Tarza Jaff, in de oorspronkelijke taal. Naaz draagt ook een Engelse versie voor – om het voor het publiek toegankelijk te maken. Daarin horen we hoe vrouwen de vrijheid vinden: „Vrouwen openen deuren met moeite/ Hun roestige sleutels zitten vast in hun handen.”
Naaz is niet geschoold in opera, maar ze heeft veel mogelijkheden in haar stem, zegt De Graaff. Die verscheidenheid laat ze in Qaqnas horen: de hese rasp, de zwierige kronkels, het gejammer dat ze zelf ‘jodelen’ noemt. „Vanochtend hadden we even discussie over het begin van het stuk. Naaz wilde daar meteen heel hoog zingen. Meestal vind ik alles goed, maar nu hield ik het geheel in de gaten. Een stuk van vijf kwartier heeft een spanningsboog, je wil het opbouwen. Die hoge toon van Naaz hoorde voor mij aan het eind, het is tenslotte een ‘hoogtepunt’.”
Naaz (in 1998 geboren als Naaz Mohammad in Gorinchem) oefende in haar kindertijd om net als Mariah Carey vijf octaven te kunnen halen. Qaqnas sluit ze af met de allerhoogste ‘E’ – waarmee ze nu lid is van een select gezelschap popzangeressen. Ariana Grande kan het, Mariah kon het.
Vervolgens studeerde ze op de juiste timing van haar woorden, met als voorbeeld de zanger Frank Ocean die ze ‘relaxed’ vond klinken, vertelt ze na de repetitie.
In 2018, als 19-jarige, werd Naaz’ debuut enthousiast ontvangen. In 2023 gaf ze een uitverkocht concert in Carré, Amsterdam. Tussendoor verdween ze soms een tijd uit beeld. Sinds ze een paar jaar geleden de diagnose autisme kreeg, leerde ze hoe ze zich kan beschermen tegen te veel prikkels. Ze bezingt haar nieuwe inzichten in ‘I Get Tired So Fast’, op het onlangs verschenen album The Sky Knows I Exist, waarop ze raspende rockzang en glooiende vocalen combineert met barokke instrumentaties.
Naaz, 2026.
Ze heeft een volle agenda dit jaar. Ze schreef de muziek bij The Imposter, een voorstelling van theatergroep Orkater, in het najaar maakt ze een compositie voor Romeo en Julia van Theater Oostpool. Begin juli speelt ze met haar eigen band e op Down The Rabbit Hole.
Maar nu eerst is er haar bijdrage aan Qaqnas, waarin Koerdische taal en cultuur zo’n belangrijke rol spelen. Naaz groeide op met de muziek van haar ouders, met Koerdische, Arabische en Perzische liedjes. „Daar hield mijn moeder van.”
Voor een kind van Koerdische immigranten – eind jaren tachtig gevlucht naar Nederland om de Irak-Iranoorlog – was een muzikale carrière niet vanzelfsprekend. „Haar vader en ik hoopten dat ze dokter zou worden. Of een ander mooi beroep”, vertelt Nawal Mohammad, de moeder van Naaz, desgevraagd.
Op tv waren in die tijd popzangeressen te zien als Britney Spears. „Schaars geklede vrouwen, die zich gedroegen op een manier die andere mensen hadden bedacht. Ze zongen geen zelfgeschreven nummers”, zegt Naaz. „Dat gaf mijn ouders een negatief beeld van de muziekbusiness. Ze vonden het respectloos, alsof je je lichaam verkoopt.”
Thuis werd erover gediscussieerd. „Toen ik begreep dat zang voor haar op de eerste plaats kwam en ze gelukkig werd van zingen, ging ik echt luisteren”, zegt moeder Nawal Mohammad. „Ze heeft een mooie stem. Die moeten we waarderen. En een goede boodschap, dat vind ik belangrijk, zo hebben we onze kinderen opgevoed.”
Naaz’ lied ‘Azadî’ uit 2022 is een van haar moeders favorieten. „Daarin hoor ik elementen uit Koerdische en Arabische muziek. In de manier van zingen en in de toonladders die ze gebruikt.”
Naaz verwerkt in dit lied dezelfde Koerdische leuze die Huba de Graaff als uitgangspunt koos voor Qaqnas: ‘Vrouw, leven, vrijheid’ (‘Jin, Jiyan, Azadî’). Twee weken nadat ze ‘Azadî’ had geschreven, werd Jina Mahsa Amini in Teheran vermoord. .
In Iran was Amini’s naam Jina verboden, omdat hij Koerdisch is, waarmee haar werkelijke identiteit werd ontkend. Na haar dood voegde Naaz die naam toe aan de tekst van ‘Azadî’: ‘You don’t know her real name/ She is the woman, the life and the freedom/ Jina Mahsa Amini’.
Ze zong het op allerlei protestbijeenkomsten, in haar eentje tijdens het Rode Lijn-protest op het Museumplein en afgelopen maart een vurige versie met haar band op Protestfest, in Paradiso, Amsterdam.
Na meerdere hobbels, zoals een moeizaam huwelijk met een islamitische man dat inmiddels ontbonden is, heeft Naaz zelfcensuur, diplomatie en beleefdheid jegens familie of traditie afgeschaft. In 2023 schreef ze een lied over vrouwen die als seksueel object worden beschouwd en vervolgens zedeloosheid wordt verweten.
Het heet ‘Kche Baralla’, een Koerdisch scheldwoord voor ‘losse vrouw’, zegt Naaz. Het is een protestlied. „Dat een vrouw zo wordt genoemd vind ik iets om hard tegen te protesteren. Dat beschouw ik als mijn grondrecht.” Het nummer kreeg veel reacties. „Van boze Koerdische mensen. Ik begrijp dat het respectloos lijkt om een scheldwoord als titel te nemen. Maar ik vond het nodig.”
Ze begrijpt wel iets van het bezwaar dat haar vader en moeder ooit hadden tegen haar carrière. „Soms, als ik op het podium sta te zingen en mensen in de zaal praten erdoorheen, kan ik me waardeloos voelen. Alsof ik mezelf verkoop. In gedachten hoor ik dan de stem van mijn ouders: ‘Is dit nou een serieuze baan?’.”
Onlangs trad ze op in het Skatecafé, Amsterdam, met haar eigen band. Ze betoverde het publiek, zingend, springend, op haar knieën vallend, dansend tussen gelijkgestemden tijdens ‘I Get Tired So Fast’. Na ‘Kche Baralla’ maakte ze een wegwerpgebaar, en citeerde een tekstflard uit het lied over ‘haar vriend de berg’. „Ze kunnen je een hoer noemen. Maar als je op een hoge berg staat, kaatst het woord terug naar degene die het zegt.”
De moeder van Naaz: „Het is belangrijk voor alle vrouwen om een mening te hebben en die te uiten. Naaz heeft een sterke mening, op een nette manier. Dan zeg ik: ‘Prima, meid’.”
In de oefenruimte van Qaqnas, een week later, vertelt Huba de Graaff dat ze in Koerdistan onder de indruk was van de strijdbare houding van vrouwen, een houding die ze soms mist in eigen land. Naaz brengt die strijdlust nu hier in de praktijk, in eigen liedjes en in Qaqnas.
Qaqnas: 11 t/m 14 juni, Frascati, Amsterdam. Info: hubadegraaff.comNaaz: 5/7 Down The Rabbit Hole, Beuningen. Meer data: bitsofnaaz.com