Ook wie Quentin Blake niet kent, herkent zijn illustraties in één oogopslag. Afgelopen vrijdag werd het Quentin Blake Centre for Illustration geopend in Londen. ‘Tekenen is als ademen voor hem’, aldus Lindsey Glen, directeur van het kersverse kunstcentrum.
Quentin Blake laat het bijna makkelijk lijken: een snelle opzet met een krasserige kroontjespen (soms een ganzenveer), hier en daar ingevuld met wolken van waterverf. Op die manier bracht hij bekende Dahl-personages uit onze gedeelde jeugd tot leven, waaronder het briljante kind Matilda, de lieve juf Engel en de alom gevreesde juf Bulstronk.
Generaties zijn opgegroeid met de karakteristieke stijl van de Engelse illustrator Quentin Blake (93), die al zo’n zeven decennia tekent en meer dan 500 boeken heeft geïllustreerd.
Met het museum wil de organisatie andere illustratoren en het medium tekenkunst een groot podium bieden. De Quentin Blake Centre for Illustration profileert zich als de enige plek in Engeland waar illustraties deel uitmaken van de permanente collectie. Directeur Lindsey Glen: ‘Illustratie wordt als volwassen, autonome kunstvorm vaak over het hoofd gezien. Dat is zonde, want het is volgens mij de natuurlijkste manier om jezelf uit te drukken: met een potlood of pen op papier.’
Het centrum is gevestigd in een voormalige waterzuiveringsinstallatie. Het oudste gebouw stamt uit 1707. Glen beschrijft het als ‘totaal vervallen’ toen ze het aantrof. De totale kosten om de 8.000 vierkante meter ‘op museumniveau’ te krijgen, inclusief buitengedeelte en bibliotheek, bedroegen 12 tot 12,5 miljoen pond (13,9 tot 14,5 miljoen euro).
Toch is het centrum niet helemaal nieuw. Begin 2000 had Blake zijn eigen ‘charity’. Hij bracht vrienden, oud-studenten en collega’s van de illustratieafdeling van het Royal College of Art samen. Zij fantaseerden gezamenlijk over hoe een nationaal centrum voor illustratie eruit zou kunnen zien en begonnen steun te verwerven voor hun idee, met reizende tentoonstellingen en educatieve projecten.
In 2014 opende The House of Illustration, dat openbleef tot 2020, in een groot bakstenen gebouw in King’s Cross. Nu heeft de organisatie een nieuwe, vaste plek. Deze is daadwerkelijk anders dan de vorige volgens Lindsey Glen: ‘Het is niet gewoon een museum waarvoor je een ticket koopt, het is een levend centrum. We willen vooral dat mensen meedoen, zelf hier tekenen. Vanochtend zat ik tegenover een oudere man die gekleurde hartjes tekende en zei: ‘Ik heb niet meer getekend sinds ik een kind was.’
Onlangs onthulde Blake in het centrum een muurschildering, een niet eerder gepubliceerd autonoom werk. Daarnaast zijn drie openingsexposities te zien: een over queer comics, een solotentoonstelling van de Brits-Sri Lankaanse kunstenaar Murugiah en natuurlijk een met het werk van Quentin Blake, waaronder originele tekeningen. Dat voegt een unieke ervaring toe, volgens Lindsey Glen: ‘Je ziet stukjes Tippex, stukjes plakband en dingen die erop geplakt zijn, en hoe hij steeds iets heeft aangepast.’
Verder toont het museum een aantal reproducties van Blakes schetsboeken, waar de bezoeker doorheen kan bladeren. Over zijn gigantische archief heeft het museum geen beschikking; dat beheert Blake nog zelf. En daar komt bovendien iedere dag wat bij, vertelt Glen: ‘Op 93-jarige leeftijd wil hij eigenlijk het liefst iedere dag lekker thuisblijven en tekenen. Dat is wat hem het gelukkigst maakt.’
Source: Volkskrant