is ICT-consultant en publicist.
Een bepaalde categorie wetenschappers noem ik frenologen. Eén daarvan deelde onlangs een reportage van de Volkskrant op haar sociale media. De reportage onderzoekt de opvattingen van ‘gewone’ Nederlandse tieners en merkt onder meer op dat er meiden zijn die hun vriendjes om toestemming moeten vragen om met hun jongensvrienden af te spreken, als ze die überhaupt mogen hebben. Blijkbaar is dit voor de witte burgeressen die Bezuidenhout en Buitenveldert bevolken een nieuw idee.
Mijn oma is ook een witte vrouw: geboren in de Schilderswijk, waar ze de Duitsers nog uit de lucht zag vallen. Via haar stam ik af van de Viking Rollo, die Parijs belegerde en vanaf zijn sterfbed schijnbaar honderd christenen liet onthoofden. Dat heeft verder niets te maken met deze column, maar u mag best een persoonlijk detail weten.
Oma zou het in ieder geval vreemd vinden dat haar echtgenoot, die ze weggooide omdat hij vreemdging, beslist wie wel en niet haar vrienden mogen zijn. Tot haar zelfgekozen dood leefde oma met haar lapjeskat Lucky en rookte dagelijks twee pakjes lange Belinda’s. Of ze vriendjes had, weet ik niet.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik kende eens een meid. Laten we haar Nisrine noemen. Nisrine vond het ook normaal om met jongens om te gaan, tegen de wil van de gekleurde mannen van middelbare en alle andere leeftijden van haar gezellige gemeenschap in. Op een dag verdween ze. Het gerucht ging dat haar ouders Nisrine in hun geboorteland achterlieten, omdat ze haar klasgenoot in het fietsenhok had gepijpt. Terwijl ze haar hoofddoek ophad. Ja, dat laatste werd benadrukt. Die hoofddoek droeg ze voor straf omdat ze jongensvrienden had. Het pijpen was overigens onvrijwillig.
Het reguleren van de bewegingsvrijheid van vrouwen, met wie zij contact hebben, en wat zij met hun lichaam doen, is een hoeksteen van het mainstream islamitisch discours. Niet het islamitisch discours dat u kent van de opiniepagina’s, maar dat van de minbar (preekstoel) en de georganiseerde islam. Zo verwelkomde een islamitische stichting onlangs Joram van Klaveren, de witte bekeertrofee van de oemma. Vrouwen niet welkom: gebrek aan ruimte.
Ook het idee dat mannen het geld verdienen en vrouwen zich daarvoor seksueel ter beschikking stellen, maar vooral dat laatste, is sinds jaar en dag de consensus van de soennitisch-islamitische orthodoxie. Nu deze opvattingen opduiken aan de keukentafels van Bezuidenhout en Buitenveldert heet dat ineens: manosfeer. Blijkbaar is het dan wel een probleem.
Vrijwel niemand bekommerde zich over deze opvattingen zolang die de huiskamers van bepaalde postcodes niet verlieten. U weet wel, die geweldige diverse wijken waar burgeressen baklava gaan eten na het dineren in een exotisch restaurant, om op hetzelfde tijdstip te vertrekken waarop vaders in die wijk hun dochters voor kankerhoer uitschelden als ze de avondklok negeren.
Of voor ‘kech’, voor sommigen een leuk popcultureel weetje bij 30 Seconds en voor de tienermeisjes die het aanhoren de voorbode van een vuist in hun gezicht. Mijn oma hield overigens niet van baklava maar van Haagse hopjes. Ik ook. Lucky niet. Als kind probeerde ik ze aan Lucky te voeren, maar ze heeft me toen gekrabd. Lucky was baas in eigen bek.
De conclusie van mijn vorige column was dat de structurele omstandigheden ter zake doen. We moeten daarom de wereldbeelden die deze structuren vormgeven marginaliseren, niet de uitkomsten. Dat vergt deconstructie, polemiek en epistemisch geweld. Niet ideologisch stuurloze kritiek op luie mannen. Zoals mijn vorige column aantoont, kan een simpel ‘nee’ dat verwerpen.
Bij een D66-bijeenkomst stelde ik eens: ‘We moeten patriarchale opvattingen bestrijden, of die nu komen van Abraham Kuyper’, onder instemmend geknik, ‘...Andrew Tate’, om na een korte, zwangere pauze te besluiten: ‘of de profeet Mohammed’. De meltdown die daarop volgde kunt u zich vast voorstellen. Vrijheid en gelijkheid maken echter geen onderscheid. Dat deden de etnofeministen die nu fulmineren tegen de manosfeer wel.
Frenologen krijgen het voor elkaar om een seksistisch dictaat te femwashen zolang het voornamelijk vrouwen van kleur raakt. De hidjab is natuurlijk een patriarchale kuisheidsnorm: een korset op je hoofd. En als de nette bourgeoisie pas handelt als dit probleem hun eigen dochters raakt, dan schept dat ruimte voor fundamentele werkelijkheden die hun universele claims wél consequent toepassen, of ze nu orthodoxe islam of manosfeer heten. Want vrijheid ontstaat door wat ertegen is te verpletteren: geen Kuyper, geen Tate, geen Mohammed.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant