is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het poldermodel is de pijler onder de naoorlogse welvaartsstaat. Dat zou moeten worden gekoesterd als een groot goed. Zonder poldermodel zou dit land in de jaren tachtig van de vorige eeuw de Hollandse ziekte nooit te boven zijn gekomen en mogelijk zijn geëindigd als het Albanië van het noorden.
Veel landen zijn er stinkend jaloers op. Hier doen werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid en de Sociaal-Economische Raad zaken, in plaats van de economie door eindeloze conflicten naar de knoppen te helpen. The Economist beschreef het systeem van compromissen als een ‘wondermedicijn’. The New York Times noemde het een model van samenwerking en corporatisme en wees op het Akkoord van Wassenaar over loonmatiging in 1982 en de paarse kabinetten van Wim Kok in de jaren negentig.
Maar het is al veel ouder. Er wordt in de Lage Landen al duizend jaar gepolderd, zo schreven de economisch historici Maarten Prak en Jan Luiten van Zanden in hun gezaghebbende boek Pioneers of Capitalism. Het gebeurde in de middeleeuwse steden en in de gilden.
Maar de sleet zit erop. De organisatiegraad van werknemers daalt al decennialang. Nog maar 16 procent van de werknemers is lid van een vakbond. Dat was eind jaren zestig van de vorige eeuw nog 40 procent. Onder de 55- tot 67-jarigen is nog 27 procent lid van de bond, maar onder jongeren tot 25 jaar slechts 3 procent. In absolute getallen is het aantal vakbondsleden sinds de eeuwwisseling gedaald van 2 miljoen naar 1,3 miljoen. En die trend zet door. Solidariteit maakt plaats voor individualisme.
Een krimpend aantal georganiseerden moet daardoor voor alle werknemers de kastanjes uit het vuur halen. Hun vertegenwoordigers sluiten de cao’s af voor meer dan zes miljoen werknemers, 80 procent van alle werkenden in loondienst. Zij hebben ervoor gezorgd dat de pensioenleeftijd tot nu toe niet verder is verhoogd en de sociale voorzieningen nog redelijk intact zijn gebleven.
Bij de werkgevers leek de solidariteit groter. Daar was de organisatiegraad 90 procent, wat betekende dat negen van de tien bedrijven bij een werkgeversorganisatie was aangesloten – in overgrote meerderheid bij VNO-NCW. Maandag gooiden de winkelbedrijven hier een knuppel in het hoenderhok. De detailhandel maakte bekend het lidmaatschap van VNO-NCW op te zeggen vanwege de hoge contributie.
Dat komt op een zeer ongelukkig moment, nu in de komende maanden heel veel gepolderd moet worden. Met de regering zal moeten worden onderhandeld over een voorgenomen bezuiniging op de sociale zekerheid. Stakingen hangen in de lucht.
De detailhandel is een van de grootste werkgevers, met 900 duizend mensen in loondienst. Daar vallen bedrijven als Ahold en Jumbo onder, maar ook de leden van koepelorganisaties als het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) en de Raad Nederlandse Detailhandel (RND).
Als ze bij hun standpunt blijven – officieel is de opzegging per 1 januari – is dat een enorme aderlating voor de werkgeversorganisaties en dreigt een leegloop. En voordat iemand het beseft, eindigt het poldermodel als cultureel erfgoed, net als de eendenkorven, het bloemencorso en de gondelvaart.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant