Volgens Sander Schimmelpenninck wordt er in de ‘womanosphere’ gerommeld met cijfers. Zo wordt de bewering onderbouwd dat vrouwen veel meer zijn gaan werken, terwijl mannen nauwelijks meer zijn gaan zorgen. Volkskrantlezers en in de column bekritiseerde auteurs reageren.
‘Vrouwen met kinderen zijn in twee decennia 15 uur per week meer gaan werken, mannen met kinderen zijn in diezelfde periode slechts 0,4 uur meer gaan zorgen.’ Het is een ongemakkelijke waarheid uit ons boek Who Cares die veel weerstand oproept: ‘ja maar ik zorg wel’, ‘ja, maar mannen doen al veel meer dan hun eigen vaders’ en ‘maar mijn man is heel geëmancipeerd’.
Bijna hadden we ons boek ‘Waarom mannen tóch nog minder zorgen BEHALVE Job, Richard, Adam, James, enz…’ genoemd.
Aan dat rijtje kunnen we nu ook Sander Schimmelpenninck toevoegen, die zich hier als ‘gelukkige huisvader’ ook al niet in herkent.
Omdat hij ons onterecht beticht van sjoemelen met de cijfers, eerst maar even de feiten op een rijtje: dankzij de Emancipatiemonitors van het CBS en SCP die al ruim 25 jaar bijhouden hoe het zit met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, hebben we een schat aan data waar wij uit kunnen putten.
In de eerste monitor wordt de balans opgemaakt van de verdeling van werk en zorg tussen vaders en moeders. Destijds (om precies te zijn in 1995) werkten vrouwen met kinderen gemiddeld 10 uur buitenshuis en zorgden zij gemiddeld 45 uur. Mannen met kinderen werkten toen gemiddeld 37 uur en zorgden 20 uur. In 2016 (het jaar waarin de laatste cijfers over de zorgparticipatie van mannen bekend zijn) werkten vrouwen met kinderen gemiddeld 25 uur en zorgden 35,6 uur. Mannen met kinderen werkten gemiddeld 40 uur en zorgden gemiddeld 20,4 uur per week. Kortom: vrouwen met kinderen zijn in twee decennia 15 uur per week meer gaan werken, mannen met kinderen zijn in diezelfde periode 0,4 uur per week meer gaan zorgen.
Waarom vindt Schimmelpenninck deze cijfers ‘discutabel’? Zou hij de definitie van ‘gemiddeld’ niet begrijpen? De stijging van werkende uren van moeders wordt deels verklaard doordat minder vrouwen stoppen met werken na de geboorte van kinderen. Dat is precies de definitie van ‘gemiddeld’ en ook juist de kern van het emancipatiebeleid. Vrouwen hebben hun positie op de arbeidsmarkt ingrijpend veranderd, terwijl de beweging van mannen richting zorg en opvoeding aanzienlijk trager verloopt. Wie dat patroon wegrelativeert met evengoed cijfers die aansluiten bij zijn onderbuikgevoel, doet exact hetzelfde waarvan hij anderen beticht; strooien met misleidende cijfers om een ongemakkelijke werkelijkheid buiten beeld te houden.
Het grootste probleem is ook hier weer de blikrichting. Na ruim vijftig jaar emancipatiebeleid wordt opnieuw vooral gekeken naar wat vrouwen nog niet doen: zij werken minder, verdienen minder en bekleden nog altijd minder vaak topposities. Maar de spiegel wordt nauwelijks omgedraaid. Waarom is het vanzelfsprekend om de achterblijvende arbeidsparticipatie van vrouwen voortdurend te analyseren, terwijl de achterblijvende zorgparticipatie van mannen veel minder kritisch wordt besproken?
Zo ook het artikel in The Economist, dat hij aanhaalt om aan te tonen dat millennial dads wel degelijk meer doen dan eerdere generaties. Amerikaanse millennial-vaders van nu besteden volgens The Economist maar liefst drie keer zo veel tijd aan hun kinderen dan hun eigen vaders deden – van 25 minuten naar 80 minuten per dag.
Van een afstand bezien lijkt dat heel wat, maar het klinkt opeens een stuk minder indrukwekkend als je bedenkt dat moeders – niet alleen volgens The Economist maar ook in Nederland – vandaag de dag nog altijd het dubbele aan zorg doen. Daarnaast is deze revolutie niet het gevolg van mannelijke inspanning. Dat mannen meer zijn gaan zorgen is een direct gevolg van dat vrouwen meer zijn gaan werken. De toegenomen zorgparticipatie in het ouderschap komt eerder door de strijd van vrouwen voor een volwaardige plek in de maatschappij. Mannen zijn zich nauwelijks bewust van hun achtergestelde positie.
En kunnen we ons na deze afleidingsmanoeuvre nu dan eindelijk richten op waar het echt over moet gaan? De achterblijvende zorgparticipatie van mannen beperkt zich niet eens alleen tot het ouderschap. Mannen zijn ook sterk ondervertegenwoordigd in betaalde zorgberoepen, het onderwijs en de mantelzorg.
Slechts 19 procent van de professionele zorgverleners is man, onder verpleegkundigen en verzorgenden zelfs maar 9 procent, terwijl in de kinderopvang van 0 tot 4 jaar mannen vrijwel geheel afwezig zijn. Vrouwen verlenen aanzienlijk vaker en meer intensieve mantelzorg aan familieleden, vrienden en naasten dan mannen. Die scheve verdeling is niet alleen een emancipatievraagstuk, maar ook een maatschappelijk probleem.
Juist nu Nederland afstevent op grote personeelstekorten in zorg en opvang, kunnen we het ons niet veroorloven dat de helft van de bevolking nog steeds op afstand staat van zorgtaken. Zorgende mannen zijn niet slechts nodig voor vrouwen, om de last van het onbetaalde werk thuis – de zorg voor huishouden en kinderen – te verlichten en hen meer keuzevrijheid en mogelijkheden te bieden op de arbeidsmarkt.
Hoewel dit wellicht een prettige bijkomstigheid kan zijn voor vrouwen, zit de absolute blinde vlek bij het idee dat iederéén iets te winnen heeft bij meer gelijkheid, en met name mannen. Die eeuwige focus op economische groei werkt ongelijkheid in de wereld in de hand en put de aarde én de mens uit. Dat dit zo niet langer door kan gaan wordt steeds zichtbaarder: door het opraken van de reserves van de aarde, toenemende verschillen tussen arm en rijk, het dreigende zorginfarct, de klimaatverandering en de invloed hiervan op miljoenen mensen. Niet voor niets pleit ook ster-econoom Thomas Piketty voor minder werk en meer tijd voor elkaar.
Het is tijd om te bewegen van een tunnelvisie op economische groei naar sociale vooruitgang, met een eerlijke verdeling tussen mannen en vrouwen in betaald én onbetaald werk. We moeten zorg inzetten als katalysator voor het doorbreken van benauwende stereotypen, meer gelijkwaardigheid thuis en op de werkvloer, en een gelukkigere samenleving. Want zorg in al haar vormen geeft diepe betekenis aan het leven – of het nu gaat om professionele zorg, mantelzorg of ouderschap – en mannen krijgen én nemen hierin veel minder ruimte. Maar dat is blijkbaar pas echt waar als de Mansplainer des Vaderlands het zegt.
Mirte Wibaut en Bregje Feuth, Amsterdam/Weesp
Gisteren werd ik wakker en las ik de digitale Volkskrant. Onder het genot van een kopje koffie leerde ik in de column van Sander Schimmelpenninck dat ik deel uitmaak van de womanosphere. Goedemorgen!
Twee weken geleden sprak ik tijdens een debat in het Europees Parlement over de zorgkloof de wens uit om het makkelijker te maken voor stellen om zorgtaken eerlijker te verdelen. Ter ondersteuning gebruikte ik cijfers uit het boek Who Cares.
Het onderzoek van Bregje Feuth en Mirte Wibaut stond in meerdere kranten verkeerd geciteerd – de jaartallen werden door elkaar gehaald – en ik nam dat ook verkeerd over. Ik dacht dat data uit de periode 1995-2015 over de afgelopen twee decennia gingen.
Als reactie hierop bestempelde Sander Schimmelpenninck mij en andere vrouwen als behorend tot de womanosphere. Hoewel ik dit best als geuzennaam wil omarmen, kan ik het toch niet laten gebeuren om op dezelfde ‘laagte’ als de Andrew Tates van deze wereld te worden geplaatst. Een beweging die actief vrouwenhaat verspreidt. Ironisch genoeg gebruikt de columnist, om een punt te maken… verkeerde data.
In zijn column komt Schimmelpenninck op voor de ‘millennial dads’. Volgens The Economist zijn Amerikaanse vaders meer zorg gaan dragen voor hun kinderen. Maar Nederlandse moeders hebben niets aan de emancipatie van Amerikaanse vaders. Amerikaanse data kunnen natuurlijk niet een-op-een op de Nederlandse context worden geplakt. Het feit dat Sander zelf zorgt voor zijn baby en peuter is een complimentje waard – echt waar! – maar het is geen bewijs voor een structurele verandering. Om te concluderen dat Nederlandse mannen meer zorgtaken op zich nemen, hebben we onderzoek nodig waarbij n groter is dan 1.
Dan het argument van de heuse thuiswerkrevolutie tijdens corona. Ja, tijdens covid hebben mannen eventjes hun handen thuis wat vaker laten wapperen. Ze moesten wel, want vrouwen zijn sterker vertegenwoordigd in cruciale beroepen zoals de zorg. Maar na slechts een half jaar gingen de handen alweer in de zakken en daalde het aandeel in het huishouden naar het niveau van voor covid, zoals onderzoek van de Universiteit Utrecht laat zien. Ook dit argument houdt geen stand.
Nu Sander ook misinformatie verspreidt, zal ik niet meteen zeggen dat hij tot de manosphere behoort – ben je gek – maar wil ik hem wel vragen om zijn energie te richten op het dichten van de kloof in plaats van het pootje haken van vrouwen. Als je samen de wereld een stukje eerlijker wilt maken, is hier mijn advies: slide de volgende keer een berichtje in mijn dm als je ziet dat ik een fout maak. Pas ik het aan. Strijden we daarna samen voor een eerlijke verdeling van zorgtaken.
Anna Strolenberg, Rotterdam
In de jaren negentig van de vorige eeuw had ik een collega die de wijze woorden sprak: ‘Het zijn niet de cijfers maar de cijferaars.’ Deze uitspraak is me altijd bijgebleven en het is bij herhaling gebleken hoe zaken dan een ander perspectief krijgen.
Sylvia Greijdanus van der Putten, Leunen
Zo is dat, Sander Schimmelpenninck! En vrouwen hebben ook nog eens veel meer keuze op kledinggebied, ook qua onderkleding (weleens een Hunkemöller met boxershorts gezien?) en seksspeeltjes. Ook is hun aandeel in cosmetica veel groter. Tientallen meters schap in de drogisterij domineren het assortiment.
Flauw natuurlijk. Als we eerlijk kijken naar de vrouw in onze samenleving, moeten we ook de hormoonhuishouding en de bijbehorende klachten meenemen, de zwangerschap, de bevalling, wat het allemaal doet met hun lichaam in een samenleving die strak, slank en stevige borsten verheerlijkt, de eventuele borstvoeding, de gezondheidszorg die nogal eens gebaseerd is op het mannelijk lichaam.
Ik heb de indruk dat Sander nooit ongesteld is geweest, zijn borsten hevig zag veranderen en heeft ondervonden hoe het is om 6 pond nieuw leven door een nauwe doorgang te persen terwijl de weeën als een storm door je lichaam jagen. Enzovoort. Laten we er alsjeblieft géén welles-nietesgesprek van maken maar empathisch onderzoeken wat de verschillen zijn bij het deelnemen aan het arbeidsproces. Sander bemiddelt niet, maar vergroot de kloof of wil deze in stand houden. Waarom eigenlijk?
John den Besten, Zuid-Beijerland
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant