Migratie Op 11 mei werd het Duitse reddingsschip Sea-Watch 5 beschoten door de Libische kustwacht. Op het schip zaten tientallen migranten die net van een overvolle boot waren gehaald. Wat is er die dag gebeurd? „Als er paniek ontstaat met zoveel mensen op elkaar, wordt het gevaarlijk.”
Een foto vrijgegeven door de Sea-Watch 5-bemanning die zou zijn gemaakt op het moment dat het schip werd beschoten.
Op het dek van het Duitse reddingsschip Sea-Watch 5 zitten bemanningsleden in een cirkel te eten. Een paar uur eerder is het schip aangemeerd in de haven van de Zuid-Italiaanse stad Brindisi en zijn tientallen geredde migranten van boord gegaan. Italiaanse politieagenten lopen af en aan. Ze controleren documenten van het schip en ondervragen de kapitein.
„Het is nogal overweldigend,” zegt een jonge vrouw die een groene trui breit. Deze reddingsmissie van de Sea-Watch 5 verliep anders dan normaal.
Op maandag 11 mei naderde een schip van de Libische kustwacht de Sea-Watch 5 – die op dat moment in de internationale wateren in de buurt van de Libische kust voer – en begon op het reddingsschip te schieten. Het was de derde keer in minder dan een jaar tijd dat Libische eenheden een reddingsschip van een ngo in internationale wateren onder vuur namen.
„Het ging heel snel”, zegt de Oekraïense navigator van de Sea-Watch 5. Hij wil om veiligheidsredenen anoniem blijven, zijn naam is bekend bij de redactie. Met zijn mond doet hij het geluid van automatisch geweervuur na. „Het begon met misschien zes schoten, daarna nog tien. Er was geen tijd om na te denken.”
De 37-jarige navigator was bekend met het geluid van oorlog. Toen de raketaanvallen buiten zijn appartement in de Oekraïense stad Boetsja begonnen, pakte hij zijn spullen en reed hij met zijn gezin naar de grens. Nu klonk hetzelfde geluid op zee.
Een speedboot van Sea-Watch benadert een boot met migranten op de Middellandse Zee, op 11 mei.
Die maandagochtend had de bemanning van de Sea-Watch 5 ongeveer negentig mensen van een overvolle boot gered. Aanvankelijk dachten de hulpverleners dat er dertig mensen aan boord zaten, later bleek dat zich onderdeks nog tientallen anderen bevonden. Veel van hen waren verzwakt door gebrek aan ademruimte. Het duurde ruim een uur om iedereen naar de Sea-Watch 5 over te brengen.
Bemanningslid Aime Harwood zag de opluchting op het gezicht van de migranten toen ze aan boord kwamen. Sommigen glimlachten naar de bemanning, anderen keken stil voor zich uit. In het kleine medische centrum aan boord behandelden artsen mensen die waren flauwgevallen.
Terwijl Harwood op het achterdek dekens uitdeelde aan de migranten, zag de Oekraïense navigator een schip snel naderen. Toen het dichterbij kwam, herkende hij het logo van de Libische kustwacht op de romp van het schip. Omdat de boot ongewoon dicht langs het reddingsschip bleef varen, gaf hij via portofoons de instructie om „laag te gaan”.
De bemanning wist precies hoe ze moest handelen. „Iedereen ging direct hurken”, zegt de Nederlandse stuurman Bob Bouhof (32), die tussen de migranten op het dek stond. Kort daarna begonnen de schoten. Bouhof hoorde de kogels boven zijn hoofd razen. „Alles vertraagt ineens”, zegt hij over dat moment. „Je ligt zo laag mogelijk op het dek en denkt alleen: waar is die boot en is iedereen laag genoeg?”
Nadat het schieten stopte – slachtoffers of schade waren er niet – bracht de bemanning de migranten zo snel mogelijk naar een ruimte onder het dek. Binnen zaten tientallen mensen dicht op elkaar op matrassen en veldbedden. Sommigen waren zeeziek en moesten overgeven, bemanningsleden deelden braakzakjes uit. „We probeerden vooral rustig te blijven”, zegt Bouhof. „Als daar paniek ontstaat met zoveel mensen op elkaar, wordt het gevaarlijk.”
Op de radar verscheen intussen een tweede, groter Libisch patrouilleschip: de Murzuq 662, een schip dat Italië in 2023 met EU-steun overdroeg aan de Libische kustwacht. Even later klonken de eerste stemmen over de radio: de Libische kustwacht eiste dat de Sea-Watch 5 haar koers van Italië zou verleggen naar Tripoli. Anders zouden ze opnieuw schieten en aan boord komen, zo luidde het dreigement.
„Het was vooral command, command, command”, zegt Yasmin Ibrahim Elzanaty (29), die naar de brug was geroepen om de Arabische berichten van de kustwacht te vertalen. „Ze zeiden: stop of we schieten opnieuw.” Terwijl zij tijd probeerde te winnen, zochten andere bemanningsleden contact met Duitse en Italiaanse autoriteiten. De Nederlandse kapitein Anne van Dam kreeg van hen het advies zo snel mogelijk richting Italië te varen.
„Het probleem is dat niemand precies weet wie in Libië de bevelen geeft”, zegt Van Dam in de haven van Brindisi. „Het land is verdeeld. Je hebt kustwachten in [de Libische steden] Zawiya, Zuwarah en Tripoli die onderling rivaliseren. Met wie moeten Europese autoriteiten dan contact opnemen?”
De Sea-Watch 5 in de haven van Brindisi.
De situatie veranderde pas toen een andere Libische kustwachtpost reageerde op een noodoproep van de Sea-Watch 5. Volgens Elzanaty zocht de post uit Zuwarah via de radio contact met de eenheden die de Sea-Watch 5 bedreigden. Kort daarna stopten de dreigementen en kreeg de bemanning te horen dat zij verder mocht varen richting Italië.
Hoewel het grote patrouilleschip hen nog ruim een uur bleef volgen, liet de Sea-Watch 5 zich niet van zijn missie afbrengen: onderweg naar de door Italië toegewezen haven in Brindisi voerde het schip nog twee reddingsoperaties uit.
Missieleider Eliora Henzler en Yasmin brahim Elzanaty op de brug.
Sinds Europese landen de afgelopen jaren hun eigen reddingsoperaties afbouwden, investeren de lidstaten miljoenen euro’s in de Libische grens- en kustbewaking. Daar is niet iedereen voorstander van. Mensenrechtenorganisaties en VN-instanties waarschuwen al lange tijd voor de manier waarop Libische autoriteiten migranten op zee onderscheppen. Volgens de VN gaat dat geregeld gepaard met beschietingen, bedreigingen en geweld, waarna mensen worden teruggebracht naar detentiecentra in Libië waar mishandeling, afpersing en seksueel geweld plaatsvinden. Verschillende Europarlementariërs hebben Brussel al opgeroepen de samenwerking stop te zetten.
Maar van die kritiek wil de Europese Commissie weinig weten. Vlak na de beschieting van de Sea-Watch 5 zei Commissiewoordvoerder Guillaume Mercier zelfs dat de EU wil onderzoeken hoe de samenwerking met Libische autoriteiten kan worden versterkt.
In een schriftelijke reactie schrijft de Europese Commissie dat Europese steun aan Libië heeft bijgedragen aan „minder incidenten” tijdens zoek- en reddingsoperaties van de Libische kustwacht. Op vragen om wat voor incidenten het precies gaat, gaf Brussel geen toelichting. Cijfers ter onderbouwing van die conclusie werden niet gedeeld.
In de haven van Brindisi reageren bemanningsleden van de Sea-Watch 5 verbaasd op de reactie van de Commissie. „We werden in internationale wateren beschoten door een schip van de Libische kustwacht dat zei orders te hebben”, zegt missieleider Eliora Henzler. Dat nu wordt gepleit voor méér samenwerking met Libië „voelt compleet paradoxaal.”
Volgens ngo’s neemt in de praktijk het aantal incidenten waar de Commissie over spreekt niet af. Sinds 2016 documenteerden hulporganisaties minstens 77 gevallen van extreem geweld door Libische kustwacht- en militie-eenheden, waaronder beschietingen van migrantenboten. Vorig jaar ging het om zeventien incidenten. En net als bij de beschieting van de Sea-Watch 5 waren bij eerdere aanvallen schepen betrokken die dankzij Europese steun aan de Libische autoriteiten zijn geleverd.
De regels voor ngo-schepen zijn wel aangescherpt, verzucht stuurman Bouhof. Sinds 2023 riskeren reddingsschepen boetes, detentie of zelfs inbeslagname als zij in Italië instructies van autoriteiten negeren. Volgens de stuurman raken de regels vrijwel iedere stap van een reddingsoperatie. „Je moet iedereen informeren”, zegt hij. „Ook de Libische kustwacht.” Hij rolt met zijn ogen. „En vervolgens worden we door diezelfde Libische kustwacht beschoten.”
Eerste stuurman Bob Bouhof.
De avond van aankomst in de haven van Brindisi blijft de Italiaanse politie tot één uur ’s nachts aan boord van de Sea-Watch 5. Agenten willen weten welke communicatieapparatuur het schip gebruikt en proberen data van boord mee te nemen, waaronder beelden van veiligheidscamera’s en gegevens van navigatiesystemen.
Kapitein Van Dam helpt de agenten bij het verzamelen van de bestanden. „Wij hebben niks te verbergen”, zegt hij. Aanvankelijk denkt hij dat de politie naast de gebruikelijke controle ook onderzoek doet naar de beschieting door de Libische kustwacht.
Uren later kondigt de politie aan dat Van Dam zelf zal worden ondervraagd. „Toen voelde het alsof de grond onder mijn voeten wegviel”, zegt Van Dam een paar weken later via de telefoon. Inmiddels loopt in Italië een strafrechtelijk onderzoek naar hem wegens het mogelijk faciliteren van illegale migratie.
Volgens Sea-Watch gaat het om een bepaling uit de Italiaanse immigratiewet die eerder werd gebruikt tegen een andere reddingsorganisatie en voormalig Sea-Watch-kapitein Carola Rackete. Zij werd uiteindelijk vrijgesproken. Het Italiaanse Openbaar Ministerie reageerde niet op vragen van NRC.
Van Dam is ervan overtuigd dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Toch slaapt hij sinds het onderzoek nauwelijks meer. „Ik heb twee oudere ouders”, zegt hij. „Als ik straks de gevangenis in zou gaan, zou ik flink wat missen.”
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Journalismfund Europe.