Home

Na 100 dagen Hormuz-blokkade zijn de doemscenario’s in Azië vooralsnog niet uitgekomen

Het leven is duurder geworden in Zuidoost-Azië, maar de gevreesde economische crisis door de Iran-oorlog is vooralsnog uitgebleven. Honderd dagen na de sluiting van de Straat van Hormuz blijkt de regio opvallend veerkrachtig.

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.

De tempeh is gekrompen op de pasar (markt) in Indonesië. Voor een blok gefermenteerde soja – basisvoedsel voor veel Indonesiërs – betaal je nog steeds 50 cent, maar het weegt minder. Door stijgende transportkosten en de zwakke wisselkoers kiezen sommige fabrikanten van de geïmporteerde bonen voor krimpflatie. Ook de prijzen van andere basale levensmiddelen als rijst, bami, drinkwater of melk zijn gemiddeld 10 procent gestegen.

In alle Aziatische landen is het dagelijkse leven duurder geworden door de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. Honderd dagen nadat de Straat van Hormuz voor bijna al het scheepsverkeer dichtging, liggen de prijzen van diesel, benzine en gas ten minste 50 procent hoger. Een tekort aan nafta, een grondstof voor plastic, heeft de verpakkingsprijzen omhoog gestuwd. Boeren merken dat kunstmest 50 procent duurder is geworden door een gebrek aan zwavel en stikstof. Dat werkt allemaal door in de winkelprijzen.

Vissers en truckers klagen al maanden dat hun winst verdampt door de hoge dieselprijs, en boeren worden dubbel geraakt door de gestegen kosten van brandstof en kunstmest. Dat komt bijvoorbeeld hard aan in de Vietnamese Mekongdelta, waar rijstboeren al voor de Iran-oorlog worstelden met lage marges; in de Filipijnen, waar de regering de noodtoestand heeft uitgeroepen om hamsteren van brandstof tegen te gaan; en in steden als Bangkok en Kuala Lumpur, waar bouwprojecten worden uitgesteld door de hoge prijs van bitumen, eveneens een bijproduct van olieraffinage.

Inktzwarte verwachtingen

Maar die gevolgen, hoe pijnlijk ook voor getroffen ondernemers en consumenten met een kleine beurs, vallen in het niet bij de inktzwarte verwachtingen die waarnemers bij het uitbreken van de Iran-oorlog formuleerden. Die trokken vergelijkingen met de energiecrisis uit de jaren zeventig, toen een mondiale beperking van de olietoevoer leidde tot stagflatie: torenhoge prijzen, diepe recessie en hardnekkige werkloosheid. Vooral Azië, zo luidde de voorspelling, zou de klos zijn vanwege zijn grote afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten.

Dat doemscenario is niet uitgekomen. Integendeel, veel landen in Zuidoost-Azië overtreffen juist hun groeiverwachtingen. Zo meldt Vietnam over het eerste kwartaal een groei van 7,8 procent, Indonesië 5,4 procent, Singapore 5,9 procent, Maleisië 5,4 procent en Thailand 2,8 procent; allemaal royaal hoger dan eerder verwacht. Alleen de Filipijnen stellen teleur met 2,8 procent, in plaats van de eerder voorspelde 4,1 procent. Dat roept de vraag op: waar haalt de regio deze onverwachte veerkracht vandaan?

De belangrijkste verklaring is de huidige gekte op het gebied van AI-gerelateerde elektronica, plus een gestegen vraag naar groene energie als alternatief voor olie. In beide sectoren lopen Aziatische landen voorop. Marktleiders Taiwan en Zuid-Korea zagen de export van geheugenchips en aanverwante apparatuur (verder) stijgen met ruim 40 procent. Maar ook Vietnam, Maleisië en Singapore bouwden afgelopen decennia een sterke industrie op voor halfgeleiders en melden dubbele cijfers voor hun exportgroei. Dat geldt ook voor de export van batterijen, windmolens en elektrische auto’s.

Daarnaast helpt het dat de mondiale consumentenbestedingen op peil blijven. De export van allerlei producten uit Azië steeg – ondanks hogere prijzen – met meer dan 10 procent. Daarbij fungeren de VS nog steeds, ondanks eenzijdig ingestelde importtarieven, als de trekker van veel Aziatische export. Tot slot wisten veel landen de prijsschok te beperken door benzine – deels – te subsidiëren, energie te besparen, weer over te stappen op steenkool of alternatieve leveranciers te vinden.

Gesubsidieerde benzine

In Indonesië kost een liter door de staat gesubsidieerde benzine nog steeds 50 cent, maar dat leidt wel tot een oplopend begrotingstekort en zorgen over de fiscale houdbaarheid van dat beleid. Ook Maleisië, Thailand en Vietnam houden de benzineprijs kunstmatig laag. Mede daardoor bleef de inflatie in de regio beperkt tot gemiddeld 3,3 procent. Zelfs op de Filipijnen, die vrijwel geheel afhankelijk waren van olie uit het Midden-Oosten, neemt de inflatie weer af, na een alarmerende piek van 7,2 procent.

Het gevaar is nog niet geweken. Zelfs als de Straat van Hormuz weer opengaat, waarschuwen deskundigen, blijven de prijzen van energie, kunstmest en plastic nog een tijd hoog. Installaties zijn beschadigd, zeemijnen dienen te worden opgeruimd en de betrokken leiders zijn wispelturig. Daarnaast zijn secundaire effecten mogelijk. Zoals tegenvallende oogsten, omdat boeren minder kunstmest zijn gaan gebruiken, of omdat overheden flink bezuinigen om het begrotingstekort weer op orde te krijgen.

Schrale troost voor de consument die meer moet betalen voor zijn tempeh en kom rijst: het had allemaal veel erger kunnen zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next