Non-fictie In Londen Falling onderzoekt journalist Patrick Radden Keefe de dood van Zac, een negentienjarige jongen die in 2019 vanaf vijf hoog van een Londens balkon sprong. Of is er toch sprake van moord? Wat vooral beklijft is het beeld van de snel groeiende onderwereld, en politiediensten die opvallend machteloos staan.
Het appartementencomplex Millbank in Londen.
Patrick Radden Keefe: London Falling. Een mysterieuze dood in een corrupte stad en een familie op zoek naar de waarheid. (London Falling) Vert. Hans E. van Riemsdijk. Nieuw Amsterdam, 400 blz. €29,99
Kan een jongen van negentien die zelf vanaf vijf hoog van een Londens balkon springt en te pletter valt, misschien toch vermoord zijn? Dat hij zelf is gesprongen staat vast, het werd geregistreerd door camera’s van de Britse geheime dienst MI6. Tijdstip 2.24 uur in de ochtend van 19 november 2019. De Amerikaans onderzoeksjournalist Patrick Radden Keefe hoorde erover in 2023, tijdens een bezoek aan Londen, van iemand die de wanhopige ouders van de jongen kende. Deze ouders zaten met heel veel vragen en weinig antwoorden, en met een Metropolitan Police die goede wil toonde maar weinig licht in alle mysteries bracht.
Dit zijn kluifjes waar Keefe inmiddels het patent op heeft: Zeg niets (2019), dat begint bij een moord in 1972 in Noord-Ierland, die betekenis krijgt tegen de achtergrond van de ontregelende burgeroorlog, en Het pijnstillerimperium (2021) waar aan de hand van de verslavende en dodelijke uitwerking van OxyContin, de cynische zelfverrijking van de familie Sackler wordt blootgelegd. Wanneer Keefe ergens zijn tanden in zet, dan is er meer aan de hand.
Zac Brettler is een kind van de millenniumwende, geboren in september 2000. Hij groeit op in een bemiddeld en weinig opvallend middenklassegezin. Zac heeft een vrolijke natuur, op school is hij een gangmaker. Zijn ouders sturen hem naar de privéschool Mill Hill. Hij leert makkelijk, dankzij een fotografisch geheugen. Zac houdt tijd over om handeltjes te beginnen in sneakers en modieuze kleding. In de jongen ontwaakt het verlangen om heel rijk te worden. Hij is dol op dure auto’s, en raakt geïntrigeerd door het snelle geld van de misdaad. En hij vindt Poetin geweldig.
Keefe schetst het milieu van Mill Hill als een oord waar het nieuwe geld zijn kroost stalt. De school is vooral populair bij Russische oligarchen. In deze jaren is meer dan twintig procent van de leerlingen op Engelse privéscholen Russisch. Een welkom verdienmodel voor de sukkelende Britse economie, die zich – het wordt door Keefe met verve van binnenuit beschreven – uiteindelijk laat uithollen door al die poenerigheid in de overtreffende trap.
Het verhaal rond Zac komt pas echt op gang als hij op zijn vijftiende intern verblijft op Mill Hill. Vanaf dat moment zien zijn ouders hem snel veranderen en verliezen langzamerhand het contact. Wat er in de laatste vier jaar van Zacs leven is gebeurd, dat is het grote speurwerk van Keefe. Hij praat met vrienden, familie, politiemensen en een heel stel duistere types, die Zac in de laatste maanden omringden.
In Zac was het idee opgekomen om niet zozeer rijk te worden maar het gewoon te zijn door zich voor te doen als de zoon van een Russische oligarch. Een verzinsel dat hij op school uitdroeg, maar ook in het uitgaansleven. Hij duikt op in circuitjes van voetbalmiljardairs als Roman Abramovitsj, en in nachtclubs waar criminelen (en ook aanstormende politici als Nigel Farage) hun hoofdkwartier hebben. Zacs ouders krijgen er genoeg van mee om hun zoon een keer stiekem op drugs te laten testen. Die test blijkt negatief. Misschien valt het mee.
Maar het valt niet mee. Zac verzeilt steeds dieper in kringen van zeer gewelddadige oplichters, die in de waan verkeren dat Zac inderdaad de zoon van een Russische miljardair is, die ten minste voor tien miljoen pond moet kunnen worden afgeperst. Korte tijd later springt Zac de dood tegemoet.
Kort na de dood van Zac liep in Londen het gerucht dat het hier ging om de zoon van een Russische oligarch die zelfmoord had gepleegd. Wie had er belang bij dat dit verhaal rondging? Waar kwam het vandaan? London Falling is een minutieuze whodunnit, met de paradoxale uitkomst dat hoe meer gegevens er zijn – uit telefoons, van bewakingscamera’s, uit dna – hoe moeilijker het wordt om de waarheid te achterhalen. Toch lukt het Keefe om een beeld op te bouwen van de hele toedracht van Zacs dood, terwijl ook hij er niet in slaagt om de smoking gun aan te wijzen.
Sterker nog, de belangen die dit verhaal omgeven, de Britse geheime dienst, de Londense Metropolitan Police, de Russische oligarchen en de Londense onderwereld, hebben Keefe en zijn uitgever ertoe gebracht de eindversie van het verhaal nog door een jurist te laten bekijken. Aan het einde van het verhaal houdt Keefe daarom nog wat slagen om de arm. Hij verbijt zijn teleurstelling met de metafoor van een impressionistisch schilderij; van dichtbij lijkt het chaos, maar van enige afstand ontstaat er toch een duidelijk beeld.
Keefe publiceerde deze geschiedenis in 2024 als longread in The New Yorker. In een boek van meer dan 350 pagina’s is deze geschiedenis een wel erg langgerekte en langdradige longread. Veel nietige details, veel doodlopende wegen. Het is hoe onderzoek gaat, en het is ook hoe klassieke whodunnits in elkaar zitten, maar daarin valt uiteindelijk alles op zijn plaats. In Londen Falling blijven toch nog veel vragen open. Wat wel beklijft is het beeld van de Londense onderwereld, die enorm groeit naarmate er meer internationaal geld naar de City vloeit, en politiediensten als Scotland Yard en de Metropolitan Police, die opvallend machteloos staan en waar een penetrante lucht van corruptie omheen hangt.
Dat is ook waar London Falling in de kern om gaat; het grote geld dat het traditionele Britse leven uit het lood trekt, om te beginnen de opsporingsdiensten. Een afgezwaaide politieman legt het helder uit: politiemensen verkeren uiteindelijk in een symbiotische relatie met zware criminelen: „Al die gasten eindigen als informant. En écht goede schurken hebben al vroeg door dat je daar verstandig aan doet.” Want informant zijn betekent niet zozeer misdrijven helpen oplossen, maar vooral een vrijbrief om zelf zware misdaden te blijven begaan.
Het vormt de sleutel tot het drama rond die negentienjarige fantast Zac. Keefe lijkt zijn verhaal rond te hebben. Tot de voormalige diender bij een volgende afspraak deze woorden niet meer wil herhalen. Keefe en ook de lezer blijven wat onbevredigd achter. Maar verontrustend is het.