Home

Wat heeft de legendarische architect Antoni Gaudí vandaag nog te betekenen voor Barcelona? Heel veel, zo blijkt

Barcelona een paradijs voor Gaudí-liefhebbers? Absoluut, zeker in dit Gaudí-jaar. Maar de Catalaanse metropool heeft qua architectuur zo veel meer te bieden. De Volkskrant bezocht oude en nieuwere iconen en zag veel hints naar de grootmeester.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Zeg je Barcelona en architectuur, dan doemt onvermijdelijk het beeld op van de Sagrada Família van architect Antoni Gaudí. De basiliek geldt al anderhalve eeuw als het meest ambitieuze bouwproject van de stad en oogt met de voltooiing van de 173 meter hoge centrale toren, gewijd aan Christus, almaar indrukwekkender. Op 10 juni, Gaudí’s honderdste sterfdag, zal de paus de toren inzegenen.

Vorig jaar trok de Sagrada Família 4,9 miljoen betalende bezoekers, dit jaar zullen dat er vast nog meer worden, want de stad viert het Gaudí-jaar en is door Unesco aangewezen als World Capital of Architecture. Dubbel feest dus, maar architect en hoogleraar Yolanda Ortega Sanz, als projectmanager betrokken bij het architectuurjaar, heeft er een dubbel gevoel bij. Want wat heeft Gaudí vandaag nog te betekenen voor de stad?

‘De voltooiing van de Sagrada Família is voor mij niet belangrijk’, zegt Ortega Sanz. ‘Architecten en bewoners zijn er moe van, door de toeristen, die gebouwen overnemen.’ Zelfs het oorspronkelijk publieke Park Güell, tussen 1900 en 1914 door Gaudí ontworpen in opdracht van de industrieel en kunstmecenas Eusebi Güell, is sinds 2013 alleen nog toegankelijk met een kaartje. Door de grote drukte dreigde aantasting van de markante muren met trencadis, een Catalaanse mozaïektechniek waarbij scherven keramiek worden gebruikt.

Natuurlijk, Ortega Sanz ziet ook de architectonische waarde van Gaudí’s gebouwen, die beeldbepalend zijn voor de stad en volgende generaties ontwerpers hebben geïnspireerd. Neem architect Enric Miralles, onder meer bekend van de gerenoveerde Santa Caterina-markt (2005) in Barcelona met zijn Gaudiaans golvende dak van gekleurd keramiek.

Denk aan sterarchitect Santiago Calatrava, die in zijn constructies voor bruggen en stations voortbouwt op Gaudí’s sculpturale vormentaal. Of kijk bij Casa Milà naar de overkant, waar de Japanse architect Toyo Ito in 2009 met een gevel van glooiende aluminium stroken een hedendaagse ode aan Gaudí’s wooncomplex bracht.

Het architectuurcentrum waar Ortega Sanz ontvangt, heeft indirect een link met Gaudí. Het is gevestigd in de wijk Eixample, in de voormalige uitgeverij Gustavo Gili, een complex uit 1961 met strakke gevels van staal, glas en beton. Destijds was deze rationalistische bouwstijl toonaangevend, en was Gaudí’s werk uit de mode geraakt. Zozeer dat bij een verbouwing van Casa Batlló historische deuren op straat werden gezet; een medewerker van het Museu Nacional d’Art de Catalunya kon ze ternauwernood redden.

Dankzij avant-gardistische kunstenaars als Salvador Dalí, die Gaudí als zijn held zag en lovend over hem schreef, ontstond herwaardering. Tijdens een lezing in 1956, in Park Güell, sprak Dalí over de atoombommen die in de Tweede Wereldoorlog op Hiroshima vielen en stelde daar de creatieve kracht van Gaudí tegenover, die hij omschreef als een ‘morfologische bom’.

In hetzelfde jaar werd de eerder gestaakte bouw van de Passiegevel van de Sagrada Família hervat, in 1984 plaatste Unesco het bouwwerk op de lijst van werelderfgoed. Vervolgens droeg de uitgeverij, internationaal vermaard om zijn kunst- en architectuurboeken, met talloze publicaties over Gaudí bij aan de wereldwijde promotie van zijn werk.

In de hal staat een gigantische maquette van Barcelona en er is een expositie over de ‘leefbare stad’. Bezoekers kunnen op een ansichtkaart schrijven hoe zij die in 2035 voor zich zien. ‘Groen’, ‘dat iedereen toegang heeft tot een waardig leven’, ‘meer woningen!’, valt er te lezen.

‘Het doel van World Capital of Architecture is om de betekenis van architectuur voor het gewone publiek en het dagelijks leven te tonen’, zegt Ortega Sanz. Ze wil mensen verder laten kijken dan de toeristentrekpleisters. Elke maand wordt een van de tien stadsdistricten uitgelicht en gedurende het jaar zijn er 1.500 activiteiten, van workshops en exposities tot rondleidingen.

Vandaar dat de Volkskrant de Sagrada Família links liet liggen om een bezoek te brengen aan minder bekende maar niet minder spectaculaire gebouwen. Elk tonen ze op hun eigen manier hoe het gedachtegoed van Gaudí vandaag voortleeft.

Casa Vicens (1885): Gaudí’s manifest

Zoals Hans en Grietje in het bos op het koekhuis stuiten, zo ontwaar je tussen de bouwblokken in de wijk Gràcia plots een sprookjesachtige villa met kleurige betegelde gevels, houten luiken en torentjes van terracotta. Dit is Casa Vicens, het eerste grote werk dat de Gaudí in 1885 realiseerde en een van de eerste gebouwen die het Modernisme Català, de Catalaanse variant van de art-nouveaubeweging, lanceerden.

‘Dit was Gaudí’s vertrekpunt, zijn manifest’, zegt Emili Masferrer, directeur van wat sinds 2017 een museumwoning is. De 31-jarige architect, net klaar met zijn architectuuropleiding, ontwierp een totaalkunstwerk waarin hij zijn liefde voor ambacht en de natuur combineerde met innovaties op het gebied van binnenklimaat en prefabtechnieken. Zo bekleedde hij de plafonds met een nieuw soort lichtgewicht tegels van papier-maché, in de vorm van schelpen en klimop.

Inspiratie haalde hij uit de Britse Arts & Crafts-beweging, maar ook uit Moorse en Oosterse motieven, die hij mixte met traditionele Catalaanse elementen als keramiek en gewelven. De omliggende tuin gaf hem het idee om wandtegels te maken met goudsbloemen, en een smeedijzeren hek gedecoreerd met palmbladeren.

Gaudí bouwde de villa als buitenverblijf voor effectenmakelaar Manuel Vicens. Vooraf schreef de architect een tekst over wat een woonhuis in zijn optiek moest zijn: een ‘kleine natie’ voor de familie die er woonde. Hij plaatste het zo dat er veel daglicht, en via luiken en balkons met lamellen, veel ventilatie was. Daarnaast moest de architectuur karakter hebben, zodat de kinderen die er zouden opgroeien zich ‘bewoners van de natie’ voelden.

Opeenvolgende bewoners hebben het nodige aan het huis veranderd. Er werd een vleugel in dezelfde stijl aangebouwd, een deel van de tuin werd verkocht en bebouwd en de meeste oorspronkelijke meubels verdwenen. Nadat het gebouw in 2014 werd gekocht door een particuliere stichting, die het zorgvuldig restaureerde, is Gaudí’s sleutelwerk nu in hernieuwde glorie te bewonderen.

Wooncomplex Walden 7 (1975): Statement tegen de monotonie

De woonkwaliteit die Gaudí met het exclusieve Casa Vicens in Barcelona introduceerde, wilde de postmoderne architect Ricardo Bofill (1939-2022) negentig jaar later voor de massa bewerkstelligen met het appartementencomplex Walden 7, gelegen in de buitenwijk Sant Just Desvern. Niet door de esthetiek te kopiëren; wat hij overnam uit Gaudí’s werk is diens afwijzing van repetitie, eerbied voor Catalaanse bouwtradities en experimenteerdrift.

Met gewapend beton en kleurige tegels bouwde Bofill een gebouw als een gigantische termietenheuvel met 460 (koop)appartementen: een statement tegen het monotone flatgebouw. Het complex is symmetrisch opgebouwd rond twee binnenhoven, maar door de verspringende verdiepingen en halfronde balkons oogt geen hoek hetzelfde.

De naam Walden verwijst naar de gelijknamige roman van Henry David Thoreau uit 1854, waarin hij beschrijft hoe hij een paar jaar eenvoudig leeft in een zelfgebouwd huisje in de natuur. Bofill wilde een zelfvoorzienende gemeenschap in de stad creëren. Zo werkt het gebouw ook, vertelt bewoonster en zelfverklaard ‘Waldenista’ Marta Nebot, die er al 31 jaar gelukkig woont in een appartement op de veertiende verdieping. ‘We eten ’s zomers samen op de galerijen, organiseren wijnproeverijen en concerten en vanochtend nog een rommelmarkt op het grasveld voor het gebouw.’

Er waait een verkoelende bries door de binnenhoven, met daaraan de bibliotheek, een café en een open ruimte waar jongeren tafeltennissen. Als er druppels water op haar hoofd vallen, moet Marta lachen; de ‘regen’ komt uit het zwembad op het dak, haar favoriete plek.

Net zoals Gaudí’s uitgesproken stijl niet direct in de smaak viel bij het grote publiek, riep ook Walden 7 heftige reacties op. Het militaire Franco-regime (1939-1975) dwarsboomde de idealistische plannen, en Bofill moest tijdelijk naar het buitenland vluchten. Het complex was oorspronkelijk ontworpen als het eerste in een reeks woongebouwen, maar de rest van het plan kwam niet van de grond. Wel zag Bofill kans om de silo’s van de cementfabriek die vroeger op deze plek stond te verbouwen tot zijn kantoor-met-woonhuis, vanwaar hij uitkeek op ‘het monster’.

‘Zo noemen ze ons gebouw in de binnenstad’, zegt Marta. Maar de laatste jaren ziet ze meer belangstelling ontstaan voor Walden 7. Vanwege de architectuur, maar ook omdat de appartementen, dankzij regels rond bewoning en verkoop, betaalbaar zijn gebleven. Voor 350.000 euro koop je hier een maisonnette van 100 vierkante meter.

Casa Corberó (1968-2017): Levenswerk van ‘de nieuwe Gaudí’

Aan de rand van Barcelona, in de buitenwijk Esplugues de Llobregat, ligt een ommuurd complex dat toegankelijk is via een gigantische garagedeur aan het uiteinde van een smal straatje. Er binnen stappen is alsof je door het konijnenhol van Alice in Wonderland tuimelt, in een wereld van labyrintische kamers, boogconstructies en spiraaltrappen die soms leiden naar een volgende etage en soms eindigen in het luchtledige. Ook zijn er kamers met spiegelwanden die oneindig lijken. Een metershoog atrium biedt spectaculair doorzicht naar het souterrain vol sculpturen.

Dit is het levenswerk van beeldhouwer Xavier Corberó (1935-2017), die wel ‘de nieuwe Gaudí’ werd genoemd. Hij kwam uit een familie van vooraanstaande metaalbewerkers en -kunstenaars; zijn grootvader was bevriend met Gaudí, en werkte regelmatig met hem samen aan projecten. Corberó was van kinds af aan gefascineerd door Gaudí’s organische, soms surrealistische vormentaal en de manier waarop hij beeldhouwkunst met architectuur liet versmelten.

Na een studie in Londen en enkele jaren in New York – in beide steden vind je Corberó’s werk in musea – keerde hij terug naar Barcelona. Daar kocht hij in 1968 een stuk land met een oude boerderij, om te bouwen aan zijn droom: een bewoonbare sculptuur die zou dienen als huis, atelier en ontmoetingsplaats voor zijn vele kunstenaarsvrienden, onder wie Dalí, Joan Miró, Max Ernst, Bofill en sieradenontwerpster Elsa Peretti.

Een vooropgezet plan had hij niet. Als er geld binnenkwam en hij een nieuw idee kreeg, bouwde hij samen met een lokale aannemer verder aan zijn uitdijende universum, dat 6.000 vierkante meter omvat, verdeeld over zo’n veertig kamers en patio’s. Toen een nabijgelegen keramiekfabriek werd opgedoekt nam hij alle tegelsamples over; daarmee betegelde hij de keuken. Je ziet er onder andere een testtegel met Gaudí’s naam, voor een door hem ontwikkelde kleur groen.

Corberó werkte door tot zijn dood in 2017. Sindsdien stond het gebouw leeg; het is inmiddels behoorlijk vervallen. De gemeente heeft, in samenspraak met Corberó’s nabestaanden, lang onderhandeld over de toekomst van het complex. Buitenlandse projectontwikkelaars aasden erop; zij wilden het slopen voor nieuwbouw. Uiteindelijk is het vorig jaar verkocht aan architectenbureau Mesura uit Barcelona, dat het gaat opknappen. Vandaag leidt partner-architect Carlos Dimas voor het eerst een groep architectuurliefhebbers rond.

In de geest van Corberó gaat Mesura het complex samen met kunstgalerie Vasco verbouwen tot een cultureel centrum met werkplaatsen voor lokale kunstenaars, exposities en ontmoetingsruimte voor bewoners en bezoekers. Dimas: ‘Het wordt geen museum om te conserveren. De stad heeft levende plekken nodig, waar nieuwe kunst en architectuur kan ontstaan.’

Architect Ana Badia, deelnemer aan de rondleiding, is enthousiast over het ‘bizarre’ gebouw en de keuze van de gemeente voor deze herbestemming. Zij denkt dat die keuze te maken heeft met het erfgoed van Gaudí. ‘Ik heb er weinig mee, het toerisme rond zijn gebouwen heeft zo veel ruimte ingenomen. Maar het is ook waarom Barcelona nu veel zorg draagt voor architectuur.’

Op iconichouses.org is meer informatie te vinden over Casa Vicens, Casa Milà, Casa Corberó, Walden 7 en meer iconische huizen in Barcelona.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next