Home

Opinie: Defensie moet omschakelen van staal naar software, en snel

We staren ons blind op de vraag of we de Navo-norm wel halen, maar wáár geven we al die miljarden eigenlijk aan uit? Wie naar de brandhaarden in de wereld kijkt, ziet een pijnlijke waarheid: de westerse krijgsmacht is gebouwd voor de vorige eeuw.

Onze krijgsmacht hoe we die nu kennen, is het product van de afgelopen dertig tot veertig jaar. Om de toekomst te begrijpen, moeten we kijken naar de aannames waar we onze legers op hebben gebouwd. Sinds de jaren negentig namen we onze militaire overmacht voor lief. Conflicten zouden kort zijn en we zouden nauwelijks materieel verliezen. Diepe munitiedepots? Nergens voor nodig.

Met die illusie bouwden we een defensie-industrie die uitblinkt in ‘exquise’ wapens. Maar deze paradepaardjes, zoals de F-35 of onze grootste fregatten, zijn inmiddels veranderd in ambachtelijke luxegoederen. Ze zijn peperduur, de productie duurt jaren en we durven ze in een echt conflict amper in te zetten.

Over de auteur

Maartje Mulder is sergeant aspirant-officier bij de Koninklijke Marine. Ze schrijft dit stuk op persoonlijke titel.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Onzinkbaar

De werkelijkheid in Oekraïne en de Perzische Golf heeft die westerse illusie hardhandig doorgeprikt: het idee dat we onzinkbaar zijn, ligt inmiddels diep op de zeebodem. Rivalen hebben zich aangepast en ontregelen ons op militair vlak. Oorlog is dus weer een logistieke uitputtingsslag, maar dan gerund door goedkope drones. Kijk naar Iran: hun traditionele marine en luchtmacht stellen misschien niet veel meer voor, maar met een arsenaal aan goedkope drones houden ze Trump en de zijnen wel in de greep.

De westerse reactie op deze dreiging legt een gapend gat in onze paraatheid bloot. In de eerste weken van de operaties in het Midden-Oosten schoten de VS in een mum van tijd voor acht jaar aan Tomahawk-raketproductie weg – om goedkope drones te pareren. Dat is logistiek onhoudbaar. Het is alsof je de muggen in je slaapkamer te lijf gaat door er telkens met je duurste kristallen glazen naar te gooien.

We steken miljarden in defensie, maar de daadwerkelijke productiecapaciteit stijgt nauwelijks mee. Tegenover een echte grootmacht als China houdt het Westen dit nog geen paar weken vol. De oplossing ligt in een ‘high-low mix’ zegt defensie-expert Bart van den Berg van Clingendael. We hoeven onze high-end systemen niet bij het grofvuil te zetten, maar we hebben ook massa nodig: goedkope, massaal produceerbare en onbemande systemen die bijvoorbeeld kunnen meevliegen als ‘wingmen’ voor menselijke piloten.

Software

De kern van oorlogvoering verschuift daarmee van staal naar software. De winnaar is straks niet degene met de dikste bepantsering, maar degene met de slimste algoritmen die zich continu razendsnel weet aan te passen en te vernieuwen. Dat aanpassingsvermogen is wat de Oekraïners zo effectief maakt. En het is exact waar westerse legers (en vooral de stroperige bureaucratie daarachter) nog veel van kunnen leren.

Tegelijkertijd moeten we ook oppassen dat we de regie niet uit handen geven aan de nieuwe techindustrie (denk aan bedrijven als Palantir en Anduril). Nieuwe defensiebedrijven werken steeds vaker met privaat durfkapitaal. Ze nemen zelf het financiële risico om autonome wapens te ontwikkelen en verkopen die kant-en-klaar aan overheden. Dat maakt ze sneller dan de defensiebureaucreatie, maar het mag er nooit toe leiden dat techmiljardairs een veto krijgen over het buitenlandbeleid. De democratische staat beslist waar wapens toe dienen en niet de directiekamers van Silicon Valley.

Allang begonnen

We maken onszelf hier graag iets wijs: dat de ‘toekomst van de oorlog’ pas over een jaar of tien echt op ons afkomt, en dat we nog alle tijd hebben om ons voor te bereiden. Maar die toekomst is allang begonnen. Meer geld naar defensie is dan ook logisch, maar als we dat vervolgens allemaal stukslaan op een paar peperdure paradepaardjes die we niet durven inzetten, schieten we er per saldo weinig mee op.

Uiteindelijk wint niet degene met het duurste materieel, maar degene die het snelst kan produceren, aanpassen en leren.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next