Home

In het noorden van Israël maken de raketten van Hezbollah én die van Iran weinig indruk: ‘We nemen het zoals het is’

Na een Israëlische aanval op Beiroet is zondag het geweld tussen Iran en Israël weer opgelaaid. In het noorden van Israël, vlak aan de grens met Libanon, is de steun voor Netanyahu’s keiharde aanpak onverminderd groot. ‘Je kunt maar beter niet met ons vechten.’

is correspondent voor de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Metula in het noorden van Israël.

Amper is de 65-jarige Moshe de auto uitgestapt met een schnitzel voor zijn zoon, of pal boven hem trekt een projectiel met fluitend geluid een sierlijke boog van rook tegen de blauwe hemel. De boog begint in Israël en eindigt in Libanon. Kennelijk met een treffer, want aan het eind van de rooksliert ontstaat een klein wit wolkje in de lucht en een paar seconden later is een plof te horen.

‘De Iron Dome’, zegt Moshe, met een zweem van trots wijzend naar de sliert. Daarmee bedoelt hij het luchtafweersysteem dat Israël sinds vijftien jaar gebruikt om raketten en drones uit de lucht te schieten die worden afgevuurd vanuit Gaza (door Hamas) en Libanon (door Hezbollah).

In dit geval werd ongetwijfeld een projectiel van Hezbollah onschadelijk gemaakt, want Moshe staat pal aan de Blauwe Linie, de bestandsgrens die functioneert als feitelijke grens tussen Israël en Libanon.

Veiliger aan de grens

De raketaanval zondag van Iran op Israël vindt plaats daags na het bezoek van Moshe aan de grens, maar het zou hem er waarschijnlijk niet van weerhouden hebben vanuit Haifa, op twee uur rijden, hierheen te komen met zijn schnitzel, op de vrije dag van zijn zoon. Anders dan Hezbollah heeft Iran immers niet speciaal Noord-Israël in het vizier.

De meeste van de raketten die Iran vanaf 1 maart afvuurde, na het begin van de oorlog met de VS en Israël, kwamen neer in en rond Tel Aviv en Jeruzalem en in de Negevwoestijn in het zuiden. Er vielen 24 doden, ruim zevenduizend mensen raakten gewond. Het noorden bleef grotendeels gespaard. Ja, de Iraanse raket van zondag kwam neer bij Haifa, maar dat is nu juist Moshes woonplaats. Dan was het voor hem aan de grens veiliger.

Dienstplichtig soldaat

Daar komt de consument van de schnitzel aangelopen, gekleed in militair groen, geweer over de schouder, sigaret in de ene hand, flesje water in de andere. Liam, de 20-jarige zoon, is sinds zeven maanden als dienstplichtig soldaat gelegerd hier in Metula, het meest noordelijke dorp van Israël.

Metula vormt het puntje van de ‘vinger’ waarmee Israël de Arabische buurlanden in priemt: links Libanon, rechts de door Israël op Syrië veroverde Golanhoogte.

De treffer van de Iron Dome zojuist heeft Liam ook gezien, maar onder de indruk was hij niet, het is schering en inslag. ‘Minstens vijf keer per dag komen er raketten of drones binnen hier, vooral drones’, zegt hij.

Veel vaker, tientallen of misschien wel honderden keren per dag, klinken de knallen van Israëlisch artilleriegeschut, richting Libanon of wellicht in Libanon, want het Israëlische leger (IDF) heeft sinds de invasie op 1 oktober 2024 het zuiden van het buurland in handen. De knallen vormen de achtergrondmuziek van het gesprek.

Verveling

‘Elk moment van de dag kan hier iets gebeuren’, zegt Liam (wiens achternaam niet genoemd kan worden, want Israëlische soldaten mogen niet met de pers praten). Het luchtalarm voor raketten is redelijk goed, maar voor drones werkt het nauwelijks. In Zuid-Libanon werd daar al menig IDF-soldaat het slachtoffer van.

‘Ik ben of binnen in een beschermde ruimte, of buiten op patrouille’, zegt Liam. Zijn taak: het bevoorraden van de Israëlische troepen in Libanon. Slachtoffers in zijn eenheid zijn er nog niet gevallen en het geweer over zijn schouder heeft hij al zeven maanden niet hoeven gebruiken.

Zijn belangrijkste tijdsbesteding: verveling in het legerkamp. ‘Ik kijk films en series op Netflix. Heel saai. Maar goddank is het saai. Als het niet saai was, was het niet goed.’

Verlaten Libanese dorpen

Een paar honderd meter voorbij Metula, op groene heuvels, liggen Libanese dorpen. ‘Daar woont niemand meer’, zegt Liam. De bewoners zijn vertrokken sinds het begin van de Israëlische invasie. De huizen in de sjiitische delen van de dorpen zijn door de IDF vernield, de wijken van christenen en soennieten staan nog overeind. Meer dan een miljoen Libanezen zijn ontheemd, ruim zevenduizend mensen zijn omgekomen, meest burgers.

Ook de Israëlische dorpen en steden langs de grens waren geruime tijd ontvolkt. Dat was na 7 oktober 2023, toen Hezbollah op de Israëlische tegenaanval in Gaza reageerde met een regen van raketten op Noord-Israël. De inwoners werden elders in Israël ondergebracht. In september 2024 opende Israël zijn offensief tegen Hezbollah met de opzienbarende pieperactie, kort daarna trok de IDF de grens over.

Eind november datzelfde jaar kwam een staakt-het-vuren tot stand. Dat werd sindsdien vaak geschonden, maar de blijvende aanwezigheid van Israëlische troepen in het zuiden van Libanon maakte Noord-Israël voor een deel van de inwoners veilig genoeg om geleidelijk terug te keren.

Herrie

‘Op 1 maart 2025 mochten we terug. Ik heb geen dag langer gewacht’, zegt de 41-jarige Miry Menashe. ‘Nee, helemaal veilig is het natuurlijk niet. We zitten vaak genoeg in de schuilkelder. Soms verga je van de herrie. Maar we kennen de consequenties van leven langs de grens. We nemen het zoals het is, we hebben er vrede mee.’

Menashe behoorde met haar man en tweeling van 15 tot de eerste terugkeerders in Metula. Daarna volgden er meer. Inmiddels is zo’n tweederde van de inwoners van het dorp en de nabijgelegen stad Kirjat Shmona weer thuis, schat ze. Zelf werd Menashe als reservist al snel opgeroepen om zes maanden te dienen in Syrië, maar in december kon ze dan toch eindelijk haar restaurant Bela Cafe heropenen.

Ze zit er op het terras met een van haar dochters en haar ouders, Russische Joden die in 1990 hun land verlieten om zich in Naharia te vestigen, een kustplaats in Noord-Israël. Miry was 5 jaar. Een typisch Russisch emigrantengezin: seculier en no nonsense, maar o zo nationalistisch.

‘We zijn niet de Joden van 1939, maar de Joden van 2026’, zegt oma Menashe. ‘Je kunt maar beter niet met ons vechten, dat heeft de geschiedenis wel bewezen.’

Steun voor regering

Voor mensen als de familie Menashe zegt de regering van premier Benjamin Netanyahu te doen wat ze probeert te doen: Hezbollah vernietigen. ‘Onze mensen in het noorden moeten veilig kunnen leven’, zo is al bijna drie jaar het mantra.

Bij de grote meerderheid van de Israëliërs ging dat erin als Gods woord in een ouderling. De sympathie voor de burgers in het noorden was enorm en een groot deel van de bevolking en de Israëlische politiek steunde de aanpak van de regering.

Sinds enige tijd echter is dat aan het schuiven. ‘De laatste een of twee jaar is er steeds meer kritiek op de regering’, zegt Ofer Cassif, een Israëlische parlementariër op de uiterste linkerflank van het spectrum. ‘Eerst inzake Gaza, nu ook inzake Iran, Libanon en zelfs de etnische zuiveringen op de Westoever. Helaas vormen wij niet de meerderheid, verre van dat. Maar je hoort nu stemmen die je voorheen nauwelijks hoorde, zoals het zogenaamde 'zionistisch links’ en sommige ex-generaals.’

Protest

Sinds zondag, zegt Cassif, zijn er ‘zelfs’ leiders van de centrumlinkse oppositiepartij Democraten en diverse gevestigde journalisten die met kracht protesteren tegen de Israëlische aanval op Dahiye, de sjiitische wijk in Beiroet waar Hezbollah veel aanhang heeft. Zij beweren dat het Netanyahu louter en alleen gaat om de naderende verkiezingen.

‘Het welzijn van de Israëliërs interesseert Netanyahu en zijn handlangers niet, laat staan ​​dat van anderen. Helaas kan wat in Libanon zelf en in de Palestijnse gebieden gebeurt de meeste Israëliërs ook niets schelen. De meerderheid geeft alleen om het eigen welzijn. Maar zelfs uitgaande van een zeer beperkt nationalistisch belang deugt het beleid niet. Het noorden van Israël is volledig verwaarloosd. Het ligt in puin. De meeste mensen daar hebben geen inkomen.’

De enige manier om tot een rechtvaardige en duurzame vrede te komen, zegt Cassif, is een einde maken aan de bezettingen. ‘Meervoud. Want Israël is niet alleen in Gaza en op de Westoever een bezettingsmacht, ook in Syrië en Libanon. En het is vanzelfsprekend dat een volk onder bezetting zich daartegen verzet. Volgens het internationaal recht hebben ze daar zelfs recht op. Dat is wat Hezbollah in Libanon doet, hoewel ik geen greintje sympathie voor ze heb.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next