Home

Zijn alle eerdere bezwaren tegen een verbod op verheerlijking nu opeens ongeldig?

Het kabinet probeert het weer eens: een apologieverbod. De VVD bracht ooit uitstekend onder woorden waarom dat een onzalig idee is.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Politiek debat draait soms in cirkels en daar is soms ook niks aan te doen. Problemen keren nou eenmaal af en toe terug in een net iets andere hoedanigheid. Erg is het ook niet, mits er intussen wel wat vooruitgang wordt geboekt. Het debat over een verbod op het verheerlijken van terrorisme, dat weer aan een nieuwe ronde begint, dreigt echter een volmaakte herhaling van zetten worden.

Het debat heeft zijn oorsprong in 2005, niet lang nadat cineast en opiniemaker Theo van Gogh werd geliquideerd door de moslimfanaticus Mohammed B., die zijn daad bepaald niet zag als een eenmalige gelegenheid. Integendeel, bleek uit zijn onderschepte uitlatingen: ‘Het zal niet lang duren voordat de ridders van Allah het Haagse Binnenhof op marcheren. Het parlement wordt omgedoopt tot sharia-rechtbank en de voorzittershamer zal het islamitische vonnis bekrachtigen.’

Geen wonder dat er Binnenhofbewoners waren die aandrang voelden om daartegen op te treden. CDA-minister Piet Hein Donner van Justitie reageerde met zijn apologieverbod. Het ‘verheerlijken, vergoelijken of bagatelliseren’ van geweld zou strafbaar worden. In Donners woorden: ‘Een noodzakelijk instrument om in een situatie waarin publieke gevoelens door bijvoorbeeld een aanslag tot een kookpunt zijn gestegen, te voorkomen dat die gevoelens tot explosie komen door provocerende uitlatingen.’

Het kwam er niet van. Regeringspartij D66 keerde zich tegen het plan omdat de partij een te grote inperking van de vrijheid van meningsuiting voorzag. Daarna volgde coalitiepartner VVD (toen nog een andere partij dan nu) met hetzelfde bezwaar. Oppositiepartij GroenLinks vroeg zich, ook toen al, af wat een apologieverbod bijvoorbeeld zou betekenen ‘voor mensen die de Palestijnse aanslagen in Israël zien als gerechtvaardigde daden van vrijheidsstrijders’. Zouden die vervolging gaan riskeren?

Het CDA heeft het er nooit bij laten zitten. Of eigenlijk wel: in 2015 deed het toenmalige CDA-Kamerlid Mona Keijzer een nieuwe poging om een verbod op verheerlijking in een wetsvoorstel te gieten, maar ook dat leidde tot zoveel kritiek uit juridische hoek, dat het niet tot serieuze behandeling kwam.

Die kritiek slaat steeds neer in dezelfde vragen: wie bepaalt wat ‘terrorisme’ is? Wanneer slaat begrip tonen om in ‘verheerlijken’? Draagt de introductie van een ‘gedachtenpolitie’ echt bij aan een gezonde rechtsstaat?

Twee decennia geleden vond dienstdoend VVD-fractieleider Jozias van Aartsen een expliciet verbod simpelweg overbodig. ‘Absolute vrijheid is er nooit. Er is altijd een grens. Nu ook. Op dit moment ligt die grens tussen enerzijds het verheerlijken van geweld (is niet strafbaar) en anderzijds het aanzetten tot feitelijk geweld en tot haat (wel strafbaar). Wat ons betreft hoeven we die grens niet te verleggen.’

Het kabinet-Jetten gaat het niettemin weer eens proberen, bleek afgelopen vrijdag. Een wetsvoorstel wordt binnenkort ingediend. Dat roept onmiddellijk de vraag op of alle bezwaren waar het in 2005 en 2015 op stukliep, nu opeens ongeldig zijn.

Het grote verschil is waarschijnlijk slechts dat de huidige Tweede Kamer daar een stuk ongevoeliger voor is. De aangenomen antifa-motie van FvD-leider De Vos, waarmee vorig jaar pardoes alle antifascistische activisten tot lid van een terroristische organisatie werden bestempeld, was geen geruststellend voorteken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next