Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: is het wijs mijn partner te berispen in bijzijn van onze dochter?
Moeder: „Mijn peuter is 2,5 en doet alle dingen die je mag verwachten van een peuter: alledaagse acties zoals aankleden pertinent weigeren, een fittie gooien als ze de ‘verkeerde’ lepel krijgt, me strak in de ogen aankijkend haar volle bakje pap op de grond smijten. Het stelt het geduld van mij en mijn partner soms flink op de proef.”
„Waar we allebei proberen zoveel mogelijk empathisch te reageren op haar driftbuien, kan mijn partner wel iets sneller zijn geduld kwijtraken en onze dochter streng of boos toespreken tijdens een driftbui. Soms spring ik dan voor haar in de bres en berisp ik hem waar ze bij is. Ik vraag me af of ik daar wel goed aan doe. Moeten we niet juist een front vormen waar ze bij is, of is het oké om haar te laten zien dat we het niet altijd met elkaar eens zijn? Ik ben vooral benieuwd naar het effect van onenigheid voor de ogen van onze dochter.”
Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.
Frank van der Horst: „Je geduld verliezen is in de opvoeding volstrekt begrijpelijk, zeker tijdens deze ingewikkelde fase. Maar uw peuter heeft op dat moment niks aan debat. In de ontwikkeling moet er op dit moment veel tegelijk gebeuren: uw dochter wil grenzen afgebakend krijgen, maar raakt vanwege de drang tot autonomie daardoor ook gefrustreerd. Juist dan heeft uw dochter u als ouders nodig: het vereist de dubbele taak om te begrenzen én te troosten, wat je doet door liefdevol en duidelijk te stellen wat niet kan, en nabij te blijven. Dat biedt uw dochter rust en voorspelbaarheid.”
„Elkaar berispen levert op zo’n moment voor uw dochter alleen maar extra spanning op. Kinderen gaan natuurlijk gaandeweg zien dat elke ouder een andere aanpak heeft, maar 2,5 is erg jong om dat zichtbaar te maken. Met elkaar praten als ouders over dergelijke situaties doe je liever voor- of achteraf.”
„Ga eens na op welke momenten jullie structureel onenigheid in de opvoeding kunnen bespreken, en hoe jullie elkaar dan kunnen helpen als het teveel wordt. Kan de een weglopen als het geduld op is, en neemt de ander het dan even over?”
Carlo Schuengel: „Elkaar afvallen in aanwezigheid van het kind noemen we in de wetenschap ‘negatieve co-parenting’. Het leidt bij kinderen tot onrust. Terwijl het positief samen optrekken als ouders juist veel duidelijkheid geeft.”
„In deze fase leert uw kind regels, en wat er van haar verwacht wordt. Geen dingen kapot maken, niet gillen. Dat gaat over socialiseren, en daarvoor wordt op jonge leeftijd de basis gelegd. Juist in een situatie waarin een kind grenzen opzoekt, is gezamenlijk, vriendelijk consequent zijn belangrijk: rustig vertellen waarom dit gedrag niet gewenst is.”
„Probeer momenten waarop een van jullie getergd raakt te bespreken. Dat zijn vaak klassieke momenten, zoals aan het eind van de dag aan tafel, of in de supermarkt.”
„Naarmate kinderen ouder worden, gaan er andere dingen spelen. Bijvoorbeeld ontluikende moraliteit: wat is goed voor de wereld en wat niet? Hoe gaan we om met het klimaat, wil ik nog vlees eten, hoe gaan we om met elkaar? In dat soort gevallen is het voor kinderen juist leerzaam als ouders van mening verschillen, zolang die verschillen worden besproken met de intentie naar elkaar en het kind te luisteren. Zo krijgt het kind een respectvolle discussie voorgespiegeld, wat kan helpen bij een vrije ontwikkeling.”
Frank van der Horst is bijzonder hoogleraar Problematische gehechtheid aan de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is gespecialiseerd in gezinspedagogiek. Carlo Schuengel is hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.