Home

‘Ik ben een mevrouw’, zegt Laura Bromet tegen de voorzitter

Op een donderdagavond, eind mei, is er in de grote zaal van de Tweede Kamer een debat over woningbouw. Minister van Volkshuisvesting Elanor Boekholt van D66 staat achter de katheder, ze beantwoordt vragen van Kamerleden. Ineens moet iedereen hard lachen, Boekholt heeft zelf overduidelijk geen idee waarom. Ze kijkt rond, met haar mond open.

Net ervoor had Tweede Kamervoorzitter Thom van Campen haar gecorrigeerd: Boekholt noemde het non-binaire Kamerlid Ines Kostic van de Partij voor de Dieren „mevrouw Kostic”. Van Campen zei dat „de afgevaardigde” aangesproken wilde worden met „lid Kostic”. „Mijn excuses”, zei Boekholt. En ook: „Helemaal terecht.” Alsof ze wist waar het om ging. Maar nog geen twee minuten later noemt ze BBB’er Femke Wiersma eerst „mevrouw…” en dan snel „lid Wiersma”.

Van Campen moet ook lachen. Dan ziet hij Boekholts verwarring. „Mevrouw Wiersma”, zegt hij, „wenst denk ik te worden aangesproken met mevrouw Wiersma.” Boekholt kijkt Wiersma aan, ze slikt en glimlacht. „Ik mag mevrouw Wiersma zeggen.”

In het café van de Tweede Kamer, vorige week woensdag, zegt Ines Kostic dat veel ministers, staatssecretarissen en Kamerleden zich vergissen. „Geen punt.” Er was maar één keer dat Kostic dacht: dit is misschien opzet. In een debat over de transgenderwet, april 2024, noemde Kostic zichzelf bij de interruptiemicrofoon non-binair. Door de wet zou het makkelijker worden om de vermelding van je geslacht in je paspoort te veranderen. „Dit gaat”, zei Kostic, „ook over míj”. Nicolien van Vroonhoven van NSC, fel tegen de wet, sprak Kostic meteen daarna toch aan met „mevrouw”. Toen die daar wat van zei, draaide Van Vroonhoven haar hoofd weg. „Ik hoor geen vraag.”

Wat al een tijdje opvalt: Kamerleden die in kleine zaaltjes debatten voorzitten waar Kostic bij is, laten steeds vaker bij iedereen ‘mevrouw’ of ‘meneer’ weg. Ze zijn allemaal ‘het lid’. In zo’n debat stuurde een Kamerlid een appje naar Laura Bromet van Progressief Nederland, het ging over een mannelijke collega die opeens ook ‘lid’ was: „Hij is van zijn geslacht beroofd.” „Ik ben mevróúw”, zei Bromet zelf twee weken geleden in een vergadering tegen de voorzitter, Maarten Goudzwaard van JA21.

Tegen mij zegt ze: „Ik heb gemerkt dat ik dat plezierig vind, mevrouw is persoonlijker.” Maar als het voor Kostic en later voor andere non-binaire Kamerleden beter is dat iedereen ‘lid’ is, zegt Bromet: „Heel goed natuurlijk.” Ze vindt het „een lichtpuntje in duistere, extreemrechtse tijden” dat de Kamerleden, hoe hard ze vaak ook zijn tegen elkaar, állemaal hun best doen om Kostic ‘het lid’ te noemen.

BBB’er Femke Wiersma draagt bijna altijd hoge hakken, korte jurken. In het debat over woningbouw appt ze Van Campen: dat iemand háár nog eens als vrouw „ter discussie” zou stellen, dat had ze niet verwacht. „Maar gezien de reacties in de zaal begin ik te twijfelen.” Van Campen moet weer lachen. „Jij bent de állerlaatste.”

Minister Elanor Boekholt heeft het al vanaf haar beëdiging moeilijk in debatten. Ze komt onzeker over, tegen Kamerleden zei ze een keer dat ze hen aankeek „als een hert in de koplampen”. Ze kreeg debattraining, ik kan me nauwelijks voorstellen dat niemand van haar medewerkers heeft gezegd: let op, Ines Kostic is ‘het lid’. Maar ze wist het niet, zegt ze vorige week in de hal van de Tweede Kamer.

Wat er in haar hoofd omging, toen iedereen moest lachen? „Ik dacht: een vergissing. En die haalt wel of niet de krant.”

Petra de Koning doet elke dinsdag verslag over de Haagse politiek (p.dekoning@nrc.nl)

Gender

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next