Terrorisme Een serie aanslagen op Joodse en Amerikaanse doelen in Nederland, wordt gekoppeld aan een pro-Iraanse groepering. De leider van die groep heet Mohammad Al-Saadi. Hij is volgens de FBI het brein achter een serie aanslagen. Wat is de link met Nederlandse verdachten die dinsdag voor de rechter komen?
Bij een synagoge op het A.B.N. Davidsplein in Rotterdam werd brand gesticht.
In de buurt van een synagoge in de Rotterdamse wijk Hillegersberg valt het oog van surveillerende agenten in de vroege ochtend van vrijdag 13 maart op een verdachte auto met vier inzittenden. De agenten zijn uit voorzorg naar het gebedshuis gestuurd omdat iets na half vier die nacht een explosief is afgegaan bij een synagoge in de Rotterdamse wijk Blijdorp.
Bij een controle blijkt dat een van de inzittenden voldoet aan het signalement dat op basis van beveiligingsbeelden van de eerste aanslag is afgegeven. De vier jongemannen, die allemaal uit Tilburg komen, worden gearresteerd als blijkt dat ze een jerrycan met benzine bij zich hebben.
De Tilburgers, in de leeftijd tussen zeventien en negentien jaar, zitten nog altijd vast. Ze moeten 9 juni voor de Rotterdamse rechtbank verschijnen voor een eerste tussentijdse zitting in hun strafzaak. Ze worden beschuldigd van brandstichting en het voorbereiden van brandstichting — met een terroristisch oogmerk.
In diezelfde strafzaak worden nóg twee jongemannen vervolgd, die twee weken na de aanslag zijn aangehouden in Amsterdam en Tilburg. Deze twee verdachten hebben vermoedelijk als tussenpersoon een rol gespeeld bij het organiseren van de aanslag in Rotterdam. Ze zijn niet op heterdaad betrapt.
Ook naar die aanslagen wordt onderzoek gedaan en zitten minderjarige verdachten vast. En dat geldt ook voor een verijdelde aanslag in Heemstede, die niet in de aanklacht van de FBI wordt genoemd. Tegen deze verdachten loopt een apart onderzoek. Hoe zijn deze jonge Nederlanders verzeild geraakt in een Iraanse campagne? Dat verhaal begint in de Verenigde Staten.
De zes Nederlandse verdachten van de explosie bij de Rotterdamse synagoge lijken radertjes in een internationale terreurcampagne, gestart nadat Israël en de Verenigde Staten op 28 februari van dit jaar zijn begonnen met zware bombardementen op Iran. Het brein van deze campagne is volgens de Amerikaanse FBI een 32-jarige Irakees die nauw gelieerd is aan de Iraanse Republikeinse Garde: Mohammad Baqer Saad Dawood Al-Saadi.
Onder zijn regie zijn twintig aanslagen gepleegd op Amerikaanse en Joodse doelen, niet alleen in Nederland maar ook in België, Canada, Duitsland, Engeland, en Frankrijk, zo staat in een aanklacht van de FBI. Daarnaast beschuldigt de FBI Al-Saadi in de Verenigde Staten van het treffen van voorbereidingen voor het plegen van aanslagen op synagogen in Arizona, Californië en New York.
Al-Saadi is begin vorige maand in Turkije aangehouden op verzoek van de Verenigde Staten en is op 15 mei van dit jaar voorgeleid aan een federale rechtbank in New York. In de aanklacht tegen hem wordt de aanslag in Rotterdam genoemd, maar ook twee in Amsterdam en een in Nijkerk. Het onderzoek naar aanslagen begint met een bericht op Snapchat.
„Aan alle jihadisten, in het westen en het oosten”, meldt het account Shadow Soldiers via Snapchat op 7 maart 2026: „Dit is toestemming voor alle slapende cellen: aan het werk.” Twee dagen later – Israël en de Verenigde Staten zijn dan al ruim een week bezig met een luchtoorlog tegen Iran – volgt een oproep aan alle „soldaten van Islam” tot „Jihad”: een heilige oorlog.
Diezelfde dag, op de maandagochtend van 9 maart 2026, vindt er een explosie plaats bij een synagoge in Luik. Het is de eerste van een serie aanslagen in Europa op voornamelijk Joodse doelen. Op vrijdag 13 maart 2026 gaat het explosief af bij de synagoge in Rotterdam. In de dagen daarna volgen twee aanslagen in Amsterdam. Op 14 maart bij de Joodse school en op 15 maart bij een filiaal van de New York Mellon bank.
De drie aanslagen worden geclaimd door een dan nog onbekende groepering: Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah. Inmiddels stelt de FBI dat dit een zusterorganisatie is van Kata’ib Hezbollah, een pro-Iraanse groepering die in 2009 door de Verenigde Staten als terroristische organisatie is aangemerkt.
Het logo van Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah is te zien op filmpjes van de drie aanslagen die op Telegram en Snapchat zijn gedeeld door Muhammad Al-Saadi, volgens de FBI ook de man achter het account Shadow Soldiers.
Al-Saadi is volgens de FBI sinds 2017 als commandant verbonden aan Kata’ib Hezbollah. In die rol onderhield hij nauwe banden met Qassem Soleimani, een hoge Iraanse militair van de Iraanse Republikeinse Garde, die in 2020 in opdracht van president Donald Trump in Iran werd vermoord bij een aanslag.
Soleimani werd gezien als een van de machtigste mannen van Iran. Hij was, niet onbelangrijk, tot zijn dood direct betrokken bij een eenheid van de Republikeinse Garde die clandestiene militaire operaties uitvoerde, ook buiten Iran.
In die hoedanigheid onderhield Soleimani volgens de CIA persoonlijke contacten met commandanten van milities, waaronder dus Mohammad Al-Saadi, die op sociale media een foto van zichzelf met Soleimani postte en bezwoer zijn dood te wreken. Volgens de FBI is het Al-Saadi die de aanslagen in Nederland heeft georkestreerd. Bewijs voor die beschuldiging is op bijzondere wijze door de FBI vergaard.
In zijn zoektocht naar manieren om aanslagen te plegen in de Verenigde Staten komt Mohammad Al-Saadi ergens in het eerste kwartaal van 2026 in contact met een persoon die de FBI niet met naam noemt. Wat de Irakees niet weet is dat deze figuur als informant werkt voor de FBI en zijn telefoongesprekken met Al-Saadi opneemt.
Het vergaren van voldoende bewijs tegen Al-Saadi is een race tegen de klok, omdat Al-Saadi tegen de informant op 20 maart 2026 vertelt dat hij „angst wil zaaien” en „er geen probleem mee heeft” als er dodelijke slachtoffers vallen”. Op dat moment gaat de reeks aanslagen in Europa onverkort door.
Zo wordt er in Heemstede in de nacht van 19 op 20 maart een aanslag op Joodse school voorkomen en worden twee jeugdige daders aangehouden. Maar dat maakt Al-Saadi niet uit. Zo zegt hij tegen de Amerikaanse informant dat hij in Europa geen hulp nodig heeft: in Europa „loopt alles goed”. Al-Saadi vertelt in het opgenomen telefoongesprek dat hij „meerdere teams aanstuurt” in Europa.
En dat blijkt ook uit de beelden van aanslagen in Antwerpen en Londen die hij in die periode deelt via sociale media. Volgens de FBI wordt het opgenomen telefoongesprek gevoerd met hetzelfde telefoonnummer waarmee de filmpjes van de aanslagen in Nederland via Snapchat en Telegram zijn verspreid. Dat is volgens de FBI een belangrijke aanwijzing van de betrokkenheid van Al-Saadi bij de aanslagen in Nederland en elders in Europa.
In Canada zijn ook twee aanslagen gepleegd waarvoor Al-Saadi in het gesprek verantwoordelijkheid claimt. Toch zou hij in Canada en de Verenigde Staten meer willen doen, vertelt hij tegen de informant: „Als je daar iets voor ons kunt doen… dat zou heel belangrijk zijn”.
Ruim een week later, op 1 april, vraagt Al-Saadi of de FBI-informant iemand kent die aanslagen kan plegen. In reactie daarop zegt de FBI-informant dat hij mogelijk iemand in Mexico weet. Binnen twee dagen is dat geregeld en heeft Al-Saadi contact met een man die zegt te werken voor een Mexicaans kartel.
Al-Saadi stuurt de informant een bericht met het adres van een synagoge in New York, een kaartje en een Arabische tekst: „Zij steunen het recht van Israël om te bestaan”. Daarna stuurt Al-Saadi nog de adressen van twee Joodse organisaties in Arizona en Californië die „uitgesproken aanhangers zijn van het zionisme buiten Israël”. Ondertussen wordt er in Nederland weer een aanslag gepleegd, op een joods doelwit in Nijkerk dit keer.
Wat Al-Saadi niet weet is dat hij belt en appt met een Amerikaanse undercoveragent die zich voordoet als een Mexicaanse crimineel. Ook die agent neemt zijn telefoongesprekken met Al-Saadi op, aldus de FBI. Tijdens een zo’n telefoongesprek zegt Al-Saadi tegen de undercoveragent dat het hem niet uitmaakt hoe hij de synagoge in New York in brand wil steken: „Het belangrijkste is dat de aanslag wordt gefilmd”.
Niet lang daarna, op 4 april, doet Al-Saadi een eerste aanbetaling in cryptovaluta van 3.000 dollar. Als de drie aanslagen zijn gepleegd, zo belooft Al-Saadiaan de undercoveragent, volgt nog eens 7.000 dollar. „Wordt de aanslag vandaag of morgen gepleegd”, wil hij daarna weten. Als er twee dagen later nog altijd niks is gebeurd, meldt Al-Saadi zich opnieuw: „Het moet VANDAAG gebeuren.”
In antwoord daarop stuurt de undercoveragent videobeelden van de synagoge die zwaar wordt beveiligd door de lokale politie. Dat is het laatste bericht dat Al-Saadi ontvangt. Op vragen „wat er is gebeurd” en waarom „de operatie niet is uitgevoerd” krijgt Al-Saadi geen antwoord meer.
De FBI vindt op dat moment kennelijk dat er voldoende informatie is verzameld om hem te vervolgen. Uit de aanklacht, gedateerd op 30 april 2026, blijkt dat de informant na 7 april geen contact meer heeft gehad met Al-Saadi die in de VS wordt verdacht van het uitlokken en voorbereiden van terroristische aanslagen in de Verenigde Staten én in Nederland.
De strafzaak tegen Al-Saadi in New York is daarmee onlosmakelijk verbonden met de feiten waarvoor de zes verdachten van de aanslag op de synagoog in Rotterdam terechtstaan.
Nederlandse opsporingsautoriteiten willen er niet veel meer over kwijt dan dat er contact is met de Amerikanen. Verder doen woordvoerders van de AIVD, het OM en de Nationale politie er het zwijgen toe.
De werkwijze van Al-Saadi is een goed voorbeeld van wat opsporingsbronnen in het algemeen vertellen over het optreden van zogeheten statelijke actoren. Dat zijn individuen of groepen die namens een ander land in Nederland actief zijn bij criminele activiteiten als economische spionage, beïnvloeding van de publieke opinie, cybercrime of het plegen van aanslagen.
Statelijke actoren maken, ieder op hun eigen manier, gebruik van de diensten van criminele netwerken, vertellen meerdere opsporingsambtenaren. Die samenwerking heeft een vaste structuur: de statelijke actor is altijd de opdrachtgever en de leden van het criminele netwerk fungeren als tussenpersoon en uitvoerder.
In ruil voor hun diensten – variërend van informatie, wapens of huurmoordenaars – profiteren leden van een crimineel netwerk van die vaste afspraak. Zo worden drugssmokkelaars met rust gelaten als hun route loopt door het grondgebied van een statelijke actor. Denk aan de smokkel van heroïne uit Afghanistan waarvan de route door Iran en Turkije loopt.
Voor hackersgroepen uit bijvoorbeeld Rusland geldt iets soortgelijks, vertelt een opsporingsbron. Zij mogen het geld houden dat ze verdienen bij het afpersen van organisaties, door vitale computerinfrastructuur over te nemen of gevoelige data te stelen. Maar in ruil daarvoor moeten relevante data die zijn verkregen, wel worden gedeeld.
Bij de aanslagen waarvan Al-Saadi nu wordt beschuldigd, wordt een nieuw werkwijze ingezet die in Nederland vooral bekend is geworden door de honderden aanslagen met vuurwerkbommen: crime as a service. Daarbij werven criminele opdrachtgevers via sociale media, met hulp van tussenpersonen, uitvoerders voor geweldsdelicten.
Die methode is aantrekkelijk omdat opdrachtgevers, tussenpersonen en uitvoerders elkaars identiteit niet kennen omdat ze alleen via sociale media contact met elkaar hebben. Daarom is het in de praktijk voor de politie heel moeilijk om de opdrachtgevers te vinden.
En dat maakt de strafzaak tegen de zes verdachte jonge uitvoerders van de aanslag op de Rotterdamse synagoog zo bijzonder. Dankzij het onderzoek van de FBI is hun ultieme opdrachtgever wél bekend, al zullen de zes wel nooit contact met hem hebben gehad: alleen via sociale media.
De vraag is nu of opsporingsinstanties in Nederland, en elders in Europa, de tussenpersonen kunnen identificeren: de personen tussen de zes verdachten in Rotterdam en Al-Saadi. Wie zijn de Shadow Soldiers: de slapende cellen die Mohammad Baqer Saad Dawood Al-Saadi via zijn oproep op Snapchat begin maart 2026 aan het werk heeft gezet?