Kamerleden, ministers en media moeten zich niet terughoudend opstellen als politici discriminerende of racistische uitspraken doen. Ontsporingen negeren of bagatelliseren leidt uiteindelijk tot normalisering van dit soort uitspraken.
is chef van de politieke redactie.
Dat stelt de Staatscommissie tegen Racisme en Discriminatie maandag in haar eindrapport. De commissie, onder leiding van voormalig PvdA-senator Joyce Sylvester, deed de afgelopen vier jaar op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek naar de situatie rond ongelijke behandeling in Nederland en publiceerde daarover een reeks adviezen en aanbevelingen.
Eén daarvan is de oproep aan politici om strenger te normeren en niet afzijdig te blijven bij ontsporingen in het publieke debat. ‘Hoewel deze afzijdige houding soms een bewuste keuze kan zijn, bijvoorbeeld uit angst te polariseren, heeft dit wel maatschappelijke consequenties in het normaliseren van discriminatie en racisme.’
Daarmee raakt de commissie aan een politiek dilemma waarmee politici – en journalisten – op het Binnenhof al jaren worstelen. Er is een school die liever niet steeds reageert als politieke tegenstanders zich discriminerend of racistisch uitlaten: reageren genereert immers meer aandacht voor de uitlatingen en zou daardoor bijdragen aan normalisering.
Om die reden reageerde bijvoorbeeld PvdD-Kamerlid Esther Ouwehand onlangs niet toen FvD-leider Lidewij de Vos in de Kamer over de zeer omstreden omvolkingstheorie sprak. ‘De experts zeggen: normeer die opvattingen, benoem het op je eigen podium, maar ga ze geen podium geven waardoor ze die ideeën verder kunnen verspreiden’, legde Ouwehand uit in de Volkskrant. ‘Aan dat advies heb ik me gehouden.’
Een andere school – nu gesteund door de staatscommissie – vindt juist dat er duidelijker genormeerd moet worden om normalisering te voorkomen. D66-fractieleider Jan Paternotte ging om die reden wel fel in debat met De Vos: ‘Kiezers die normaal gesproken op de VVD of JA21 stemmen, maar denken dat FvD misschien ook wel geinig is, zullen dat nu misschien minder snel doen.’
Ook Progressief Nederland-leider Jesse Klaver zit in dat kamp. Hij riep premier Jetten onlangs op feller te reageren toen het Kamerlid Gidi Markuszower de overheid opriep Palestijnse vluchtelingen ‘desnoods met maximaal geweld’ buiten te houden. Klaver vond dat de premier daar tegenin moest gaan. ‘En dan niet halfbakken. Dit mag niet worden genormaliseerd.’
De Staatscommissie zelf noemt het voorbeeld van toenmalig premier Schoof die bij de Algemene Politieke Beschouwingen in 2025 niet wilde reageren toen PVV-voorman Wilders pleitte voor discriminerende maatregelen, waaronder een verbod op islamitische scholen. Schoof had geen zin om Wilders steeds te ‘recenseren’ zei hij. De Staatscommissie betreurt dat. ‘Hoewel normeren door de premier misschien had geleid tot spanningen in de regeringscoalitie, had het maatschappelijk gezien een betekenisvol signaal kunnen zijn in het stelling nemen tegen discriminatie en racisme.’
In haar eindrapport zette de commissie maandag verder de vele aanbevelingen op een rij die in de afgelopen jaren aan de overheid werden gedaan. Discriminatie is, hoewel bij wet verboden, nog steeds een ‘hardnekkig probleem’, stelt de commissie vast. Vooral vrouwen, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een handicap en mensen met een niet-heteroseksuele geaardheid krijgen er op allerlei manieren mee te maken. ‘Discriminatie en racisme komen voor op de arbeidsmarkt, in de zorg, op de woningmarkt, in het onderwijs en ook door de overheid zelf.’
De commissie beveelt de overheid onder meer aan ervoor te zorgen dat het ambtenarenbestand diverser van samenstelling wordt en bijvoorbeeld een ‘vlekkeloze beheersing van de Nederlandse taal’ niet langer als voorwaarde wordt gesteld voor functies waarbij dit ‘feitelijk niet noodzakelijk’ is.
Elke vorm van etnische profilering door de overheid dient te worden uitgebannen, ambtenaren moeten beter worden getraind in de omgang met grondrechten, diversiteit en inclusie.
Het betrekken van burgers bij beleid moet bovendien verplicht worden, vindt de staatscommissie: ‘Ontwikkel creatieve en co-creatieve werkvormen die verdergaan dan inspraakavonden en enquêtes. Overweeg een maatschappelijke diensttijd voor ambtenaren: een jaarlijkse verplichting om samen te werken met een maatschappelijk initiatief dat raakt aan hun eigen dossier. Zo leren ambtenaren de praktijk kennen van de mensen voor wie zij beleid maken.’
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant