Waarom besteden de media eigenlijk zoveel aandacht aan de corona-verhoren in Den Haag? Het is zulk slecht nieuws. En het is ook nog allemaal zo besmettelijk! Liever geen woord er meer over. Isoleren, al die ziekmakende covid-praat.
Niemand zal zo’n argument – hopelijk – serieus nemen. Maar als het om extreemrechts gaat is het gesneden koek. Een aantal politicologen deed de oproep geen podium meer te bieden aan politici uit die hoek, omdat aandacht het vuur alleen maar aanblaast. Vooral aandacht van het domme, kritiekloze of knuffelige soort dat elke rijzende ster ten deel valt aan de vaderlandse stamtafels.
Voor een cordon sanitaire zoals in de jaren tachtig om Hans Janmaat was het misschien te laat (overigens werd de Centrumdemocraat geruchtmakend geïnterviewd door de Vpro, in NRC Handelsblad door Marc Chavannes en in Elsevier), maar het ‘neutraal’ doorgeven van het gif moet stoppen. Een rode loper voor Lidewij de Vos, het nativistische ‘meisje met de parel’, (een rake analyse van Forum-propaganda) is dan een voorbeeld hoe het niet moet. Kritisch inkaderen en context geven moet uiteraard wél.
Je zou zeggen: dat laatste moet altijd het devies zijn in de journalistiek, (ook over de avondklok, of zakendoen met Rusland). Bij extreemrechts geldt het extra, wegens het amplificatie-effect: je helpt onbedoeld mee de antidemocratische boodschap te verspreiden – zie het hopeloze Kamerdebat met de onverstoorbare De Vos.
Het lijkt me een solide argument. Politieke haat verspreidt zich immers, in tegenstelling tot een virus, via taal. Politiek én journalistiek zijn ook altijd een strijd om definitiemacht: in welke termen wordt over een probleem gesproken, of over mensen?
De vraag is natuurlijk wel hoe ver je dat amplificatie-effect oprekt. Wanneer botst het ‘isoleren’ van extreemrechts met de journalistieke plicht om verslag te doen van wat er in politiek en samenleving gebeurt?In een wetenschappelijke publicatie over Forum en de media bij de verkiezingen van 2021 worden ook artikelen die toenmalig leider Baudet ridiculiseerden, of hem zonder verder commentaar vergeleken met Trump, gerekend tot onwenselijke ‘”accommodatie”.
Tja, als bijna álles amplificatie is, inclusief citaten van Baudet of vergelijkingen zonder duidelijk opgeheven vingertje, dan zit er voor journalisten in deze redenering uiteindelijk maar één ding op– iets wat politicologen doorgaans zeggen niet te bedoelen: doodzwijgen.
Chris Julien, filosoof en activist, trekt die consequentie: media, maar ook elk van ons individueel, moeten extreemrechts uit „de polis” jagen en er niet meer over praten, schreef hij zaterdag. De sociale dood insturen, zeg maar, zoals ze in het oude Griekenland soms met criminelen deden, of bij de Australische Aborigines.
Het is een idee, de racistische oom toch maar niet meer uitnodigen op verjaardagen. Maar voor de journalistiek is het een beroerd advies. Het beest in de bek kijken blijft beter dan wegkijken. Julien verwart journalistieke „neutraliteit” (zonder oordeel alles wat verkoopt in de schappen zetten) en „objectiviteit”, (je oordeel aanpassen aan de feiten en niet andersom). NRC Handelsblad gold als „liberaal”, dat wil zeggen niet neutraal maar – in de verslaggeving – objectief: onderzoekend, feitelijk, en met hoor en wederhoor.
Dat de media sinds Fortuyn amechtig zijn gaan overcompenseren en het gevaar van radicaal rechts te lang hebben onderschat, of dat zelfs hebben aangewakkerd, is alleen al intuïtief een terecht verwijt. Ik maakte het op de tweede rij mee toen Baudet (pre-Forum) én PVV-ideoloog Martin Bosma in NRC columns kregen – gelukkig tijdelijk.
Dus nee, alsjeblieft geen human interest gedweep meer met de ‘frisse’ Lidewij de Vos. Maar geef het beginsel van objectieve journalistiek op, begin met doodzwijgen en je krijgt geen journalistiek meer over politiek, maar politieke journalistiek. Dat kan, in de verzuiling hadden we er ervaring mee (slecht huwelijksnieuws over Soestdijk werd graag uit de schappen gehouden), geen leuk voorland.
Nog een gekrenkt beroepseer-puntje: in kritiek op de normalisering van extreemrechts zijn vaak klassieke, journalistieke media de boosdoeners, vooral kranten. Maar zouden de stemverklaringen van de nationale oom Johan Derksen in het voetbalprogramma Vandaag Inside, tussen de grollen de grappen door, niet veel meer effect hebben?
Wél in mijn oude straatje in Rotterdam-Zuid, waar echt niemand NRC-columns leest of zich door de Volkskrant rechtsaf laat ‘normaliseren’. Radicaal-rechts en de voetbalconnectie – misschien toch eens een idee voor een politicologisch proefschrift.
–