Regisseur Jetske Mijnssen weet het ingewikkelde verhaal van Verdi’s opera ‘Simon Boccanegra’ uitstekend te ontwarren in een productie vol vocale hoogtepunten.
schrijft voor de Volkskrant over opera.
Je pikt hem zo uit de menigte, de schuldige, in de raadszaal vol strijdende politici en opstandig volk. Simone Boccanegra, de doge (het staatshoofd) van Genua, wil weten wie zijn dochter heeft laten ontvoeren. Paolo, ooit zijn bondgenoot, zegt niets, maar draait zijn hoofd opzij en bedekt de helft van zijn gezicht met zijn vuist. Zo wordt Judas, het symbool van ultiem verraad, op menig schilderij afgebeeld.
Ook zonder een noot te zingen weet bariton Germán Olvera op een drukbezet podium de aandacht naar zich toe te trekken. Zo intens is zijn vertolking van Paolo, een belangrijke bijrol in Giuseppe Verdi’s Simon Boccanegra. Maar werkelijk alles in deze prachtproductie van De Nationale Opera maakt indruk.
Om te beginnen bariton George Petean, die als Boccanegra – een kaper van eenvoudige komaf die wordt uitgeroepen tot doge – zowel gezag als menselijkheid uitstraalt. Dan de even imposante bas Georg Zeppenfeld, in de rol van Fiesco, Boccanegra’s politieke vijand en de grootvader van zijn buitenechtelijke dochter, die als kind spoorloos verdwijnt.
Vijfentwintig jaar later vindt Boccanegra zijn dochter Amelia terug. Zij heeft de glimmende sopraanstem van Federica Lombardi, geeft les aan een groep meisjes – ze krijgen tijdens haar aria poëzie-dictee – en is verliefd op de impulsieve Gabriele, de uitstekende tenor Riccardo Massi. Vader, dochter en verloofde zingen een wonderbaarlijk trio, een vocaal hoogtepunt in een voorstelling vol hoogtepunten. Terwijl zij trouwt, sterft Boccanegra, vergiftigd door Paolo.
Verdi was ontevreden over deze opera en kwam na 24 jaar met deze herziene versie. De muziek beweegt dus tussen twee periodes: het melodische, behaaglijke belcanto van de jongere Verdi en zijn latere, dramatischere stijl, te horen in de grauwende cello’s en contrabassen die de lage stemmen van Boccanegra en Fiesco tijdens hun confrontaties versterken.
Onder leiding van Fabio Luisi klinkt het Concertgebouworkest in beide werelden fabelachtig: soepel en retorisch synchroon met de zangsolisten, krachtig in de overdonderende koorscènes.
Regisseur Jetske Mijnssen verplaatst het verhaal van de 14de eeuw naar 1881, het jaar van de première van de tweede versie en twintig jaar na de eenwording van Italië, die met veel geweld gepaard ging. Zij ontwart het ingewikkelde verhaal, vol valse identiteiten en wisselende allianties, op een fraai decor verdeeld in drie flexibele ruimtes. Daarop komt de 19de eeuw tot leven, dankzij de historisch nauwkeurige kostuums: elke plooi, snor en haarwrong lijkt authentiek.
Volgend seizoen regisseert Jetske Mijnssen in Amsterdam Norma van Vincenzo Bellini, met Federica Lombardi in de hoofdrol. We kunnen nu al niet wachten.
Opera
★★★★★
Bij De Nationale Opera, met het Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi. Regie: Jetske Mijnssen
4/6, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Aldaar t/m 28/6. Gratis vertoning in Park Frankendael, Amsterdam op 19/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant