Home

‘Dat stuk tuig eersteklas mishandelde haar stelselmatig’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Daan van Heusden (46) zag tijdens de noodhulp een verschrikkelijke mishandeling, en kwam net op tijd.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik hoop dat veel politiecollega’s deze aflevering van Die ene melding lezen, want ik wil ze iets belangrijks meegeven. Ik heb er bewust voor gekozen om dit verhaal over huiselijk geweld te vertellen.

‘Samen met Eduard, kortweg Ed, had ik ochtenddienst. We reden door het westelijke stadsdeel van Almere toen de melding kwam over een man die zijn vrouw sloeg. Buren hadden in paniek 112 gebeld. Wij ­waren daar vlakbij. Zodra we de straat inreden, zagen we een vrouw op de eerste verdieping van een ­rijtjeshuis uit een open raam hangen. Met één hand hield ze de raamlijst vast.

‘Een schreeuwende man schopte tegen haar hoofd en gaf een vuistslag vol in haar gezicht. Hij probeerde haar echt het raam uit te trappen. We scheurden er plankgas naartoe. Toen we dichterbij kwamen, zagen we dat de vrouw in haar vrije arm een huilende baby vasthield.

Met zes treden tegelijk naar boven

‘We ramden onze auto de voortuin in. Ed trapte twee keer tegen de voordeur, die openknalde, riep ‘politie!’ en wilde naar boven rennen. Maar die vent kwam onze kant op en sprong met zijn volle gewicht op Ed. Tijdens de sprong greep Ed hem vast, gooide die kerel tegen de deur van de meterkast en werkte hem naar de grond.

‘Ik sprong over beide mannen heen en sprintte met zes treden tegelijk naar boven. In een kleine slaapkamer hing die vrouw nog steeds aan één hand uit het raam. Haar hoofd was enorm opgezwollen, ik schrok ervan, ik zag meteen dat ze hersenschade had. Eén oog was dichtgeslagen en het andere oog draaide weg, ze was nauwelijks nog bij bewustzijn. Ik drukte die baby tegen haar aan en trok hen in één ruk naar binnen.

‘Links van het raam stond een klein kinderbedje, daar zette ik die vrouw op. Ze keek me een halve seconde aan, strekte haar armen, gaf haar baby aan mij en viel bewusteloos achterover op het bed. Ik voelde met mijn vingers onder haar neus of ze nog ademde, en riep door mijn portofoon: ‘Met spoed ambulance, slachtoffer heeft zwaar hoofdtrauma!’

In coma

‘Al snel hoorde ik sirenes de straat inkomen. Ambulancemedewerkers renden naar boven en schepten die vrouw op een brancard zonder haar eerst te stabiliseren, ‘scoop and run’ noemen we dat, omdat haar situatie kritiek was. Met spoed vertrokken ze naar het ziekenhuis.

‘Ik gaf de baby aan een collega en ging naar Ed. Hij had de verdachte al geboeid, samen voerden we hem af naar het bureau. Daar hoorden we dat die vrouw in het ziekenhuis in coma lag. Wij hebben ambtshalve, namens haar, aangifte gedaan tegen die man, zodat er een onderzoek kon worden opgestart.

‘Ruim twee weken lag die vrouw in coma. Pas na anderhalve maand kon de recherche haar ondervragen. In het onderzoeksverslag las ik dat dat kinderbedje háár bed was. Ze zat in dat kamertje gevangen en werd stelselmatig mishandeld door dat stuk tuig eersteklas.

Meisje in een kooi

‘Wij treffen vaker opgesloten vrouwen aan. Soms met hang- en schuifsloten op de deur, soms vastgeketend met kettingen, een keer vonden we een meisje dat gevangen zat in een kooi, een hondenbench. Huiselijk geweld komt veel voor als melding bij de politie.

‘Het is belangrijk om dat te herkennen, want zo’n kerel doet tegen de politie altijd poeslief. Het zijn vaak charmeurs, die zeggen: ‘Sorry, het liep even uit de hand, dit zal nooit meer gebeuren.’ Uit angst zegt zo’n vrouw dan ook dat er niks loos is. De fout die veel collega’s maken, is dat ze daarin meegaan. Vooral als de meldkamer zegt: ‘Er zijn nooit eerder meldingen vanaf dat adres gekomen.’

‘Maar, en nu komt het: uit onderzoek blijkt dat vrouwen gemiddeld al vijfendertig keer zijn mishandeld voordat wij worden gebeld. Dus als je bij zo’n melding van huiselijk geweld komt, moet je er eigenlijk van uitgaan dat dit al de zesendertigste keer is.

Littekens van sigaretten

‘Ik laat het lichaam van het slachtoffer altijd door vrouwelijke collega’s controleren. Vaak blijkt dat zo’n vrouw helemaal onder oude en verse geweldssporen zit; blauwe plekken, steekwonden, wurgstriemen, littekens van uitgedrukte sigaretten op de huid. Zulke kerels kunnen slijmen wat ze willen; ik neem ze altijd mee.

‘Zo’n vrouw kan geen kant op. Die is vaak financieel van haar man afhankelijk, kan nergens naartoe, kan niet bij hem weg, kan geen aangifte doen. Soms spreken zulke vrouwen niet eens Nederlands. Wij kunnen hen uit hun gevangenis halen. Wij kunnen ze verlossen van zo’n tiran, en, belangrijker, zorgen dat er hulpverlening op gang komt.

‘Die vrouw die met haar baby uit het raam hing, had bij de recherche verklaard: ‘Ik zag een man in uniform, wist toen dat het veilig was en gaf hem mijn kind.’ Ik kreeg kippenvel toen ik dat las. Tegen collega’s wil ik zeggen: je hebt bij dit soort meldingen de kans om iemand uit een afschuwelijke situatie te redden. Grijp de dader.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next