Vanwege de vergrijzing zitten steeds meer protestantse gemeenten zonder predikant. In Friesland lanceert een kerk een onconventionele wervingscampagne. ‘We hebben iemand nodig om een lijntje met God te houden.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Ze zijn niet te missen. Langs de snelweg, langs het kanaal, voor de kerk en langs de vaart hangen grote spandoeken: ‘Word jij onze dominee?’ De Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga (‘Top en Twel’) zit sinds maart namelijk zonder, nadat de vorige na zes jaar een loopbaanswitch maakte.
De in het oog springende wervingscampagne is hard nodig. ‘Het is een grote vijver met maar weinig vissen. Wij willen graag laten zien dat we een creatief dorp zijn’, zegt Afke Kuindersma in het koffielokaal achter de Johanneskerk. Ze is lid van de tienkoppige ‘beroepingscommissie’ – het predikantschap is namelijk geen baan maar een roeping.
De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is met ruim 1,3 miljoen leden de grootste geloofsgemeenschap van het land. Maar sneller nog dan het aantal mensen dat naar de kerk gaat, neemt het aantal predikanten af. Nu al zijn honderden van de circa 1.800 kerkelijke gemeenten ‘vacant’, zoals dat heet.
Van het Drentse Kolderveen tot het Zeeuwse Wolphaartsdijk zijn ze op zoek. ‘Het is steeds moeilijker om een nieuwe dominee te vinden’, zegt Giel Schormans. Hij is namens de PKN actief als ‘predikant voor het beroepingswerk’. In die rol helpt hij jaarlijks honderden gemeenten in hun zoektocht.
De beroepsgroep is sterk vergrijsd. De komende tien jaar gaat de helft van de dominees met ‘emeritaat’ (pensioen). De opleidingen zitten wel wat in de lift, maar voor elke nieuwe dominee treden er vier uit.
Met name aan de randen van het land is het lastig vacatures vervuld te krijgen. In Friesland zit circa de helft van de tweehonderd kerken zonder dominee, in Groningen en Drenthe binnenkort zelfs twee derde.
De redenen zijn divers, schetst Schormans. De tijden dat het gezin als vanzelfsprekend vader de dominee achterna reisde, zijn voorbij. Partners werken tegenwoordig vaak ook. Bovendien zijn predikanten meer plaatsgebonden, vanwege bijvoorbeeld schoolgaande kinderen of mantelzorg.
De huizenmarkt speelt eveneens een rol. Ooit was wonen in een pastorie een wervende secundaire arbeidsvoorwaarde. Maar dat betekent dat je een leven lang huurt. Als predikanten een woning kopen, dan doen ze dat vaker in het midden van het land.
Daarom is in Oppenhuizen een koopconstructie voor de ‘ruime’ pastorie bespreekbaar. In de Friese dorpen vervult de kerk niet alleen een religieuze, maar ook een belangrijke sociale rol. ‘Het is een anker in de gemeenschap’, zegt voorzitter van de kerkenraad Mariëtte Bouma. In de vacaturetekst heet het: ‘Wij streven naar de ontmoeting met God en met elkaar.’
Zo is er een gezamenlijk moestuinproject met de basisschoolkinderen, en wordt er elke week na de dienst een bloemetje gebracht aan een dorpsgenoot die het moeilijk heeft. In de adventstijd gaat elke dag een andere deur in het dorp open, om ontmoetingen te stimuleren.
Zonder eigen predikant is er voorlopig nog elke zondag een kerkdienst geweest. Een preekvoorziener regelt een voorganger. ‘Dat is heel lastig’, zegt Bouma. Zelf springt ze soms ook bij. ‘Maar ik ben echt een leek.’
Een kerkgemeente zonder dominee, dat gaat bovendien eigenlijk niet. ‘We hebben toch echt iemand nodig die theologisch deskundig is om het lijntje met het geloof en God te houden’, zegt voorzitter Anneke Gietema van de beroepingscommissie. Het takenpakket houdt ook niet op bij de dienst. ‘Een predikant gaat letterlijk door het dorp, op huisbezoek, voert pastorale gesprekken. Hij is een verbindende schakel.’ Of zij, zoals de vorige dominee.
Meestal lukt het best een poos een gemeente in de benen te houden, zegt Giel Schormans van de PKN. Bijvoorbeeld door de inzet van lekenprekers, dominees die al met emeritaat zijn of juist studenten. Er is ook een landelijke ‘mobiliteitspool’, met zo’n 150 tijdelijk inzetbare ‘ambulante’ dominees.
‘Maar voor de lange termijn is dat niet houdbaar’, zegt Schormans. In de toekomst komt er daarom meer ruimte voor de inzet van hbo-geschoolde kerkelijk werkers. Dat lag wat gevoelig, vanuit de overtuiging dat het voorgangerschap bijvoorbeeld kennis van de grondtalen van de Bijbel vereiste, zoals Hebreeuws, Grieks en Aramees.
Ook is er sinds enkele jaren een ‘roepingszondag’. ‘Dan vragen we alle kerken om te bidden voor nieuwe dominees, en in eigen kring na te gaan wie daarvoor openstaat.’
Ondertussen is het voor de schaarse dominees hard werken, met soms wel drie vieringen op een zondag, in verschillende kerken. Schormans, met een knipoog: ‘Wij werken toch maar een dag in de week.’
De meest structurele oplossing is volgens hem dat kerken meer gaan samenwerken. Doordat er minder mensen naar de kerk gaan, is daar sowieso aanleiding toe. Ook de druk op (veelal oudere) vrijwilligers is groot.
‘Toch is fuseren vaak makkelijker gezegd dan gedaan’, zegt Schormans. Een kerk heeft vaak een sterk lokaal karakter. Soms zijn ook ogenschijnlijk subtiele religieuze verschillen nog een obstakel. ‘Geen dorp wil zijn kerk kwijt.’
In Oppenhuizen-Uitwellingerga is een fusie nog niet aan de orde. In de Johanneskerk zitten ’s zondags doorgaans nog zeker vijftig mensen, en er zijn vrijwilligers genoeg. Sneek is weliswaar vlakbij, en er is regelmatig overleg. ‘Maar ik denk dat veel gemeenteleden zich niet zo thuis zouden voelen in een stadse kerk’, zegt kerkenraadvoorzitter Bouma.
Of zich al kandidaten hebben gemeld, mag voorzitter Gietema van de beroepingscommissie niet zeggen. ‘Wij zijn gebonden aan geheimhouding.’ Het wordt gewaardeerd als de nieuwe predikant de Friese taal beheerst, of bereid is die te leren. ‘Maar dat is geen harde eis.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant