Bouwers die de Stratocaster namaken moeten hun voorraden vernietigen, als het aan Fender ligt. Wat is er aan de hand? En wat maakt de gitaar zo geliefd?
is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant. Ook schrijft hij regelmatig over (oude) popmuziek.
Vraag je iemand een elektrische gitaar te tekenen, dan is de kans groot dat op het papier de contouren opdoemen van de Stratocaster. Een flitsende ‘body’ met twee hoorns – de linker wat groter –, een witte slagplaat met dezelfde ronde vormtaal, drie elementen en zo’n hendel: een tremolo-arm waarmee je de snaarspanning kunt verlagen (en de toon een duikvlucht kunt laten maken).
De Stratocaster was de gitaar van Jimi Hendrix, van Pink Floyds David Gilmour en Dire Straits’ Mark Knopfler. Ook Eric Clapton houdt sinds 1970 niets liever vast. Het is met afstand het populairste model ooit: sinds 1954 moeten er tientallen miljoenen zijn (na)gebouwd, wat de ‘Strat’ tot het object bij uitstek van de rock-’n-roll maakt.
Maar het bedrijf dat de Stratocaster lanceerde, Fender, ligt onder vuur. De reden: Fender besloot onlangs bouwers die het model imiteren te sommeren de productie te staken en voorraden van Stratocaster-achtige gitaren te vernietigen. Als Fender zijn zin krijgt, betekent dat dat talloze kleine gitaarbouwbedrijven hun activiteiten moeten staken. En dat terwijl veel van de bouwers die zich op de replica’s hebben gestort eigenlijk betere kwaliteit leveren.
Fenders juridische strijd begon dit voorjaar, toen Fender een zaak won in Düsseldorf tegen een Chinese producent die via AliExpress Stratocaster-klonen exporteerde. Het lukte Fender nooit volledig om zijn belangrijkste model te beschermen: als de kop op de hals net een beetje anders is dan die van Fender, had de bouwer uit Californië weinig in te brengen.
In Duitsland gooide Fender het niet over de boeg van het merken-, maar het auteursrecht. Want de Stratocaster – ontworpen door een team onder leiding van de in 1991 overleden Leo Fender – zou vallen onder toegepaste kunst, en zou daarmee beschermd zijn tegen intellectuele diefstal.
Dat Fender nu ook Amerikaanse bouwers aanschrijft, heeft veel weg van juridische intimidatie, is de breed gedeelde conclusie in de gitaristengemeenschap. De ene na de andere YouTube-influencer laat zich negatief uit over het merk dat zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in de muziekgeschiedenis.
Die rol is moeilijk te overschatten. In 1950 bracht Fender de eerste ‘solidbody’ elektrische gitaar op de markt, de Esquire. Waar elektrische gitaren voorheen nog een klankkast hadden die van elementen (de techniek van elektromagnetisme) werden voorzien, bestond de body van de Esquire (en de populairdere opvolger met twee elementen, de Telecaster) gewoon uit een plank essenhout.
Het geluid verschilde radicaal van de dikbuikige elektrische gitaren van die tijd: Leo Fender streefde een klank na als die van de lap steelgitaar, scherp en dominant. Pas echt revolutionair was dat Fender de gitaar zag als bouwpakket, waarbij de hals niet aan de body werd gelijmd, maar er met vier schroeven aan vast werd gezet. Onderdelen konden zo eenvoudig worden vervangen.
In 1951 ontwikkelde Fender ook de eerste elektrische basgitaar die in massaproductie ging: deze Precision Bass zou binnen tien jaar het gros van de contrabassen uit de popmuziek verdrijven. Ondertussen kwam Fender met de ene na de andere inmiddels klassieke gitaarversterker.
En in 1954 kwam dus die Stratocaster: verfijnder dan zijn voorganger, gefreesd voor optimaal comfort. De gitaar werd uitgebracht in sunburst, waarbij het zwartbruin aan de zijkanten overloopt naar een amberkleurige kern. Iedere snaar kon afzonderlijk op de gewenste hoogte worden afgesteld en worden geïntoneerd voor optimale zuiverheid als de gitarist in de hoogte speelde.
Door drie elementen (eigenlijk dus drie plekken onder de snaar waar de trillingen worden opgepikt) bleek de Stratocaster bijzonder veelzijdig van klank. Warm en zoet bij de hals, stevig aan de kant van de brug.
De Stratocaster werd al snel opgepikt door Buddy Holly en surficoon Dick Dale. Hank Marvin van de instrumentale gitaarband The Shadows populariseerde het instrument verder. Omdat hij een bijzonder rood exemplaar kreeg, werden tal van Stratocasters in het rood overgespoten.
Misschien wel het beste wat de Stratocaster overkwam, was dat hij in de handen kwam van Jimi Hendrix. Het instrument zou geschikt blijken voor vrijwel elk genre, van Hendrix’ psychedelische rock tot de discofunk van Nile Rodgers (Chic) en de Texas blues van Stevie Ray Vaughan.
Leo Fender verkocht zijn bedrijf in 1965 aan CBS, dat de productie opschroefde, met kwaliteitsverlies tot gevolg. De spaarzame veranderingen die de Stratocaster sindsdien onderging, zouden de gemiddelde leek niet opvallen. Ook het model dat voormalig Fender-speler John Mayer in 2018 uitbracht bij concurrent PRS, de Silver Sky, zou je als niet-gitarist zomaar voor een Stratocaster aan kunnen zien. Een beetje verwrongen weliswaar, en weer die kop: bij een Fender zitten alle zes de stemmechanieken op één schuin lopende rij.
De versie van John Mayer en PRS is een groot succes, en de juridische strijd lijkt dan ook een oorlogsverklaring aan PRS. Maar hoe het ook met Fender afloopt, het zijn nog altijd de innovaties van de naamgever uit een tijdsbestek van vijftien jaar waarop de gitaarwereld blijft teren.
Tot de meest iconische Stratocaster-momenten behoort Jimi Hendrix’ verklanking van het Amerikaanse volkslied op Woodstock in 1969.
De hals is doorgaans gemaakt van esdoornhout, de body meestal van elzen. Vaak is de hals nog voorzien van een toets van (bruin) palissander.
In de jaren zeventig begonnen veel gitaristen Stratocasters te bewerken of zelf samen te stellen. Een beroemd voorbeeld is Eddie van Halens ‘Frankenstrat’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant