Oranje is aangekomen in de VS en aanvoerder Virgil van Dijk blikt vooruit op het toernooi. Hij hoopt op wat meer optimisme en positiviteit, op het veld en ook daarbuiten. ‘Dan kunnen we met elkaar iets moois brengen.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Virgil van Dijk (34) loopt de trap op van de campus in Zeist terwijl hij reageert op een uitspraak dat hij, alles overziend, zo’n aardige, lieve man is. ‘Normen en waarden’, zegt hij twee keer, waarna hij varieert op de Bijbelse uitspraak ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, maar dan in een modern jasje.
Het ging even over zijn gedrag jegens doelman Andries Noppert bij het WK van 2022, dat uitvoerig werd beschreven in NRC. Noppert, ongeveer de enige international met een gewoon salaris, moest na een soort loting een duizelingwekkende rekening betalen in een restaurant, waarna Van Dijk de zaak oploste.
Hij is een ware aanvoerder, in elke zin: fysiek, door zijn gestalte en de bassende stem, en feitelijk ook. Van de laatste 74 interlands waarin hij in de basisploeg verscheen, was hij 73 keer aanvoerder. Als uitzondering mocht Wesley Sneijder bij zijn afscheid de band dragen, als eerbetoon.
Over de velden van New York City FC, waar Oranje de laatste dagen trainde, klinkt zijn diepe stem. Als hij een eerste rondje loopt op Amerikaanse bodem, is het broekje opgestroopt. Zo toont hij zich de sterke reus, in wie zo veel eigenschappen zijn verenigd. Die de ene keer een arm legt om de schouder van een scheidsrechter wiens vader net is overleden, de andere keer een kind dat het koud heeft zijn jasje geeft bij de volksliederen. Hij speelde dit seizoen alle minuten voor Liverpool in de competitie. ‘Dat is niet slecht. Ik doe er alles voor.’
Hij kijkt vooruit naar het WK. ‘Het zou mooi zijn als er iets meer positiviteit was, zodat we met elkaar iets moois kunnen brengen. We moeten wedstrijden winnen, dan gaat het leven.’ Maar ja, werpt de pers elke keer tegen, Oranje wint al jaren geen duels meer van een topland, en dat weet hij ook wel. ‘We doen er alles aan om het om te draaien.’
Met bondscoach Ronald Koeman had hij altijd al een goede band. Koeman introduceerde hem in de Premier League, bij Southampton, en maakte hem aanvoerder. Ze overleggen veel. Over de selectie, over het verdelen van rugnummers. ‘Maar ik zeg niet: je moet die meenemen en die niet.’ De eindeloze discussie over de speelwijze doet hij snel af. ‘Ik speel altijd 4-3-3 bij Liverpool, dat doe ik ook liever, maar we moeten spelen zoals het het beste is voor het team.’
Hij heeft niet alles in de hand. De aanvoerder is ook kwetsbaar. Ja, het elftal had in 2022 misschien moeten doordrukken in de verlenging van de kwartfinale tegen de geschrokken Argentijnen, die de marge van 2-0 zagen verdampen, met alle lange Nederlandse mannen in de aanval. Maar bondscoach Louis van Gaal wilde de organisatie terug en voor discussie was geen tijd. Voetbal is mentaal een belasting, het ene seizoen meer dan het andere.
Van Dijk scheurde zijn knieband in 2020; dan ‘ben je vooral met jezelf bezig’. Afgelopen seizoen was anders: ‘Mentaal was dit mijn zwaarste seizoen. Vanaf het moment dat ik het belletje kreeg met het verschrikkelijke nieuws, tot de laatste wedstrijd waarin ik op het gras zat om te kijken naar het afscheid van Mo en Robbo, heb ik nauwelijks kunnen nadenken over wat er is gebeurd.’ Het belletje ging over hun verongelukte collega Diogo Jota; Mo en Robbo zijn zijn medespelers Mo Salah en Andrew Robertson.
‘Het ging op en neer op mentaal vlak. Het constante gevoel, het niveau dat we hadden als groep, als club, als persoon, als speler, dat gevoel was er dit seizoen niet. Bijna niet. We hadden heel goede wedstrijden, maar dan ging het weer naar mindere momenten of wedstrijden.’
Als een van de verslaggevers in het groepsgesprek hem vraagt of hij een ‘soort van verantwoordelijkheidsgevoel’ had, corrigeert hij dat onmiddellijk: ‘Niet een soort van. Ik had een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is mijn rol, maar soms heb ik misschien iets te veel voor mijn rekening genomen. Het is niet makkelijk om daarmee te dealen. Voor mij voelt dat normaal, ook omdat ik veel wegneem van anderen. Daar leer je van. Ik ben aanvoerder van een van de mooiste clubs ter wereld. Ik ben daar trots op en neem dat heel persoonlijk. Ik hou van de club, ja, het doet extra pijn.’ Hij sprak met de ontslagen trainer Arne Slot, maar wil daarover niets zeggen.
Nee, de dood van Jota was geen excuus voor de prestaties. ‘Maar er zijn zo veel dingen gebeurd. Blessures, persoonlijke situaties, slechte wedstrijden. Samen was het een groot geheel, waardoor het een zwaar, matig seizoen was. Dat heb ik in al die jaren bij Liverpool nooit meegemaakt. Maar op dit moment ben ik in een heel goede mindset.’
Hij was zes dagen weg. Hij nam rust en praatte veel, met zijn gezin, met zijn moeder. ‘Ik heb heel veel zin in het WK.’ Het is zijn laatste WK. Misschien volgt nog een EK, als hij fit blijft.
In maart, rond twee oefenduels, sprak hij met een grotere groep internationals. ‘Ik heb verteld wat ik zie en verwacht. We willen succesvol zijn, en iedereen speelt daarin een rol. We hebben elkaar nodig. Er zijn spelers die spelen, spelers die minder gaan spelen en spelers die misschien helemaal niet spelen. Als je niet kunt omgaan met moeilijke momenten of met teleurstellingen, als je jezelf vooropstelt en niet het team, krijgen we het lastig. En als je de rol accepteert die de bondscoach voor je bepaalt, als je wij stelt voor ik, hebben we een selectie die een speciaal WK kan neerzetten.’
Hij heeft geleerd dat het goed is om anderen bij dat proces te betrekken. ‘Je mag teleurgesteld zijn als je niet speelt, maar dat mag niet ten koste gaan van het niveau van de trainingen of de manier waarop je een wedstrijd beleeft.’ Want het kan zo veranderen. Iemand die op de bank zit, kan de volgende wedstrijd beslissen.
Bij het EK waren sommige spelers latent ontevreden over hun speeltijd. ‘Ik neem veel op mijn bord. Tijdens het EK heb ik dat heel erg gevoeld. Ik moet leren delen, met anderen die het voortouw kunnen nemen.’
Tot dat proces behoort het uitspreken van de soms harde waarheid. ‘Dat moet altijd, maar ik heb gemerkt dat de manier van communiceren is veranderd de laatste jaren. We kunnen zeggen dat we moeten schreeuwen naar elkaar, maar we leven in een heel andere maatschappij. We moeten andere manieren vinden om elkaar te triggeren. Ik ben nog steeds iemand die eerlijk en duidelijk zegt wat hij vindt, omdat ik het beste wil voor de groep.’
Als alles klopt, voorziet hij een goed WK. De meeste spelers zitten in hun mooie jaren bij de grootste clubs ter wereld. ‘Maar op een eindtoernooi heb je meer nodig dan goede spelers. Dat moeten wij met elkaar creëren, en daarin speel ik een belangrijke rol.’
Het veld is het belangrijkst, maar de kans op succes is groter als de sfeer ook rónd het veld goed is. Het is een combinatie van meerdere facetten. ‘Kwaliteit, goals maken, de nul houden, omgaan met tegenslagen, een beetje geluk, spelhervattingen. Maar de groepsdynamiek is heel belangrijk.’
Op het EK was dat uiteindelijk moeilijk. ‘Ik vond dat het heel negatief was. Ik was helemaal op toen ik in die mixed zone stond na de nederlaag tegen Engeland. Je moet kritisch zijn waar je kritisch moet zijn, maar een beetje optimisme zou wel helpen. Ik was er even klaar mee. Zo’n gevoel ontstaat. Ik wil genieten van het WK, er alles aan doen. Waarbij ik weet dat het optimisme en het geloof groeien als het goed gaat. Hopelijk staan we er straks met de wereldbeker. Dan hebben wij allemaal gewonnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant