Home

Opinie: Statusangst is de schakel tussen materiële welvaart en mentale uitputting

Zolang we de samenleving blijven organiseren als een permanente stoelendans om status, moeten we niet verbaasd zijn dat steeds meer mensen hypernerveus worden.

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) introduceerde vorig jaar een even treffende als verontrustende diagnose: Nederland is veranderd in een ‘hypernerveuze samenleving’. Prestatiedruk, constante versnelling en doorgeschoten individualisme zetten het welzijn van jong en oud onder druk. De RVS pleit voor meer rust, vertraging en verbinding, en roept op om de wortels van dit probleem aan te pakken.

Om die wortels bloot te leggen, moeten we echter voorbij institutionele oorzaken kijken. De kern van het probleem ligt in een diep menselijk, evolutionair mechanisme dat in onze huidige cultuur ontregeld is geraakt: statusangst.

Over de auteurs

Mark van Vugt is hoogleraar evolutionaire en arbeids- en organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Mikkel Hofstee is oprichter van bedrijfsgezondheidsbureau Healthguard.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Succesnormen

Statusangst is de chronische bezorgdheid over iemands sociale positie en de angst om niet aan de geldende maatschappelijke succesnormen te voldoen. Recent internationaal onderzoek van ons team van gedragswetenschappers laat zien hoe krachtig dit mechanisme inmiddels moderne samenlevingen vormgeeft. In een nieuwe wetenschappelijke analyse van de zogeheten ‘Oost-Aziatische paradox’ beschrijven we hoe landen als China, Zuid-Korea, Japan, Singapore en Taiwan, ondanks ongekende economische groei, hoge opleidingsniveaus en technologische vooruitgang, kampen met dalend welzijn, extreme werkdruk, burn-outs, depressie en historisch lage geboortecijfers.

Onze centrale conclusie: statusangst vormt de psychologische schakel tussen materiële welvaart en mentale uitputting. Hoewel dit een Aziatische casus betreft, zien we in Nederland inmiddels exact dezelfde dynamiek ontstaan. De mentale druk onder jongeren stijgt explosief, burn-outs nemen toe en vruchtbaarheidscijfers dalen gestaag. Oost-Azië is daarmee geen exotische uitzondering, maar mogelijk een voorbode van onze eigen toekomst.

Vanuit een evolutionair perspectief is dit patroon goed te verklaren. Onze psychologische systemen om status en rangorde bij te houden, zijn geëvolueerd in kleine groepen jager-verzamelaars waarin sociale posities relatief stabiel en overzichtelijk waren. In de huidige massale, anonieme en digitaal verbonden samenleving is echter sprake van een evolutionaire mismatch. Via sociale media vergelijken mensen zich niet langer met de buren of collega’s, maar met een permanente mondiale etalage van succes, schoonheid en rijkdom.

Sociale dreiging

Ons brein registreert die voortdurende vergelijking als een staat van chronische sociale dreiging. In ons onderzoek noemen we dit een ecologie van vergelijking: een samenleving waarin statuscompetitie permanent aanwezig is en sociale waardering schaars lijkt. De smartphone is daarmee feitelijk veranderd in een draagbare statusmeter. Die chronische competitie herprogrammeert vervolgens hoe mensen hun leven inrichten.

Vanuit de zogeheten life history theory bezien investeren mensen in onzekere en hypercompetitieve omgevingen steeds meer tijd en energie in statusverhogende activiteiten zoals opleiding, carrière en financiële zekerheid. Het krijgen van kinderen wordt daardoor uitgesteld of zelfs afgesteld. Kinderen worden impliciet ervaren als een risico voor sociale mobiliteit en persoonlijke autonomie. De demografische crisis in Oost-Azië is daarom niet simpelweg een cultureel verschijnsel, maar het logische biologische gevolg van een samenleving waarin statusstrijd de dominante levensstrategie is geworden.

De manier waarop deze angst zich manifesteert verschilt per context. Evolutionair gezien kunnen mensen status verwerven via dominantie – intimidatie, macht en controle – of via prestige: competentie, expertise en sociale waardering. In veel moderne kennismaatschappijen verschuift de competitie steeds sterker richting prestige. Dat klinkt beschaafd, maar creëert een andere vorm van permanente druk: de verlammende angst om incompetent over te komen, om achter te blijven of anderen teleur te stellen.

De moordende toelatingsexamens en de cultuur van gezichtsverlies in Oost-Azië vinden hun directe equivalent in onze eigen diploma-inflatie, LinkedIn-cultuur en epidemie van faalangst onder studenten en jonge professionals.

Onzeker

Ons hypernerveuze klimaat is dan ook geen incident, maar het voorspelbare gevolg van een samenleving waarin marktwerking, sociale media en meritocratie onze evolutionaire gevoeligheid voor status permanent exploiteren. De moderne economie draait niet alleen op consumptie, maar ook op sociale vergelijking. Hoe onzekerder mensen zich voelen over hun positie, hoe harder ze blijven rennen.

De oproep van RVS-voorzitter Jet Bussemaker om de wortels van het probleem aan te pakken dwingt daarom tot structurele keuzes. Individuele interventies zoals mindfulness-trainingen, coaching of faalangstcursussen bestrijden hooguit symptomen. Ze veranderen niets aan de ecologie die de angst voortdurend opnieuw produceert.

Als we werkelijk een mentaal gezondere samenleving willen bouwen, moeten we de criteria voor status fundamenteel herzien. Niet eindeloze prestaties, zichtbare drukte en materiële welstand zouden de hoogste waardering moeten opleveren, maar sociale cohesie, zorg voor anderen, vakmanschap, betrouwbaarheid en maatschappelijke bijdrage.

Ruimte voor rust ontstaat pas wanneer niet langer iedereen permanent hoeft te bewijzen dat hij ertoe doet. Zolang we de samenleving blijven organiseren als een permanente stoelendans om status, moeten we niet verbaasd zijn dat steeds meer mensen hypernerveus worden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next