Zaterdag heropent het Valkhof Museum in Nijmegen zijn deuren en het resultaat mag er zijn. In de nieuwe inrichting wordt de indrukwekkende archeologische collectie op een prettige manier blootgelegd én het verleden met kunst voelbaar gemaakt.
schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.
Wie de kranten in de afgelopen drie decennia doorzoekt op de term ‘Valkhof Museum Nijmegen’, treft een slepende lijst van financiële nood, gefnuikte pogingen tot renovatie, een vernietigend Berenschot-rapport over gebrek aan visie en uitstraling, ruzie in de gemeenteraad, directeuren die elkaar wel erg snel opvolgen en o ja, een handjevol spraakmakende tentoonstellingen (zoals De gebroeders van Limburg, in 2005).
Al lezende lijkt het op een 27 jaar durende valse start voor dit museum, dat sinds 1999 op de Valkhofheuvel staat. Alsof de Romeinen die er 2000 jaar geleden neerstreken een vloek hebben uitgesproken: wee degene die hier ooit op onze geschiedenis wil terugkijken.
Die situatie, kunnen we stellen, is nu gekanteld. Donderdag opent het nu echt gerenoveerde en heringerichte museum in de oudste stad van Nederland. Op de plek waar de Romeinse, Bataafse en keizerlijke nederzettingen waren en die sinds 2021 Unesco-werelderfgoed is. De Keizerstad toont wat ze heeft: de beste collectie van in Nederland opgegraven archeologie. Die alleen al daarom, dat had allang vanzelfsprekend moeten zijn, een goed museaal huis verdient en een verplichte culturele stop is voor elke scholier, student, inwoner en nieuweling in Nederland.
De stad kocht het museum in 2021 en investeerde daarnaast 11 miljoen. Het museum genereerde daarbovenop 3 miljoen euro voor de inrichting. Nu heeft het Valkhof een nieuwe inrichting, een visie, een grote aanvulling met hedendaagse kunst, financiële stabiliteit en zelfs, voor zover het langgerekte, gesloten ogende gebouw dat toestaat, al iets van uitstraling. Het werd oorspronkelijk ontworpen door Ben van Berkel, de architect die ook de verbouwing voor zijn rekening nam. Er valt nog wel iets te winnen, want het winderige marktplein voor het gebouw wordt momenteel getransformeerd tot plein met groenperken en grote kunstwerken. Dat moet klaar zijn voor de Nijmeegse zomerfeesten in juli.
Ook ons heden zal in de toekomst worden opgegraven, zei directeur Hedwig Saam dinsdag bij de eerste presentatie. Daarmee introduceert ze de nieuwe visie: we komen allemaal ergens vandaan en het verleden kan actief deelnemen aan het gesprek van vandaag. Onder de titel ‘Mens op de grens’ stelt het museum dat de regio waar het huist nooit een afgesloten gebied is geweest.
Er is diep in de bodem een millennia oude kraal gevonden uit Mesopotamië, er zijn gouden sieraden opgegraven terwijl er in de verste verte geen goud kan worden gewonnen, en een grafsteen van een soldaat uit Verona. Op een bouwinscriptie uit de 2de eeuw, gevonden bij het dorp Herwen, heeft een Romeinse officier laten zetten: ex Africa. Die officier kwam dus uit Afrika. Keizerin Theophanu, geboren in Constantinopel en getrouwd met keizer Otto II, stichtte in de 10de eeuw op het Valkhof haar zomerverblijf.
De collectie hier toont kortom de bewegingsgeschiedenis van de mens in Nederland. Hoe al die mensen, tradities, technieken en spullen het land vormden waarin wij leven. En dat, het zal niemand ontgaan, is ook een stellingname. Een feitelijk historisch antwoord op een meningenrijke politieke actualiteit. Dat maakt oude objecten actueel. Gelukkig is het een museum, en daar tellen schoonheid en ambacht evenzeer als feiten.
De hele benedenverdieping is tot museumruimte gemaakt, waarin de oudste vondsten worden verbonden aan de geschiedenis van de opeenvolgende eeuwen, met arbeiders-, wetenschaps- en koloniale geschiedenis tot aan de krakersrellen van de vorige eeuw.
Wie de brede, inmiddels deels zuurstokroze trappen afdaalt, waant zich niet meer in een kelder; de ingang heeft nu een atrium vol daglicht. Daarin staat een wonderschone beeldeninstallatie van Lynne Leegte met opengevouwen kaarten, gemaakt van marmer en albast. Een poëtische entree naar het verleden, dat uit de grond omhoog is gekomen en in kaart is gebracht.
De voorwerpen liggen in mooi belichte vitrines langs een tijdlijn waarop je de context van de wereldgeschiedenis ziet; wanneer de eerste grotschilderingen in Sulawesi zijn gemaakt, de piramides, enzovoort. De teksten zijn zo prettig geschreven dat je je meteen voorstelt hoe een voorwerp ter hand werd genomen.
Op een aangename manier merkt de bezoeker ook dat archeologisch onderzoek nooit af is. Op een piepklein ‘eierdopje’, gevonden in Lent, staan tekens gekerfd – het oudste gevonden schrift in Europa. Wat het betekent, weet nog niemand. Bij een steen uit het Paleolithicum (130-40 duizend jaar voor Christus) die mogelijk diende als mes, staat ‘of een mislukte handbijl’. Dus die oermens maakte ook weleens een misbaksel.
En bij de resten van een crematie van 2,5 duizend jaar geleden, teruggevonden op het Trajanusplein, werd voetstoots aangenomen dat die van een man waren, tot recent onderzoek uitwees dat de overledene een vrouw was. Bij een 17de-eeuws portret van een pestdokter vertelt viroloog Marion Koopmans over vaccins en bijgeloof.
De bovenverdieping, door de glazen gevels veel lichter en met fantastisch uitzicht over de Waal, heeft een andere aanpak. Hier zijn de objecten associatief gepresenteerd. Het museum vroeg vijf kunstenaars een zaalvullende installatie te maken waarbij ze vrijuit mochten struinen in de collectie. In elke zaal staat een emotie centraal, wat in de ene ruimte beter uitpakt dan in de andere. De kracht zit ’m in de onmuseale aanpak; kunstenaars zijn geen wetenschappers, zij brengen niet in kaart en leggen niet uit, maar scheppen.
Door van haar ruimte een grot te maken, maakt Mette Sterre bijvoorbeeld voelbaar hoe verduistering je blik kan vertroebelen en vervormen. De donkere grot hangt vol met kleine juwelen en grote beelden, naast amorfe objecten als een soort stalactieten. Tezamen nodigt het uit tot een schitterende nieuwe manier van kijken.
Kader Attia plaatste juist in een lichte, witte zaal gebroken archeologische collectiestukken in zwarte, veelhoekige objecten. Wie erin kijkt, ziet de scherven eindeloos gereflecteerd in spiegels op de binnenwand. ‘De wond is waar het licht binnenkomt’, schreef de dichter Rumi, en dat nam Attia als leidraad.
De grote winst is dat ook de manier waarop we het verleden kunnen benaderen, en dus hoe wij onze wortels al dan niet kunnen kennen, door de kunstenaars voelbaar wordt gemaakt. In een overdonderende installatie van Narges Mohammadi brengt zij de afstand tot zowel het verleden hier als dat van haar geboorteland Afghanistan in beeld.
Samen met wetenschappers van de Radboud Universiteit maakte zij driedimensionale glazen replica’s naar foto’s van archeologische objecten in het museum van Kabul. Een benaderingspoging in onderzoek, materiaal en poëzie. Ernaast plaatste ze glazen reconstructies van vondsten uit de Valkhofcollectie. Ze staan om een gereconstrueerde zonnewijzer en worden beschenen door lampen, die in twaalf minuten de zonnewende van een dag nabootsen. Een persoonlijk werk dat hier voelt als een metafoor voor het museum zelf: een poging te begrijpen wat verdwenen is, een vervaagde wereld tastbaar te maken die iets over ons zegt.
Het Valkhof gaat het experiment aan met de eigen collectie en zet zichzelf zo midden in de huidige wereld.
De openingstentoonstelling is een groot speels commentaar. In een overzicht laat kunstenaar Fernando Sánchez Castillo zijn kenmerkende geestige blik zien op heden en verleden.
Drie modellen in de eerste zaal geven alvast iets weg van de grote beelden die hij komende zomer op het plein voor het museum zal presenteren: een prominente man die van een sokkel valt, met aan zijn schouders een schommel, een enorm paard dat in de grond lijkt weg te zakken en een omgekeerd ruiterstandbeeld.
Alle beelden zijn ook speeltoestellen. Onder zijn eerdere werk is onder meer de zalige film Pegasus Dance te zien, gemaakt met Rotterdamse politiemensen, waarin twee waterkanonwagens op de Maasvlakte een ballet uitvoeren.
Valkhof Museum Nijmegen, open vanaf 6/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant