is journalist.
Oorlog is iets heel groots, maar goede verslaggeving maakt hem klein om hem echt te kunnen begrijpen. De gerenommeerde Amerikaanse oorlogsverslaggeefster Martha Gellhorn deed dat in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het Ardennenoffensief stuitte zij bij een strategisch vitale weg op tien ongeschoren, broodmagere Amerikaanse soldaten. Zij moesten oprukkende Duitse tanks tegenhouden. Van zulke jongens, schreef Gellhorn, hing het lot van de geallieerde oorlogsinspanning af. De oorlog werd hier een eenzame en individuele bezigheid, wat meer over het wezen ervan zegt dan alle strategisch-militaire verhandelingen.
Ik moest hieraan denken toen ik het boek Dan zien we dezelfde sterren van schrijver Maurits Chabot las. Het is het verslag van zijn reizen naar Oekraïne, deels met Protect Ukraine, een stichting die goede werken verricht door hulpgoederen te leveren aan Oekraïense legereenheden. Ook bij Chabot wordt de oorlog vaak klein, en daardoor des te invoelbaarder.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Veel van wat hij beschrijft blijft hangen. De onheilszwangere stiltes: het front wordt het stilst als het gevaar het grootst is. De witte koelwagen van een Nederlandse viswinkel die de lijken vervoert van gesneuvelde militairen. De man van 72 die is omgeschoold tot dronepiloot, de scholiere met het lange rode haar en brede lach die camouflagenetten haakt. De vier dolfijnen die in speciaal uitgeruste vrachtwagens uit het belegerde Charkiv worden geëvacueerd. De boer die vijf meter naast de loopgraven zijn graan zaait.
We zien de angst, het gevaar, de dood, de vrijheidsdrang van een volk, van jong tot oud. We zien dat dierenlevens niet worden vergeten ondanks de nieuwe, militaire hiërarchie der dingen. We zien de koppigheid waarmee het dagelijks leven weigert zich te laten stoppen en het oerritme van de zaai- en oogsttijd blijft volgen. De oorlog is hier van alles tegelijk: gruwelijk, hartverwarmend, absurd.
Het staat ver weg van de oorlog van de grote politiek. Die heeft het over solidariteit, partnerschap, veiligheidsgaranties, duurzame vrede, afschrikking, wereldorde. Allemaal belangrijk, maar het maakt de oorlog welhaast tot een abstractie. Met zijn verhalen uit de bunkers en basiskampen aan het front doorbreekt Chabot die politieke abstrahering. Hij brengt de oorlog terug tot de kern: een diep-menselijk epos van bloed, zweet en tranen.
Daarbij draait het om ‘gewone Oekraïense mannen, vrouwen en idealistische buitenlanders die alles opofferen om het land uit Russische handen te houden’, zei Chabot in een interview met de Volkskrant, waar hij redacteur is. Timmermannen, taxichauffeurs, ouderen, scholieren, een zanger uit een rockband – zij zijn de helden. Onbekend, maar zij bepalen het lot van het land en bewaken de grens van onze democratie.
Het is eigenlijk nooit anders geweest. Oorlogvoeren doen de politici, het vechten de gewone mensen. Alle Amerikaanse presidenten sinds 1992 wisten zelf weg te blijven uit Vietnam. Maar ze hanteerden wel allen het zwaard, beslisten over oorlog en vrede, leven en dood. Het vuile werk werd gedaan door de minder bevoorrechten.
In 2014 ontmoette ik in het booming oliestadje Williston in de Amerikaanse staat North Dakota Antonio Robinson, een zwarte ex-marinier van 25 met een seedorfiaanse bouw, ernst en ouwelijkheid. Hij vocht in Irak en Afghanistan. Zijn beste vriend pleegde zelfmoord terwijl ze samen in Irak zaten. Zijn vrouw en hij waren uit elkaar. ‘Ik deed alles wat de maatschappij me vertelde te doen. Ik moest naar de universiteit. Heb ik gedaan. Ik moest mijn land dienen. Heb ik gedaan. Ik moest trouwen. Heb ik gedaan. Maar nu ben ik mijn vrouw en beste vriend kwijt, ik verkeer in verwarring.’
Door de oorlogen had hij verloren wat hij was. In Williston wilde hij geld verdienen als truckchauffeur om zijn creditcardschuld van 5.000 dollar af te lossen. Hij was op zoek, maar wist niet naar wat. Later probeerde ik hem nog een keer te bellen, ik kreeg een pieptoon. Het voelde alsof hij in het niets was opgelost.
Ik ben geen pacifist. Er zijn gerechtvaardigde oorlogen, zoals die van de Oekraïners. Maar gewone mannen en vrouwen dragen de zwaarste last, betalen de hoogste prijs. Die ongeschoren, broodmagere jongens van Gellhorn toen, die timmermannen en taxichauffeurs van Chabot nu. Hij geeft ze een gezicht, een naam. Opdat ze niet verdwijnen in het niets.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant