Defensie-expert Ko Colijn voorziet Nederlanders al vijftig jaar van duiding bij gewapende conflicten. Dit keer bespreekt hij dat wat ooit recht was, nu krom is. En dat begrippen als vrede, internationaal recht en wapenstilstand hun betekenis verliezen.
We leven in een warrige tijd waarin lang niet iedereen zegt wat hij werkelijk bedoelt en waarin bepaalde begrippen hun betekenis verliezen. Zo hebben we een secretaris-generaal van de NAVO die beweert dat er niets in zijn organisatie aan de hand is, terwijl iedere expert over een crisis van jewelste spreekt.
NAVO-baas Mark Rutte rept over keiharde bijstandsgaranties, terwijl Russische drones inslaan in een Roemeense flat. En van Haagse bezuinigingskampioen op Defensie ging Rutte naar Brusselse big spender en hielenlikker van de Amerikaanse president Donald Trump. Over Trump gesproken: die verkoopt een smadelijke nederlaag als klinkende overwinning.
Volgens de talkshowtafels lag Oekraïne vorig jaar op koers om de oorlog te verliezen. Nu spreekt iedere deskundige van een kanteling. Over de Russische 'blitzkrieg' waarmee Kyiv in vier dagen zou worden onthoofd, heeft niemand het meer. Die vier dagen duren nu al ruim vier jaar.
En in Nederland vraagt niemand zich af of het geld van de voorgenomen miljardenbezuiniging op de sociale zekerheid wel naar Defensie moet worden gedirigeerd. De VVD houdt halsstarrig vast aan die bezuinigingen, want de NAVO-norm is heilig. Maar deze mist, gelet op de AI- en dronerevolutie, elke vorm van onderbouwing. Ook de Algemene Rekenkamer heeft zich onlangs voor de zoveelste keer bij het koor van critici gevoegd die vraagtekens plaatsen bij het gat in de hand van Defensie.
Een jaar geleden hadden we het over landmijnen en loopgraven. Nu raken we niet uitgepraat over de dronerevolutie. Eind 2025 slaagde een Oekraïense roboteenheid erin om, onbemand dus, een Russische doorbraak langs de frontlijn weg te schieten. De vruchteloze Russische aanval duurde 45 dagen. Vervolgens gaven ze het op en droop het restant af.
Oekraïense middellangeafstandsdrones snijden tegenwoordig de bevoorrading van Russische fronttroepen af. Zo wordt voorkomen dat ze optrekken. Netto verloren de Russen in de eerste vijf maanden van dit jaar 240 vierkante kilometer aan terrein.
Dat robots en drones nu het vuile werk opknappen, wil niet zeggen dat Oekraïne voortaan geen militairen meer nodig heeft, maar de trend is gezet. Van vragende partij is Oekraïne nu aanbieder van slagveldkennis geworden.
De Russische president Vladimir Poetin maakt ons ondertussen ook maar wat wijs. Hoewel raketten en drones de Oekraïense steden ook teisteren, lijkt hij doof voor de realiteit aan het landfront. Volgens Britse en Nederlandse inlichtingendiensten kan Poetin nu al 500.000 dode militairen bijschrijven. Met invaliden erbij kom je op een slordige anderhalf miljoen mensen.
Maar ondanks verlies van grondgebied en zo'n duizend militairen per dag, eist de Russische president stukken grondgebied van Oekraïne die hij van zijn levensdagen niet kan veroveren. Ook zet hij nog altijd in op de totale overgave van Kyiv.
In het licht van warrige tijden mogen we ook de Verenigde Staten niet onbenoemd laten. De onzinnige oorlog van de Amerikaanse president Donald Trump met Iran - pardon, hij spreekt nu net als Poetin van een "excursie" - heeft een einde gemaakt aan het idee dat Amerika er nog is voor zijn bondgenoten, laat staan Oekraïne.
Het Amerikaanse Center for Strategic and International Studies heeft becijferd dat de eerste maand van de oorlog met Iran de VS zo'n 29 miljard dollar (zo'n 25 miljard euro) heeft gekost. In die periode is de voorraad aan Tomahawk-raketten met duizend stuks gekrompen, de voorraad aan THAAD-luchtafweerraketten zo'n driehonderd exemplaren kleiner geworden en het aantal Patriot-raketten met 1.250 stuks afgenomen.
Het zal naar schatting tot zeker 2031 duren voordat de voorraden weer op peil zijn. Oekraïne kan Amerikaanse steun daarom nu helemaal op zijn buik schrijven. Bondgenoten in Europa en Zuidoost Azië tellen hun knopen en gaan hun eigen wapens maken.
De consequenties van de oorlog met Iran reiken verder dan dat. Want kleine spelers op het wereldtoneel hebben nu ontdekt dat de oude manier van afschrikking niet meer werkt en dat tolheffing in nauwe zeestraten tot de mogelijkheden behoort. Het principe van vrije scheepvaart is niet meer vanzelfsprekend. Dat zal de prijs van handel opdrijven en defensiebudgetten opstuwen. Van zo'n situatie wordt niemand beter.
Ook de term wapenstilstand lijkt stilaan een leeg begrip te worden. 'Gewoon doorgaan met vechten' lijkt de lading tegenwoordig beter te dekken. Talloze keren is verklaard dat de oorlogen in Gaza en Libanon ten einde zijn, maar in de praktijk vecht Israël gewoon door. De oorlog met Iran wordt door de Israëlische regering als excuus gebruikt om de strijd voort te zetten.
In Oekraïne gaat het niet veel beter. Daar zijn ook al tientallen pogingen mislukt of afgeketst op de verschillende interpretaties van wat een bestand is, waar en wanneer, en de omstandigheden waaronder. Beide partijen zijn tot nu toe niet verder gekomen dan het laagst denkbare niveau: het uitwisselen van krijgsgevangenen.
Het begrip vrede wordt ook uitgehold. Bij gebrek aan de Nobelprijs voor de Vrede nam Trump de belachelijke FIFA-vredesprijs in ontvangst. En de door de Amerikaanse president opgerichte 'vredesraad' voor Gaza is een armzalig surrogaat voor de VN-Vredesraad. Om nog maar te zwijgen over het financiële debacle dat Trumps raad is geworden.
Het internationaal recht is ingeruild voor macht en het recht van de sterkste. Dat was natuurlijk al zo bij de Russische invasie van Oekraïne en kreeg navolging in het Midden-Oosten. Om nog maar te zwijgen over de vele andere gewapende (en ongewapende) conflicten die hier nauwelijks het nieuws halen.
Er ontstaat zo een situatie waarin recht krom is. Zo zei minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen in een reactie op de aanvallen op Iran dat er "vragen zijn'" over de juridische onderbouwing van de Amerikanen. Maar hij zei ook dat internationaal recht "niet het enige kader is dat je op deze situatie kunt plakken."
De Leidse hoogleraar Larissa Van den Herik zei daarop terecht dat als je zoiets zegt, je een deur opent die niet in ons belang is. "Als wij zeggen: het recht geldt vandaag wel, maar morgen niet en voor jou wel, maar voor mij niet. Dan kan iedereen dat zeggen. En dan geven we ook de taal op om de daden van Poetin te veroordelen. In feite geven we hem dan vrij baan."
Source: Nu.nl algemeen