Home

Bij de Baantjer van de Bijlmer kon iedereen terecht

De laatste bladzijde Joop Reder (1946-2026), gepensioneerd brigadier van de Amsterdamse politie, werd met korpseer naar zijn laatste rustplaats gebracht. Als hij aan de Bijlmerramp dacht, voelde hij de hitte weer.

Joop Reder in 2022.

Helpen zit zijn familie in het bloed. Dus toen Joop Reder (1946), ‘de Baantjer van de Bijlmer’, op zijn 58ste met pensioen ging, werd hij fulltime vrijwilliger. Hij werd actief bij de Zonnebloem. De Lutherse kerk. Chauffeerde bewoners van zorginstelling Cordaan. Werd nóg actiever bij de Amsterdamse Politie Gymnastiek Sportvereniging (APGS). Voorzitter van de Senioren Politie Amsterdam en vrijwilliger bij het Verzetsmuseum. „Joop was onze speciale koerier die museumobjecten vervoerde”, vertelt museumdirecteur Karlien Metz. „Hij was een man die vanwege zijn politieverleden oog had voor mogelijke risico’s. Een man op wie je altijd kon rekenen en die altijd klaar stond.” Joop Reder overleed op 10 april, 79 jaar oud.

Reder was na zijn pensioen nog net zo druk als in zijn tijd als rechercheur in de Amsterdamse Bijlmermeer. „En toch was mijn vader er op alle belangrijke momenten in mijn leven”, vertelt zijn oudste zoon René. „Quality time voor de familie vond hij heel belangrijk. Daar was mijn vader heel strikt in.”

„Ik kon altijd bij mijn vader terecht. Met álles. Hij heeft altijd gezegd: ‘Als er iets is, vertel het! Het maakt niet uit wat het is. Want als ik niks weet, kan ik je nooit helpen’. Dat credo is ook het mijne geworden’’, zegt René Reder. Hij woont met zijn twee kinderen bij zijn moeder in huis nadat hij tien jaar geleden zijn huis kwijtraakte na een scheiding. „Zijn jongste broer heeft na zijn scheiding ook een tijdje met zijn kinderen bij ons ingewoond”, vertelt moeder Ans. Nuchter: „Als je mensen kunt helpen, moet je dat doen.”

Ans Reder (80), tot twee jaar geleden nog parttime werkzaam in het basisonderwijs, vertelt dat zij en haar man in het verleden ook twee keer tijdelijk iemand in huis hebben genomen ‘waar het thuis niet zo lekker liep’. „En toen de Betuwe in 1995 vanwege het hoge water moest worden geëvacueerd, zijn Joop en de jongens meteen naar Joops broer gereden om zijn showroom te ontruimen. En daarna hebben zijn broer en zijn zoon tien dagen bij ons in huis gezeten.”

Joop Reder werd 80 jaar geleden in Amsterdam-Oost geboren. Hij was nummer twee in een gezin met vier kinderen. Een druk gezin. Reders vader was bakker en werkte later bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij. Joops moeder was huisvrouw. Toen hij 12 was, verhuisde het gezin naar Amsterdam-Noord. Joop deed de mavo en ging na zijn examen meteen aan de slag als winkelbediende. Nadat hij een servies had laten vallen bij Wille & Co, een chique speciaalzaak op de Amsterdamse Nieuwendijk, kon hij vertrekken.

Hij vond een nieuwe baan in een woonwinkel. En al snel stond de 18-jarige, bijna twee meter lange Joop, in pak bij de receptie. Een knappe verschijning die moeiteloos met iedereen overweg kon. „Ik ontmoette hem 60 jaar geleden tijdens dansles. Joop was assistent van de leraar en heel veel meisjes waren verliefd op hem”, lacht Ans Reder. „Ik vond hem wel leuk, maar ik had altijd het idee: ‘die is zo weer weg’. Dus ik ben in het begin heel terughoudend geweest. Maar Joop was serieus, en drie jaar later zijn we getrouwd.”

Joop en Ans tijdens hun bruiloft in 1969

Tijdens een wandeling met Ans in Amsterdam-Noord zag Reder een poster van de politie hangen. Ze zochten nieuwe mensen. De twintiger solliciteerde en ging onder meer aan de slag op bureau Kattenburg, IJtunnel en Bijlmerplein. Om uiteindelijk rechercheur te worden op bureau Flierbosdreef. „Hij vond het fijn om politieagent te zijn. Maar het recherchewerk vond hij écht fantastisch. Urenlang puzzelen en nadenken over hoe hij een zaak kon gaan oplossen. Welke kant hij op moest gaan. Welke kant niet. Dat vond hij machtig mooi”, vertelt zijn zoon.

In een interview met deze krant zei Joop Reder dat de Bijlmerramp de grootste indruk op hem heeft gemaakt in zijn carrière. „Als ik m’n ogen sluit, zie ik mijzelf weer lopen bij die flats. En voel de hitte.” Femke Akerboom-Beekman – wier familie zeer goed bevriend is met de Reders – vertelt: „Als Joop een heel zware dag had gehad, belde Ans mijn moeder, die predikant van de Lutherse Augustanakerk was, en zei dan simpelweg: ‘Joop is onderweg’. Hij kwam dan met een krat Grolsch binnen en zat dan weleens tot drie uur ’s nachts met mijn moeder te praten.”

Femke Akerboom-Beekman voelde zich soms een beetje de dochter van Ans en Joop. „Als ik bijvoorbeeld met zijn zonen René en Sander uitging, kreeg ik van Joop geld om een rondje te geven. Terwijl zij juist de opdracht hadden gekregen om mij vrij te houden. Als ik het geld wilde teruggeven, kreeg ik te horen dat het voor mijn spaarpot was.”

„Joop was veel meer dan een politieman”, vertelt oud-collega Rob Heida. „Hij was een man met een groot hart voor anderen. Zo was hij op verschillende politiebureaus en basisscholen in Amsterdam-West Sinterklaas. En hij heeft ons veel geleerd over leiderschap, betrokkenheid en hoe je met humor en warmte mensen kunt verbinden.” Heida herinnert zich de vrijdagmiddagborrels. „Dan werd je gebeld dat er assistentie nodig was bij een vechtpartij. Als je dan in het betreffende etablissement arriveerde, stond er een biertje voor je klaar.”

Zijn bijnaam, de Baantjer van de Bijlmer, dankt hij aan een artikel in De Telegraaf. Misdaadverslaggever John van den Heuvel, ooit collega van Reder, interviewde de ras-Amsterdammer toen hij met pensioen ging. De twee hebben altijd contact gehouden. Een dag voor de oud-brigadier euthanasie kreeg, belde Van Den Heuvel nog kort met Reder. „Joop was een gedroomde rechercheur. Strategisch. Analytisch. En voorzien van een groot rechtvaardigheidsgevoel.”

„En bovenal was hij een man die altijd opkwam voor zijn collega’s”, voegt hij eraan toe. „Ik zal nooit vergeten hoe Joop op bureau Lijnbaansgracht de toenmalige burgemeester Ed van Thijn, die net te keer was gegaan tegen alle collega’s, corrigeerde. Hij liet Van Thijn weten dat hij niet op zo’n manier wenste te worden toegesproken door zijn baas. Het was doodstil in de zaal, maar Joop was voor niets en niemand bang. En dus ook niet voor autoriteiten.”

Politie, recht en criminaliteit

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next