Home

Klassenjustitie begon in het Vondelpark

‘Sobibor begon in het Vondelpark’, sprak koning Willem-Alexander op 4 mei 2020.
Klassenjustitie ook, zo insinueerde VVD-minister Vincent Karremans op 24 april 2026: ‘We komen achter jullie aan.’ ‘Geniet er nog maar even van om overlast te veroorzaken!’

De ontluisterende zin uit de 4 mei-toespraak is vereeuwigd op een sobere plaquette bij de ingang van het Vondelpark ter hoogte van de Van Eeghenstraat. Erboven hangt een spiegel die toeschouwers uitnodigt om zichzelf in aan te kijken en na te denken over wat zij zouden doen bij het zien van onrecht. Voor wie liever wegkijkt en er langs tuurt, prijkt ietsje verderop een bord met ‘verboden voor fatbikes’ op de toegangspoort.

Nee, de in gitzwarte poedercoating uitgevoerde e-bike is geen graag geziene tweewieler. In het park niet, nergens. Maar populairder dan ooit. Naar schatting zijn er zo’n half miljoen Nederlanders toe veroordeeld zich dagelijks per proleetmobiel te verplaatsen. Daarmee vertegenwoordigen ze grofweg een tiende van het aandeel elektrische fietsen in ons land (5 miljoen) en slechts een fractie van het totaal aantal fietsen (25 miljoen).

Over de auteur

Mischa Daanen is redacteur. In de maand juni is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Met zijn kenmerkende uiterlijk wordt de fatbike steevast genoemd in meldingen van overlast, ongevallen en algehele verstoringen van de openbare orde. Hoewel grotendeels anekdotisch, getuigen signalementen van slachtoffers en ooggetuigen van de onfatsoenlijkheden van een oververtegenwoordiging van betrokkenheid van fatbikes bij de incidenten.

Het inmiddels zo verachte apparaat, acrobatisch gedefinieerd als ‘elektrische fiets met een bandbreedte van meer dan 7 cm’, vormt een bedreiging voor de openbare orde, zo concluderen wethouders in Amsterdam en Enschede. Uiteraard herinneren slachtoffers van asociaal (rij)gedrag, bijna-aanrijdingen, bespugingen en billentikkerij zich maar al te goed de vluchtfiets van de daders. Ik zou mijn belager ook uitvoerig voor de geest kunnen halen tegenover handhavers of politie wanneer deze er per roze skelter met bloemetjesmotief vandoor ging. Voor het signalement niet geheel onbelangrijk.

Ik zou graag zien dat desbetreffende viespeuk in de kraag wordt gevat en de toegang tot het park wordt ontzegd. Maar de eerstvolgende die mij op een roze bloemetjesskelter passeert zal ik net zo vriendelijk, doch minachtend, toeknikken.

Maar om nu iedere roze skelter uit het park te weren? Dat is alsof je Audi-rijders verbiedt in een straal van drie kilometer van een geldautomaat te komen.

Hoewel ik het ook niet hoog op heb met de doorgaans onkundige bestuurders van het kinderlijk intimiderende voertuig, kies ik in deze toch hun kant. Ik zal niet wegkijken bij onrecht of uitsluiting – ook niet wanneer het een wanstaltige fiets betreft. Nee, ik zou voor ze opkomen.

Om mijn solidariteit kracht bij te zetten, overweeg ik er zelf eentje aan te schaffen, tweedehands op Marktplaats – handje contantje aan de deur afgerekend met garantie tot aan het keramisch tegelpad. Om vervolgens undercover te gaan en te infiltreren in hun rangen. Verhuld in een trainingsbroek, op futuristisch ogende sneakers en met een schoudertasje zou ik mij als corrupte Romeo onder hen begeven. Ik zou onder valse vlag opereren; mijn oranje Swapfiets inruilen voor een fatbike, om van binnenuit een opstand te ontketenen. Ik zou ons organiseren als kneuterige Hells Angels van de Lage Landen, met trapondersteuning.

Bij het ochtendgloren verzamelen we ons bij de Van Eeghenstraat, met onze clubkleuren achterop onze zwarte regenjassen geborduurd, om vervolgens als een militaire colonne het Vondelpark binnen te rijden. Een verrassingsaanval. Een moderne Randstedelijke vertolking van een iconische scene uit Francis Ford Coppola’s film Apocalypse Now.

Galopperend op onze met batterijen aangedreven zwarte hengsten stormen we – gehuld in een nevel van vapes, wiet en goedkope parfum onder luid gegalm van Ride of the Valkyries uit camouflageprint JBL-speakers, het park binnen om de oorspronkelijke bewoners ervan te terroriseren en te verjagen: welgestelde bakfietsmoeders uit Oud-Zuid de pas afsnijden, hun kroost aan het huilen krijgen en hun labradoodles op hol jagen.

Al zigzaggend tussen hyrox- en bootcampklasjes door verstoren we de serene rust van de gegoede burgerij. Papadagvaders met opgestroopte broekspijpjes boven Veja-sneakers slaan we de iced coffees uit handen en trappen hun Van Moofs – de welgestelde evenknie van ons zo gedemoniseerde voertuig – omver. Al rijdend spugen we in de pinot grigio van zonnende studentes en doen hun met bedrijfslogo’s bedrukte Dopper-flessen in de plomp belanden – bruschetta, fuet en pitloze olijven erachteraan.

Zodra de in groengele hesjes gehulde boa’s komen opdraven om hun voorkeursbezoekers te beschermen, stuiven we uiteen.

Bij de hoofdingang zullen we hergroeperen, wurm ik mij tussen mijn twee bijrijders uit en hijs mijzelf uit het schuimrubberen zadel. Te midden van alle chaos kniel ik op het aangeharkte gazon, om mijn valse kameraden toe te spreken: ‘Ruiken jullie dat? Vapelucht jongens. Ik houd van de geur van raspberry ice cheesecake in de morgen. Het hele park ruikt ernaar. Het ruikt naar… verzet.’

Decennia later zal ik dan, als betrokken burger pleiten voor een gedenksteen bij de ingang van het park, met daarboven een zijspiegel van een fatbike waarin latere generaties zichzelf kunnen aankijken bij betreding van het luxueus aangelegde park. Om hen te herinneren aan 11 mei 2026, de dag dat klassenjustitie in het Vondelpark werd geïnstitutionaliseerd, het deftige groene hart van Amsterdam.

En dan zal ik tegen mijn kleinkinderen die ik voortduw in een op zonne-energie aangedreven carbon bakfiets zeggen: ‘Opa heeft niet weggekeken toen de gemeente Amsterdam de door wansmaak geteisterde onderklasse de toegang tot het park ontzegde.’

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next