Home

Dominique de Groen heeft het onmetelijke internet in een boek willen vatten. Daarbij komt Britney Spears goed van pas

In Corpus Britney probeert De Groen via het popfenomeen Britney Spears zo ongeveer de hele wereld sardonisch te fileren. Het levert een drukke, maar ook hoogst vermakelijke en originele tekst op.

In 1998 danste Britney Spears onze huiskamers en levens binnen in een plooirokje, kniekousen, wit hemdje en met twee blonde vlechten. Negen jaar later, in 2007, schoor ze haar lange lokken af.

Tussen die momenten: de rise and fall van een popprinses. ‘She’s so lucky, she’s a star/ But she cry cry cries in her lonely heart.’

De Vlaamse dichter Dominique De Groen, die Britney in haar dankwoord haar ‘complexe, weerbarstige heldin’ noemt, hangt haar debuutroman Corpus Britney op aan het popfenomeen. Al waart vooral de geest van Britney Spears rond in dit boek, zonder dat zij zelf een personage is.

De plot – als je het zo kunt noemen – druipt van de neonoir en cyberpunk. Na een nacht feesten in een kelder in Glasgow, ‘waar ze heeft staan dansen tot ze moest kotsen in een leeg bierglas’, treft Malayney Melkzuur een man aan bij haar voordeur. Alexander komt uit Los Angeles om haar hulp in te roepen, want zijn liefje, B-horrorfilmactrice Bella Goth, die verdacht veel lijkt op Britney Spears, is spoorloos verdwenen na de laatste draaidag van de film Brittany’s Body. Malayney is paranormaal detective, dus als iemand kan helpen, is zij het.

Op een nacht – de ‘sluier tussen werelden’ werd uitgerekt, ‘zo flinterdun dat er gaten in verschijnen’ – werd Malayney namelijk bezocht door Saint Precarious, beschermheilige van het precariaat, die haar opdroeg haar baan bij Tesco op te zeggen voor een hogere missie. Sindsdien ziet Malayney flikkerende, halfdoorschijnende beelden, die uit het niets verschijnen en weer verdwijnen.

Na een visioen (of gebeurt het echt?) waarin Malayney haar voormoeder ontmoet (die als heks verbrand werd) en van de Faerie Queen een steen vol ‘verboden kennis’ uit de maag van een schaap krijgt, kan ze het bewustzijn van anderen delen, zien en voelen wat zij ooit zagen en voelden.

Handige skill voor een detective.

T0xic_slut

Malayney zoekt in de zaak-Bella Goth ook online naar clues, bij ex-leden van Slave4SimZ, een forum uit haar tienertijd, exclusief gewijd aan verhalen over virtuele incarnaties van het grootste popidool van het decennium. Malayney was er actief als xox_psychocandy_xox en trof er andere fans, zoals t0xic_slut, die intussen een eigen website heeft met complottheorieën over de zangeres: Mysteries of the Holy Spear-it.

Popcultuur en paranoia, mythologieën spinnen om onze precaire situatie in het heden te verklaren – als dat klinkt als Thomas Pynchon, dan is dat omdat hij een van De Groens grote voorbeelden is. Onder de detectiveverhaallijn borrelen thema’s op als arbeid, kapitalisme en de impact daarvan op het klimaat. Allemaal onderwerpen die De Groen al onderzocht in haar dichtbundels Shop Girl (2017), Sticky Drama (2019), Offerlam (2020) en Slangen, waarvoor ze in 2022 de Jan Campert-prijs ontving.

Corpus Britney duikt diep in de geschiedenis van Schotse landonteigeningen, de Spaanse en Amerikaanse kolonisatie van Californië, de tabaksindustrie in Virginia, het ontstaan van de Britse chemiereus ICI en de heksenvervolging. Die historische gebeurtenissen zijn van ver of dichtbij met elkaar verbonden.

Exces vormt de kern van deze roman. Een overdaad aan verhalen, tijden, plaatsen, personages. Fabrieksdirecteur Charles Tennant Jr., arbeider John Lovedrop, realityster Jamie Tonsil, maar evengoed een sprekend schaap, een pratende distel: de lijst is eindeloos.

De onmetelijkheid van het internet

De Groen gebruikt ondertussen verschillende tekstsoorten – een scriptie van een filmstudent, een artikel in het inflight magazine van een Airbus A350 naar Los Angeles, een dagboekfragment, een brief – en lettertypes, sommige bijna onleesbaar. Alsof ze de onmetelijkheid van het internet in boekvorm heeft willen vatten.

De onderstroom van de roman is het idee dat alles met elkaar verbonden is, dat de mens de natuur mismeesterd heeft, dat het kapitalisme veel, érg veel leed heeft berokkend aan mens, dier en natuur, maar dat de natuur uiteindelijk sterker is. Hoe complex de roman ook is opgebouwd, die boodschap voelt wat simplistisch, zelfs een tikkeltje moralistisch.

Gelukkig zijn De Groens sfeerschepping en beeldrijke taal vaak hoogst vermakelijk en origineel. Ze is op haar best als ze het leven in het hier en nu sardonisch fileert, zoals in de beschrijvingen van het uitgaansleven van Malayney, en dier roommate Emma, die interfaces meer vertrouwt dan haar zintuigen.

‘Ze gebruikt Tinder om te daten, FourSquare om uit te eten, Strava om te rennen, MyFitnessPal om haar calorieën te tellen, Calm om te mediteren, SleepScore om te slapen, Flo om te bloeden, Candy Crush Jelly Saga voor de tijd.’

In de invulvakjes van haar Nebulapp schrijft Emma over zichzelf dingen als: ‘ze is een chronische peoplepleaser, (…) ze verraadt haar hogere, authentieke zelf elke dag, (…) maar diep vanbinnen kent ze haar waarde, (…) zal ze luisteren naar haar intuïtie, het proces vertrouwen en zichzelf niet gaslighten, zolang ze maar blijft groeien en oude patronen afwerpt.’

Herwaarderen van props

De Groen is ook sterk in het verzinnen van geestige academische onderzoeksvelden, zoals de kauwgomkunde, waarvoor papers geschreven worden als Freedent Nietzsche: Apollonian and Dionysian Aspects of Chewing Gum, Sticky Drama: Chewing Gum in Cinema, 1947-2007, Postmodernity and its Chewed Contents. En ze roept de ‘Propessors’ in het leven, een illustere groep filmwetenschappers die hun carrière wijdden aan het herwaarderen van props die terugkomen in meerdere films en zo ‘waren doorweven met andere scènes en beelden, herinneringen aan handelingen en plotlijnen’.

Helaas is dat sexy vakgebied intussen volledig ontgonnen, dus vers gediplomeerde millennials dromen van een glamoureuze academische carrière ‘terwijl ze maar al te pijnlijk doordrongen waren van het besef dat zoiets onherroepelijk tot het verleden behoorde. Voor hen lagen slechts uitbuiting en overwerk in het verschiet, ondergefinancierde, voor altijd tijdelijke onderzoeksprojecten.’

‘Kunnen we zo laat nog van koers veranderen? Uit het heden ontwaken als uit een boze droom?’, vraagt een van de vele personages in Corpus Britney. Dominique De Groen lijkt te denken, of minstens te hopen, van wel. In het laatste hoofdstuk klinkt het zo: ‘In een peilloze oceaan van onbetaalde arbeid bewegen zich miljoenen onderstromen, zo klein dat de apparatuur ze niet registreert; op een dag overschrijden ze een kritieke drempel, bundelen ze zich tot een vloed die dit alles doet kantelen.’

Dominique De Groen: Corpus Britney. Het Balanseer; 420 pagina’s; € 28.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next