De dieren in De zaak van de dieren tegen de mensen hebben er genoeg van om door mensen als tweederangs te worden behandeld. Het middeleeuwse boek doet uiterst modern aan, in zowel thematiek als aanpak.
schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag, waar hij tot 2022 verslaggever was.
Alles aan dit boek intrigeert: de goudgele omslag waarin, als je van dichtbij kijkt, vogeltjes blijken te zijn verwerkt; de afbeelding van een beer en een onduidelijk ander dier; de naam van de auteur, want wie zijn in vredesnaam ‘de Zuivere Broeders van Basra’?
De titel maakt de verwarring compleet: De zaak van de dieren tegen de mensen klinkt als een bijdrage voor het congres van de Partij voor de Dieren, of desnoods een juridische studie voor een grondwetswijziging.
De tekst blijkt meer dan tien eeuwen geleden te zijn geschreven; een tijdscapsule heeft hem in onze hedendaagse boekwinkels gebracht. De Zuivere Broeders van Basra – zo leert de inleiding – waren een tamelijk onduidelijk gezelschap van verlichte denkers in wat nu Irak heet. Ze waren verwant aan sjiitische stromingen in de islam, maar lazen ook Plato, Aristoteles en andere Griekse denkers.
In de tekst duiken verwijzingen naar het christendom en jodendom op, en naar andere godsdiensten uit het Midden-Oosten. ‘Eclecticisme is een van hun belangrijkste kenmerken’, schrijft Remke Kruk, emeritus hoogleraar Arabisch, die de tekst vertaalde en van een nawoord voorzag.
Die Broeders schreven boeken om hun tijdgenoten aan het denken te zetten. De zaak van de dieren tegen de mensen is een deel van een groot werk, de Verhandelingen, tien keer dikker dan dit boek. Dat juist dit fragment de tand des tijds heeft doorstaan, is begrijpelijk. Het doet nog steeds uiterst modern aan, zowel in thematiek als in aanpak.
Wat is er aan de hand? De dieren hebben er genoeg van als tweederangs aardbewoners te worden behandeld, onderworpen aan de luimen van de mensen die hen gevangennemen, verjagen, aan het werk zetten, doden en opeten. Ze beginnen een rechtszaak.
De rechters zijn de djinns, geesten die, anders dan engelen, de mensen niet altijd welgezind zijn. Hun koning, Biwarasp de Wijze, zal het vonnis vellen.
Maar eerst krijgen beide partijen in een reeks rechtszittingen de kans hun argumenten uiteen te zetten. Dat betekent dat woordvoerders moeten worden aangewezen, wat tot vernuftig en vaak vrolijk gedelibereer leidt – Reinaert de vos had zo kunnen aanhaken.
De dieren zijn verdeeld in zeven soorten, andere categorieën dan wij tegenwoordig hanteren. Zo wordt de muilezel de woordvoerder van het weidevee en andere hoefdieren. Tot de roofdieren wordt alles gerekend wat slagtanden en klauwen heeft.
Hun koning is de leeuw, maar die wil geen woordvoerder zijn. Uiteindelijk valt de keuze op de jakhals.
De vogels kiezen de nachtegaal als hun vertegenwoordiger, ‘hij kan zich het duidelijkst uitdrukken’. De vliegende insecten sturen de bij. Omdat alle mensen van hem houden, zal de papegaai de roofvogels vertegenwoordigen. De waterdieren vaardigen de kikker af, ‘hij komt in de huizen van de mensen en ze zijn niet bang voor hem’. Na een indrukwekkende toespraak besluit het kruipend gedierte – de draak is hun koning – de kever af te vaardigen.
Als de zitting begint, komen eerst de mensen aan het woord om hun kwaliteiten te etaleren. Een man uit Mesopotamië prijst de waarde van wetenschap en politiek bestuur, een man uit India noemt de profeten, ook een Hebreeër, een Syrische christen, een Qoeraisjiet en een Griek doen hun verhaal.
Het verweer van de dieren is sterker dan de betogen van de mensen. Als die zich beroemen op hun bouwkunst, vertellen de dieren over de korven van de bijen, de ondergrondse steden van de mieren en de boomtophuizen van zijderupsen. Als een bedoeïen het heerlijke eten van de mens afzet tegen ‘het ruwe, grove, droge voedsel’, van dieren, legt de nachtegaal hem uit dat het meest verrukkelijke eten van de mens – honing – door dieren is gemaakt.
Ook als het op geloven aankomt, geven de dieren de mens het nakijken. Weer is het de nachtegaal die antwoordt: ‘Iedere plek is voor ons een moskee, en alle richtingen zijn gebedsrichting. Waarheen wij ons ook wenden, daar is het aangezicht van God.’
Na de debatten is er maar één uitkomst mogelijk: de dieren trekken hier aan het langste eind. De Zuivere Broeders van Basra begrepen kennelijk al duizend jaar geleden wat nu door enkele verlichte geesten wordt bepleit.
Maar dan komt een man uit Mekka en Medina met een argument waarop de logica geen vat heeft. De mens heeft een onsterfelijke ziel, zegt hij: de Heer heeft de mens beloofd dat hij zal opstaan uit de dood. ‘Dat is een teken dat wij de meesters zijn en deze dieren onze slaven.’ Daar hebben de dieren niet van terug. Ze leggen zich neer bij het vonnis van de opperdjinn en vertrekken, ‘vertrouwend op de bescherming van God’.
Jammer van dat einde. Toch is dit een verbluffend boek, dat een gordijn wegtrekt waarachter een vrijzinnige, onderzoekende, lichte vorm van de islam schuilgaat.
De Zuivere Broeders van Basra: De zaak van de dieren tegen de mensen. Uit het Arabisch vertaald door Remke Kruk. Bulaaq; 272 pagina’s; € 24,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant