Deze whodunit van bestsellerauteur Rune Christiansen heeft trekken van een parodie: tjokvol hints, beladen situaties, krakende pensiondeuren, onverklaarbare schaduwbeelden en steile kliffen. Het is net alsof je in een slechte B-versie van een Scandinavische detective bent beland (maar dan in Frankrijk).
is hoogleraar literatuur- en cultuurgeschiedenis en recensent voor de Volkskrant.
Het is maar goed dat deze krant geen sterren uitdeelt voor boeken, anders had ik een dilemma gehad. Toen ik de nieuwste roman van de Noorse schrijver Rune Christiansen wat vluchtig doorlas, spraken het poëtische en sfeerrijke karakter me direct aan.
Denk: een heerlijke Scandinavische crimi met allerlei onheilspellende gebeurtenissen en veel donkere luchten. Een vrouw van begin dertig, Kerstin, neemt haar intrek in een Frans pension aan de kust om haar leven te overdenken. Haar relatie is net uit en haar vader is onlangs overleden. Ze hoopt ook weer eens iets te kunnen schrijven. Na haar debuut vier jaar eerder is ze er niet meer in geslaagd iets fatsoenlijks op papier te zetten.
Dan volgen de onheilspellende gebeurtenissen elkaar in rap tempo op. Na de vondst van een lijk aan de kust meldt de politie zich bij het pension. Ongewild raakt Kerstin meegezogen in een drama dat zich in de kustplaats heeft afgespeeld doordat een andere pensiongast, de raadselachtige Sandrine, haar op sleeptouw neemt.
So far so good. Ik las graag verder om te weten hoe het afliep. Als Christiansen iets goed kan, dan is het wel onheilspellende situaties beschrijven.
Maar toen ik deze roman voor de tweede keer en met meer aandacht las, verdween alle magie. Nu stoorden me de talloze raadselachtige en functieloze verwijzingen. Waarom hangt er een schilderij van een vrouw in een rode fluwelen mantel in de kamer van Kerstin? Waarom is het ineens verdwenen en waarom keert die schildering terug in de grot die ze bezoekt?
Waarom krijgt Kerstin in een kerk een briefje van een vrouw met daarop een verwijzing naar het Bijbelboek Jesaja? Waarom duikt er ineens een dode man met een bebloed kindermes op?
Bij nader inzien had ik steeds meer het gevoel in een slechte B-versie van een Scandinavische detective te zijn beland (maar dan gesitueerd in Frankrijk). De roman kreeg trekken van een parodie: tjokvol hints, beladen situaties, krakende pensiondeuren, onverklaarbare schaduwbeelden, steile kliffen en een zwijgzame politieagente. De hoofdstuktitels bleken bovendien ronduit onbegrijpelijk (‘De zeven heuvels naar Rome’).
Ik pakte Jesaja hoofdstuk 63 erbij in de hoop de gebeurtenissen beter te kunnen plaatsen. Rode kleren, druiven en bloed. Ik zag een vage samenhang met het beeld op het schilderij in de kamer en de grotschildering. Maar ik kon er helaas geen chocola van maken.
Achter in het boek is nog een citatenlijst opgenomen van Franse en Italiaanse auteurs die Christiansen citeert. Maar die besloot ik niet meer te traceren.
Zo smolten de sterren één voor één weg als sneeuw voor de zon. En dat terwijl ik aanvankelijk onder de indruk was van het stilistische vermogen en de sfeerrijke beschrijvingen van deze Noorse schrijver.
Maar wie met Bijbelcitaten strooit, moet dat wel met een reden doen. Als er meermaals een blaffende hond opduikt en deze zelfs uit het wier wordt gered door de hoofdpersoon, verwacht ik dat die hond een eigenaar heeft en dat dat iets te betekenen heeft.
Rune Christiansen: Tragedie onder drijvende wolken. Uit het Noors vertaald door Rymke Zijlstra. Uitgeverij Oevers; 180 pagina’s; € 22,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant