In Hongarije was corruptie geen exces maar de kern van het systeem dat Viktor Orbán heeft opgetuigd. De nieuwe regering wil afrekenen met de ‘maffiastaat’, maar de corruptie is wijdverspreid en de tijd dringt.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Wie een rekening wil vereffenen, heeft de bonnetjes nodig. Dus ligt in de garage van Péter Juhász een berg vuilniszakken vol versnipperde overheidsdocumenten uit de regeringsjaren van Viktor Orbán.
Om enige orde te scheppen, heeft de burgerrechtenactivist ze voorzien van briefjes. ‘Chinese spoorlijn’, bijvoorbeeld, verwijzend naar het traject tussen Boedapest en Belgrado waarachter een ondoorzichtige Chinese staatslening schuilt. Of ‘Tiborcz’, voornaam István, schoonzoon van Viktor Orbán en schatrijke hotelexploitant. Op een andere zak staat gewoon ‘ministerie van Buitenlandse Zaken’. Dat is namelijk waar Juhász de documenten heeft gevonden.
De dag na de verkiezingen waarbij Orbán een verpletterende nederlaag leed, bleek dat er massaal documenten werden vernietigd in de ministeries. Bij zijn eerste persconferentie riep overwinnaar Péter Magyar mensen op dit materiaal te verzamelen, zo nodig uit de vuilnisbakken en containers op de straten van Boedapest. Er zou belangrijke bewijslast tegen Orbán en zijn ministers tussen kunnen zitten.
Juhász, naast activist ook een bekende influencer, gaf daar gehoor aan en vroeg zijn volgers hetzelfde te doen. Hij struinde de stoepen voor de ministeries af, inspecteerde het grofvuil en nam zakken met versnipperde documenten mee. Nu liggen ze dus in zijn garage. Elders liggen nog zakken afkomstig uit de burelen van ‘propagandaminister’ Antal Rogán. Die pasten niet meer naast Juhász’ auto.
Of hij staatsgeheimen of bewijzen voor corruptie heeft gevonden, weet hij nog niet. ‘Misschien ontdekken we iets meer over hoe het vorige systeem functioneerde’, hoopt Juhász. ‘Of vinden we iets wat overeind blijft in de rechtszaal.’ Eerst maar inscannen, met behulp van AI. Ook meldden driehonderd vrijwilligers zich om te helpen puzzelen. ‘Ik hoop dat er iets belangrijks tussen zit. Anders ruikt het hier al twee weken voor niets naar vuilnis.’ Hij haalt zijn hand door een zak snippers. ‘Dit is het topje van de ijsberg.’
De Tisza-regering van premier Magyar is inmiddels een maand aan de macht. Hij laat er geen gras over groeien. Het kabinet was binnen drie weken samengesteld en beëdigd. Tisza dient aan de lopende band nieuwe wetsvoorstellen in, Magyar reist door Europa om diplomatieke relaties te herstellen, dagelijks klinken er nieuwe beleidsplannen.
De ontmanteling van Orbáns erfenis is begonnen. In de eerste weken lijkt dit proces te versnellen door de implosie van het systeem zelf. Propagandakanalen heffen zichzelf op, de eerste spijtoptanten uit de zakelijke kring rond de vorige premier melden zich en de steun voor Fidesz onder Hongaarse kiezers is sinds de verkiezingen gehalveerd.
Als klap op de vuurpijl bracht Péter Magyar vorige week een succesvol bezoek aan Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in Brussel. Hongarije kan weer aanspraak maken op 16,4 miljard aan Europese subsidies die waren bevroren wegens corruptie en de uitholling van de rechtsstaat. Dat is 13 procent van het bruto binnenlands product van de noodlijdende Hongaarse economie.
Von der Leyen repte van een ‘historische doorbraak’, eentje waar Magyar mee kan thuiskomen: het binnenhalen van de EU-fondsen was een van zijn kernbeloften tijdens de verkiezingscampagne. Er is een grote ‘maar’: Hongarije krijgt het geld pas als de beloofde hervormingen daadwerkelijk doorgang vinden. Een deel daarvan moet rond zijn voor eind augustus.
Hongarije moet voldoen aan 27 door Brussel geformuleerde ‘supermijlpalen’ op het gebied van corruptiebestrijding, het herstellen van rechterlijke onafhankelijkheid en verschillende wetten uit de Orbán-tijd die tegen het Europees recht indruisen, zoals discriminerende wetgeving tegen lhbti’ers.
Met een meerderheid van twee derde van de zetels heeft Magyars regering een groot mandaat en dito slagkracht: ze kan zelfs de grondwet aanpassen. Maar er zitten nog Orbán-loyalisten op sleutelposities, zoals president Tamás Sulyok. Magyar vroeg hem af te treden voor 31 mei, maar Sulyok wil aanblijven. Magyar zegt binnen een maand Sulyok alsnog weg te willen krijgen, ‘indien nodig’ door het veranderen van de grondwet.
Zelfs als de nieuwe regering de handen volledig vrij heeft, wacht een heidens karwei. Corruptie is een sleuteldossier voor het binnenhalen van EU-fondsen: de ‘supermijlpalen’ bevatten onder meer eisen voor betere corruptiebestrijding, meer concurrentie en transparantie bij publieke aanbestedingen, en strengere regels om belangenverstrengeling te voorkomen.
Maar ook op het gebied van binnenlandse politiek is corruptiebestrijding belangrijk. Er is grote behoefte in de samenleving om Orbáns kliek ter verantwoording te roepen voor de afgelopen zestien jaar. Magyar beloofde tijdens zijn campagne dat Hongarije geen ‘straffeloos’ land meer zal zijn. Voor kiezers was corruptie veruit de belangrijkste motivatie om Orbán weg te stemmen.
Met name afgelopen regeerperiode nam de corruptie exorbitante vormen aan. Zoals het landgoed Hatvanpuszta, een paleis in Habsburgse stijl dat werd gebouwd door Orbáns vader, die weer rijk werd dankzij publieke aanbestedingen met EU-geld. Het paleis werd een symbool voor de schaamteloze zelfverrijking aan de top.
Maar corruptie in Hongarije was geen exces – het was de kern van het systeem.
Nadat Orbán in 2010 opnieuw aan de macht kwam, besloot hij dat politieke macht niet voldoende was. Hij was al eens premier tussen 1998 en 2002, maar verloor toen de verkiezingen. Dat moest niet nog eens gebeuren. Fidesz paste de grondwet aan en begon tegelijkertijd de invloed van de partij over de media, cultuur en de economie uit te breiden.
Daartoe introduceerde Orbán het ‘Systeem van Nationale Samenwerking’ (afgekort NER). Politieke en economische belangen vloeiden hierin samen. NER creëerde een klasse van oligarchen die in ruil voor hun politieke loyaliteit bijvoorbeeld werden bevoordeeld bij aanbestedingen. Velen, zoals Orbáns jeugdvriend Lörinc Mészáros en schoonzoon István Tiborcz, werden schatrijk. Via NER had de partij vergaande invloed op de economie.
Hongarije werd zo een ‘post-communistische maffiastaat’, zegt socioloog Bálint Magyar (geen familie van de premier), die de term muntte. Het beschrijft een situatie waarin een ‘politieke groep de staat kaapt en runt als een criminele organisatie’, legt de onderzoeker uit in zijn kantoor op de Central European University in Boedapest. Een karaktertrek van georganiseerde misdaad is dat macht functioneert via de relatie tussen patroon (baas) en cliënt. In Hongarije strekte dit zich uit tot in de haarvaten van de samenleving.
Magyar geeft een voorbeeld uit de beginjaren van Fidesz. Het bedrijf ESMA exploiteerde advertentieruimte met posters op lantaarnpalen. De eigenaar kreeg het aanbod om dit te verkopen aan een zakenman die aan Fidesz was gelieerd. Dat weigerde hij. Het parlement nam vervolgens een wet aan die adverteren op de stoep verbood – dus ook lantaarnpalen. Het bedrijf stortte in en werd later alsnog verkocht. Na het sluiten van de deal schafte het parlement de wet weer af en de nieuwe eigenaar ging verder met adverteren. Dit samenspel tussen politieke macht en economische belangenverstrengeling kenmerkt de ‘maffiastaat’.
De inkomstenbronnen voor dit systeem waren EU-fondsen en een opwaartse conjunctuur, terwijl het sociale bestel werd verwaarloosd. Maar na het bevriezen van het EU-geld en economische stagnatie begon het te schuren. Péter Magyar sprong daar behendig op in. Nu Fidesz de macht is verloren, valt de patroon weg. Het is de vraag wat er met de cliënten gebeurt. Volgens onderzoeker Magyar valt het systeem elke dag verder uit elkaar. ‘Het is een totale ineenstorting.’
Sándor Léderer, directeur van corruptiewaakhond K-Monitor, is minder stellig. ‘Dit systeem was deels bedoeld om machtsstructuren buiten de politiek te scheppen, waar Fidesz kon overleven als ze de macht zouden verliezen.’ Maar de overwinning van Magyar was veel groter dan verwacht, zegt Léderer. ‘Het was uiteraard een verspilling van belastinggeld. Nu lijkt het ook voor Fidesz niet te lonen.’
Er zijn veel vragen. ‘Blijven sommigen loyaal, proberen ze hun geld veilig te stellen, of verlaten ze als ratten het zinkende schip? Veel zal afhangen van de dynamiek komende maanden en hoe de nieuwe regering corruptie gaat bestrijden.’ Nu Fidesz niet meer aan de macht is, verdampt de erfenis van zestien jaar corruptie niet in één keer. Veel geld uit de begroting is in private handen beland. Ook zijn er geruchten over geld dat nu snel naar Dubai of elders wordt weggesluisd.
K-Monitor ontwikkelde een handzame landkaart waarop ze alle corruptiezaken verzamelden. Loop aan de hand hiervan door Boedapest en je ziet de stad met andere ogen. Neem de hotels van Orbáns schoonzoon István Tiborcz, wiens naam op een van de vuilniszakken in Juhász garage prijkt. Naast de Donau ligt het Dorothea-hotel, in handen van Tiborcz’ bedrijf BDPST: ooit een monument, tegenwoordig een patserig nouveaux riche-hotel met een even kitscherige façade als interieur.
Maar smaak is hier niet het grootste probleem. De regering bestempelde het bouwproject destijds als speciale projectontwikkeling, waardoor het niet aan standaardprocedures hoefde te voldoen. Tiborcz ontving 30 miljard Hongaarse forint (84,5 miljoen euro) aan staatssteun en daarnaast 105 miljoen euro aan goedkope leningen van bank MBH, in handen van Orbáns jeugdvriend Mészáros, thans de rijkste man van het land. De NER in actie.
Bankmedewerker Nikolette (29), die langs de ingang loopt, moet grinniken om het verhaal, dat ze uiteraard kent. ‘Het is bijna lachwekkend. En dit is slechts één hoekje van Boedapest.’ Een achternaam wil ze niet geven. ‘Ik woon hier nog.’ Wel is ze blij met de veranderingen in Hongarije. ‘Ik denk eerlijk gezegd dat corruptie overal voorkomt, maar hier werd het onleefbaar.’ Of profiteurs van het vorige systeem verantwoordelijkheid moeten afleggen, weet ze niet. ‘Wellicht tot op zekere hoogte. Maar misschien maakt het ook niet uit. Dat is het verleden. Ik kijk liever naar de toekomst.’
Tiborcz heeft ook een vinger in de pap in het beroemde Gellért-hotelcomplex aan de overkant van de rivier, dat een van de meest iconische badhuizen van de hoofdstad huisvest. Tiborcz zou het onder de marktprijs hebben gekocht van een ondernemer die nauwe banden met hem onderhoudt, die op zijn beurt eerder deel van het hotel aanschafte met behulp van een staatsbank.
‘Stel je voor dat ze al dit geld aan de gemeenschap hadden gespendeerd’, zegt voorbijganger Zoltán Nemes (76). ‘We zullen nooit weten hoe het land er dan had uitgezien.’ Fidesz heeft er ‘alles aan gedaan’ om geen rekenschap te hoeven afleggen, denkt hij. ‘Ik zou blij zijn als we wat van het geld terugzien, maar ik ben niet verbaasd als het niet gebeurt.’
Hoeveel geld er uiteindelijk terug kan komen, is onduidelijk. ‘Een groot deel is ook gewoon uitgegeven’, merkt Léderer van ngo K-Monitor op. ‘Salarissen van propagandisten, de billboards die Fidesz inhuurde voor campagnes, alle Facebookadvertenties die de partij inkocht. Weg.’ De nieuwe regering wil een belasting invoeren van 1 procent op vermogens boven de 1 miljard forint (2,8 miljoen euro). Magyar noemde het eerder ‘geen straf maar een vorm van sociale rechtvaardigheid’.
Ook heeft Magyar beloofd gestolen fondsen terug te halen via wat met een mondvol het Nationaal Bureau voor Recuperatie en Bescherming van Staatsbezit gaat heten. Een top drie van oligarchen die prioriteit krijgen noemde hij al voor de verkiezingen: Matolcsy (oud-voorzitter van de nationale bank) en bovengenoemde Mészáros en Tiborcz. Die laatste verhuisde overigens een half jaar geleden naar de Verenigde Staten. Ook sluit Hongarije zich aan bij Europese aanklager EPPO, die bijspringen voor zaken die EU-fondsen betreffen.
Veel details over het bureau zijn er niet. Volgens Léderer zullen ze drie soorten corruptiezaken op hun bord krijgen. Sommige verdenkingen van corruptie laten zich moeilijk bewijzen, omdat de transactie of aanbesteding technisch legaal was – Fidesz maakte ook de wetten. ‘Als je praktisch wil zijn, is dat niet je prioriteit.’
Maar soms is het ‘slechts een legale structuur om corruptie te verhullen’, de tweede categorie. Iets eenvoudiger. ‘Een deel van de mensen die hieraan meewerkten, stond onderaan de ladder en heeft er zelf weinig van geprofiteerd.’ Ze zetten bijvoorbeeld alleen hun handtekening. ‘Die kun je mogelijk overtuigen om uit de school te klappen.’
Tot slot is er ‘laaghangend fruit’: corruptie die niet werd vervolgd door de openbaar aanklager. ‘Daar moet je de politie, aanklager en onderzoekers de vrije hand geven.’ In de dagen na de verkiezingen begon het OM aan zaken die jaren op de plank lagen te verstoffen. Nu de politieke druk wegvalt, komen ze in actie.
Over de juiste aanpak wordt ook levendig gediscussieerd in Hongarije, zegt Léderer. ‘Ga je één voor één achter deze zaken aan? Of ga je naar de wortel van de corruptie?’ Juist Tiborcz is een interessante casus. Hij sloeg zijn eerste grote slag bij een aanbesteding voor straatverlichting in een kleine Hongaarse stad, achteraf bewezen als corruptie. ‘Als je kunt bewijzen dat zijn startkapitaal op corrupte wijze is vergaard, kun je die lijn doortrekken naar al het vermogen dat hij daarna opbouwde.’
Stel je corruptie voor als een boom, dan is het dus de vraag of je achter de takken of de wortels aangaat. Daarbij is ook van belang wat het doel is, zegt Léderer. ‘Is het strafrechtelijke vervolging? Voor een ‘boomtak’ kun je al iemand achter tralies zetten. Of wil je het geld terughalen?’
Wie nog wat zakken met versnipperde documenten zoekt, kan in elk geval aanbellen bij Péter Juhász, die hoopt dat er bewijs tussen zit. Hij ziet een ‘grote sociale behoefte in de samenleving’ om Fidesz en aanverwanten verantwoordelijk te houden. ‘Het gaat niet alleen om corruptie of gestolen geld. Er zijn afgelopen zestien jaar levens verwoest. Misschien ben ik hardvochtig, maar iedereen die een stukje van het raderwerk vormde draagt naar mijn mening verantwoordelijkheid.’
‘We moeten geen wraak willen, maar gerechtigheid’, verduidelijkt hij. ‘Niet voor de daders, maar voor onszelf. Als we een rechtvaardiger land willen, moeten we ons daarnaar gedragen. Dus geen snelle resultaten voor de show, maar alles volgens het boekje. Onderzoek doen, bewijs leveren. En uiteraard ook de nieuwe regering kritisch volgen.’ Geduld, kortom. ‘In Hongarije zeggen we: loop langzaam, dan kom je verder.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant